maandag 24 juni 2019
donderdag 20 juni 2019
MOSHI ( 10 -13 JUNI 2019 )
Jeremia brengt ons naar de hoofdweg en helpt ons om de juiste bus naar Moshi te vinden. We hebben geluk, we zitten net op de bus als het hard begint te regenen. Tegen de middag zijn we geïnstalleerd in ons hostel, Climbing home en verkennen de stad. Moshi is gelegen aan de voet van de Kilimanjaro en tevens de plaats waar trekkings geregeld worden en vertrekken. Het is bewolkt waardoor de Kilimanjaro zich niet laat zien.
We bezoeken de lokale craftmarket en de fruitmarket. Plots loop ik tegen twee mannen aan en loopt iemand achteraan tegen me aan. Ik hoor Martien roepen: "je gsm !!!". Pas twee seconden later besef ik dat mijn gsm uit mijn handen gegrist is. Van de dieven geen spoor. Dit was opgezet spel! Kwaad en gefrustreerd lopen we verder en doen meteen aangifte bij de politie. Omdat er aan de balie

niemand voldoende Engels spreekt en ze al in avond-modus zitten moeten we morgen eens terugkomen.

De volgende dag doen we een nieuwe poging. De sfeer is gelaten als we ons verhaal doen. Ik moet alles in het Engels voorschrijven waarna de politieagent de tekst en de gegevens overschrijft op het aangifteformulier. Als we 500 Shilling betalen kan ik mijn aangifteformulier krijgen. Dat is de omgekeerde wereld...ik word bestolen en moet betalen om aangifte te kunnen doen. Volgens de agent moeten we ons geen zorgen maken, met dit aangifteformulier betaalt de ambassade de gsm terug, wat natuurlijk larie is!
In de namiddag maken we de bekende Railway-wandeling. Het oude treinstation en de sporen zijn al meer dan 20 jaar niet meer in gebruik. De lokale mensen gebruiken de sporen als
wandelweg naar de stad. We zijn op onze hoede, door het voorval van gisteren maar ook omdat men ons waarschuwde dat er rond het oude station drugsverslaafden rondhangen. Isaac wandelt met ons mee en luistert naar onze frustraties over de gestolen gsm. Hij vertelt over zijn triestige jeugd en zijn werk als porter bij trekkings. We zien overal werkers druk in de weer die het gras om en rond de sporen wegharken. Isaac vertelt dat er vanaf volgende maand weer een trein zal passeren in Moshi, wat ons totaal onrealistisch lijkt ! We genieten van de wandeling. We leren Bobbie, een rastaman, kennen en regelen bij hem een koffietoer voor morgen.
Moshi is het koffieproducerende centrum van Tanzania. Rondom de stad en op de hellingen van de Kilimanjaro zijn er grote koffieplantages. Het zijn vooral de Chagga, de belangrijkste
etnische groep hier, die de koffie teelt en verwerkt. Met Emmanuel, een vriend van Bobbie, bezoeken we een familie van koffie- farmers. We rijden 20km over slechte aardewegen in de gietende regen naar het dorp Materuni en krijgen er deskundige uitleg over het produceren van koffie. Zo leren we dat koffieplantages altijd tussen bananenplantages staan omdat ze best in de schaduw gedijen. De koffie wordt drie maal gepeld en tijdens ritmisch gezang geplet tot koffiepoeder. We wandelen door het gehucht tot aan de waterval. Het is hier zeer basic en de mensen leven in grote armoede. Het is gelukkig gestopt met regenen. De paden liggen er heel glibberig bij, het is schuiven over de modderweg in plaats van stappen. De natuur is prachtig. Na de lunch keren we terug naar Moshi. Langs de
straat worden we toevallig (?) aangesproken door Isaac, die gisteren met ons meewandelde. Hij meent te weten waar mijn gestolen gsm is en dat ze hem nog niet geflasht hebben. Ik beloof hem $ 50 als hij die binnen het uur kan brengen naar het koffieterras, waar wij ondertussen een koffie drinken. Hij vertrekt en het wachten begint, de spanning stijgt,...Na één uur, twee uur is Isaac niet terug. We keren ontgoocheld en kwaad terug naar ons hostel.
De laatste dag in Moshi slapen we uit, gaan lekker lunchen en maken een wandeling naar de Woman's craft group. We zijn op onze hoede en zoeken tussen alle mensen naar Isaac. Nergens is hij te bespeuren. Net als we alle hoop opgeven zien we hem even verderop staan. We pakken hem bij de arm en vragen uitleg over gisteren. Hij beweert dat ze de dief
opgesloten hebben en dat ook Bobbie, de rastaman, op zoek is naar ons om mijn gestolen gsm terug te halen. Een camionette met Bobbie en nog een rastamanvriend stopt voor onze neus en wenkt dat we moeten instappen. Met z'n allen rijden we naar de gangs, de achterbuurten van de stad. Ook de "grote broer" van Bobbie stapt in en blijkt de onderhandelaar te zijn met de verslaafde criminelen . Vier gore drugverslaafden stappen in en een lange onderhandeling begint. We zitten te midden een misdaadfilm en krijgen ongewild de hoofdrol! Ze geraken het eens en we rijden naar de persoon die mijn gsm gekocht heeft. Ik krijg een gsm in handen en moet hem identificeren als de mijne. Als ik hem open merk ik dat de gsm geflasht is, dat al de gegevens en apps weg zijn. Ik kan
hem terugkopen voor € 50. We maken duidelijk dat we niet meedoen met hun onnozel circus en dat ze hem in hun....mogen steken. We worden afgezet bij ons hostel en gaan een grote pint drinken om te bekomen! We zetten alles nog even op een rijtje en komen tot het besef dat Isaac bij de dievenbende moet horen en als contactpersoon functioneerde.
Alle mensen zijn echt heel vriendelijk en lief in Tanzania en plots worden we met deze misdaad geconfronteerd. Het maakt ons kwaad en haalt het slechte in ons naar boven. We hoorden al veel verhalen over corruptie bij de politie en hebben er nu zelf ook één. Drugs zijn een gekend probleem in de stad. De politie weet van deze praktijken af, maar speelt met de criminelen onder één hoedje. Ze worden betaald om naar de

andere kant te kijken. Moshi is een stad waar groot geld voorbij komt..elke klimmer betaalt $ 1500 voor een trekking van 6 dagen (het jaarloon van een werkende Tanzaniaan). Er zijn meer illegale trekking buro's dan legale waar veel groot geld passeert... We zijn blij dat we morgen Moshi verlaten en dit zonder dat we de Kilimanjaro zagen en zonder mijn gsm!
zondag 16 juni 2019
ARUSHA ( 5 - 9 JUNI 2019 )
Titus dropt ons om 6u 's morgens bij de luxebus die naar Arusha rijdt. We zijn blij dat we op een comfortabele wijze de lange afstand kunnen leggen. Na een paar uren rijden hebben we nood aan een plaspauze en krijgen we honger. Onze hoop verdwijnt snel. Wij hebben maar 2 keer een stop. Eén stop omdat de bus een klapband heeft en een tweede stop van 10 minuten om naar het toilet te hollen, snel iets te kopen om dan in de bus op te eten. De muziek staat megahard. Daarnaast gaat er, telkens als de bus te snel rijdt, een schel geluid af. Om 19u en 750km verder rijden we, compleet uitgeblust, Arusha binnen. Voor ons geen lange afstanden meer! Het is al donker en er komt veel volk op ons af. We voelen ons niet op ons gemak in het busstation. We vragen iemand om Elisha te bellen om ons op te pikken. In een mum van tijd staat hij bij ons. We rijden naar het huis van zijn
ouders bij Jeremia en Judith, ons tweede airbnb verblijf. De hele familie is aanwezig en hun zeer warm en lief onthaal compenseert alle lasten van de rit. Het is feest en we smullen van de pilaw. Deze maaltijd wordt enkel bereid bij feesten en belangrijke gebeurtenissen en vandaag zijn wij dat, 2 Belgen ten huize mama Elisha. Ook de vrouw van Elisha is jarig waardoor we mogen delen in de verjaardagstaart. We zingen onze Belgische birthdayliedjes en leren de kinderen Chinees vuurwerk maken. Erik en Neema, twee studenten toerisme, wonen er ook en helpen de familie met van alles en nog wat. Elisha woont met zijn gezin in Arusha-stad, 12 km van zijn ouders. Wij blijven logeren bij Judith en Jeremia. Zij zijn trouwens leeftijdsgenoten van ons.
We willen het leven daar ter plekke op ons
laten afkomen. Het gehucht ligt afgelegen met enkel aardewegen ernaartoe. Grote stukken van de aardeweg zijn weggespoeld door de hevige regenval. Zelfs op maps.me zijn deze straatjes niet te zien. In het gehucht staan evenveel kerkgebouwtjes als huizen. Jeremia is pastoor in een Lutheriaanse kerk. Wij gaan graag op zijn voorstel in om te gaan wandelen en ondertussen zijn kerk te bezoeken. De omgeving is fantastisch mooi, het dorp ligt te midden bananenplantages en koffieplantages. Jeremia toont heel trots zijn kerk maar wij zien enkel een ruwbouw met nog veel werk aan de winkel. Wij kunnen ons al snel wat oriënteren en verkennen verder de omgeving met Erik aan onze zijde. Arusha ligt op een heuvelflank op 1.400m hoogte. Hier zijn geen malariamuggen waardoor we
beslissen om even geen malarone meer te nemen. We genieten van alle rust die de omgeving uitstraalt. De mensen leiden hier een eenvoudig bestaan. Iedereen heeft zijn eigen koeien, tuintje en leven zelf bedruipend zonder comfort. Ook Judith en Jeremia hebben 4 koeien die elke dag om 6u gemolken worden door Judith.
Erik wil ons vergezellen naar Arusha-stad, maar wij zijn plantrekkers en gaan liever onze eigen weg. Met de daladala vinden we vlot de juiste halte en stappen uit. Arusha is een typische Afrikaanse stad. Niet gezellig, niet ongezellig. Wij zien opvallend veel mensen met albinisme. Het is een zot idee dat deze mensen nog niet zo lang geleden gedood werden omdat men geloofde dat hun lichaamsdelen geluk brachten. Een nieuwe wet verbiedt dat nu en bestraft deze walgelijke praktijken. Op
straat zijn wij getuige van een man met albinisme die, als enige, opkomt voor een (straat) kind dat hardhandig wordt aangepakt door een ander straatkind. Hier is de mentaliteit van 'we staan erbij en kijken ernaar', wat naar aanvoelt voor ons. We bezoeken de gezellige masaai markt in Arusha met veel kleurrijke stoffen, snuisterijen, sieraden gemaakt met pareltjes,...Zoals op vele lokale markten is afdingen de boodschap. In Arusha leven grote Indische gemeenschappen en wij genieten er dan ook van om eens lekker Indisch te kunnen eten. De clocktower in het centrum is het middelpunt van Afrika, tussen Egypte en Zuid-Afrika.
Arusha is de uitvalsbasis naar de bekende Serengiti en Ngorgoro Nationale parken. de prijs voor een bezoek aan deze parken is
echter schandalig hoog en dus geen spek voor onze bek. Gelukkig ligt Tarangire nationaal park ook in de buurt, bekend om zijn grote populatie savanne olifanten en vele honderden jaren oude baobab bomen. De naam Tarangire is ontleend aan de Tarangire rivier die door het beschermde gebied loopt en de voornaamste levensader voor de wilde dieren is. De olifanten hebben een eigen techniek om water uit de baobab's te halen, we zien dan ook heel veel geschonden bomen. Elisha neemt ons een dag mee op safari. Het is een onvergetelijke dag en een prachtige ervaring. We zien veel kuddes olifanten aan ons voorbijtrekken, bul's vechten om het heerschap met het nodige kabaal. Groot en klein zijn voortdurend in beweging. We spotten een luipaard en zoals de naam het zegt 'lui' in een boom. Maar we
weten wel dat we niet uit de jeep moeten komen. Het grote wildpark is zijn naam waardig. Masaai giraffen, apen, leeuwen, struisvogels en impala's. Het park is enorm groot. In die grootsheid van het landschap lijken al deze dieren heel klein. Elisha wijst ons meerdere keren op de vele vogels in het park, allen met prachtige kleuren. De picknickplaats is een gevaarlijke plek. Familie's apen weten al generaties lang dat er hier van alles te roven valt. Het zijn dan ook beroeps aanvallers om eten te pikken uit de handen. Geef ons maar een rustig restaurant zonder apen!
De streek rond Arusha is ook de habitat van de Masaai-tribe. We zien onderweg naar Tarangire meerdere Masaaidorpen en Masaai op stap met hun vee in de uitgestrekte weiden. We willen graag een
Masaaidorp bezoeken maar geen toeristisch dorp waar de masaai in klederdracht zitten te wachten op ons en hun nummertje opvoeren. We willen hun echte leven zien. Elisha gaat op zoek en stopt onderweg bij zo'n dorp. Er zijn maar enkele Masaai in het dorp, de tamtam doet zijn werk en even later komen ze van ver uit de weiden naar het dorp terug. Ze tonen trots hun hutten. De hut heeft precies de structuur van een slakkenhuisje, gemaakt van gevlochten takken en opgevuld met mest en modder. Het is er heel klein, een ingang, een kookplaatsje en een slaapplaats die ook dienst doet als zitplaats. Ze slapen op een plastieken zeil. Verder is er weinig te bespeuren in de hut. We staan versteld dat ze zo weinig bezitten. Ze wonen in een kraal met een omheining van doorntakken om de wilde dieren op afstand te houden. Ze eten vooral vlees en durven weleens
bloed te drinken van hun koeien. Wij worden vriendelijk onthaald. Ze willen graag met ons een praatje slaan, maar verder dan elkaars naam benoemen komen we niet. Ze dragen mooie kettingen en oorringen gemaakt van kleine kraaltjes. Enkelen doen hun halsketting aan en voeren hun typische springdans op met ritmisch gezang.
Op zondag valt het leven stil in Tanzania. Zo ook in Arusha, iedereen trekt dan zijn schoolkostuum of allerbeste kleren aan om naar de kerk te gaan. We gaan met plezier in op het voorstel van Jeremia om een kerkdienst in zijn kerk bij te wonen. Om 10u staan we paraat bij de kerk maar als er een uur later nog geen ziel komt opdagen gaan wij bij de concurrentie in het dorp. We vinden die vlot want overal horen we vrolijk gezang. We voelen dat de kerk hier echt van de mensen is
en niet van de priester. Het is aandoenlijk mooi om iedereen te zien dansen en te horen zingen.
Ons verblijf bij de familie is heel hartverwarmend en aangenaam , maar ook heel intens en beklijvend. Zo krijgen we bvb. amper de kans om ons brood uit de rooster te halen, om onze stoel in positie te zetten,....ze zorgen te goed voor ons! We hebben nood aan wat meer bewegingsvrijheid en beslissen om even geen homestays meer te boeken.
Abonneren op:
Posts (Atom)

















