zondag 28 april 2019
zaterdag 27 april 2019
JEEPTOUR DANAKIL DEPRESSION ( 20 -23 APRIL 2019 )
De komende drie dagen bezoeken we Danakil Depressie, één van de highlights van Noord-Ethiopië. Dit gebied ligt in Afar-gebied grenzend aan Eritrea. De Afar zijn moslims en de oorspronkelijke bewoners van dit gebied. Ze staan bekend als een nors en eigenwijs volk en controleren met hun eigen mensen dit gebied. Met drie jeeps vertrekken we vanuit Mekele richting Ert Ale, een actieve vulkaan. Om veiligheidsredenen rijden we in kolonne. We zijn blij dat Febe en Nele opnieuw onze reisgenoten zijn. We houden een eerste stop in het dorp Abale, waar matrassen, voedsel en water ingeladen worden. Nog drie andere jeeps voegen zich bij ons en in één lange kolonnne rijden we verder. We doorkruisen spectaculair en mooi landschap:
eerst dalen we het hoogland verder af en rijden via pistes door woestijngebied. De Chinezen zijn hier druk in de weer om een asfaltweg aan te leggen tot aan de Rode Zee, als doorvoerweg voor in- en export. We puffen en blazen, het is meer dan 40°C. We rijden langs enorme lavavelden. In de verte zien we de rokende Erte Ale vulkaan, ons einddoel voor vandaag. De laatste 12 km wordt het bumpy-rijden over de lavavelden. We krijgen een gratis Afrikaanse massage. Een jeep is hier geen overbodige luxe! Een uur later bereiken we het basecamp, een groot woord voor enkele eenvoudige hutten met strodak. Toen er vorig jaar spanningen waren met Eritrea werd dit kamp ingepalmd door het leger.
Er lopen meerdere Afar-mannen rond met een kalashnikov op de rug. Kamelen worden geladen met matrassen en vertrekken naar de slaapplaats bij de krater. Als de avond valt vertrekken ook wij richting krater, met de gids voorop en enkele bewakers voor en achter. De laatste 9 km moeten we te voet de vulkaan op. Het staptempo van de groep ligt vrij hoog en is licht stijgend, geen evidentie voor 55plussers met enkel jeugdigen in de groep. Het is donker en het volle maanlicht zorgt voor mysterieus stappen op de lavastenen. Drie uur later bereiken we onze slaapplaats. Even verderop ligt de krater, de zwavellucht prikt in onze neus. In het donker, met enkel het licht van zaklampen, klauteren we over zachte lavarotsen tot we de kraterrand bereiken.
Enorme sulferwolken drijven over de rand, waardoor we de mond moeten bedekken met onze buff. We zijn toch wat ontgoocheld. We hadden gehoopt om magma te zien, maar sinds twee jaar kan je meestal enkel nog sulferdampen zien omhoog stijgen. Rond middernacht liggen we op onze matras in ons 1.001 sterrenhotel. Rond 4u30 worden we gewekt om nog eens naar de krater te stappen. De zon komt op waardoor we de mooie en grillige lavastromen rond de krater kunnen bewonderen. Het lijkt alsof ze pas gisteren gestold zijn. Daarna vatten we de terugtocht aan. Elk gaat in eigen tempo naar beneden. Ook nu zien we waar we gisterenavond over gestapt hebben, kilometers gestolde lava. We zien ook de keerzijde van het toerisme naar de vulkaan. Of van de soldaten die het gebied bewaakten?
Net zoals bij de slaapplaats liggen overal lege plastiek flessen, een zeer groot minpunt. Hier zijn ze duidelijk niet bezig met het milieu. Terug in het kamp worden we verwend met een lekker en uitgebreid ontbijt. Daarna rijden we over hetzelfde zanderige en hobbelige pad terug tot aan de hoofdweg. 's Middags pauzeren we bij een enorm zoutmeer. Tijd om ons te verfrissen en te zwemmen. Erg fris worden we er niet van want het water is bloedheet en zwemmen moet hier als drijven gelezen worden. In de late namiddag zijn we terug in Abale, waar we logeren bij een lokale familie. De koude douche doet wonderen.
Opnieuw moeten we vroeg uit de veren! De Ethiopische parasieten hebben Martien te pakken. Ze nestelen zich in haar darmen met alle gekende
vervelende gevolgen. Om 4u30 zijn we al op weg, richting Danakil-woestijn. Dit gebied ligt 125m onder de zeespiegel en is daarmee het laagste punt van Afrika. Het is ook de warmste plek op aarde! We ontbijten onderweg in een klein restaurant in een Afardorp. Alles is hier zeer dor en stoffig! We rijden door de zoutwoestijn en zien in de verte Afar-mensen zout kappen. We stoppen bij een gebergte, laten de jeep achter ons en wandelen de berg op, alweer begeleid door een Afar-man met geweer. Na een korte wandeling bereiken we Dallol, een unicum op de wereld! Deze surrealistische vlakte bestaat uit grillige zout- en sulferformaties met prachtige gele, witte en groene kleuren en kleurrijke riviertjes en waterplassen. Het is onwerkelijk prachtig!
Het lijkt alsof we op een andere planeet aanbeland zijn. We hebben ogen en tijd tekort. Daarna rijden we verder naar een canyon, volledig uit zout gevormd. Deze zoutbergen zijn ooit achtergelaten door de Rode zee. De grillige vormen zijn gevormd door wind en water.Vervolgens rijden we door naar de zoutmijn.
Waar het zoutmeer zich heeft teruggetrokken zien we Afar-mensen grote blokken zout loskappen van de zoutbodem. Het is ondertussen alweer snikheet. Al meer dan 2000 jaar overleven de Afar hier door deze zoutwinning. De zoutblokken van ongeveer vijf kilo worden op kamelen geladen om dan in zoutkaravanen aan hun tocht van 7 dagen naar de Ethiopische hoogvlakte te beginnen. In Mekele worden ze dan doorverkocht aan handelaren. Een laatste halte is bij het grote zoutmeer waar het witte zout overheersend is. Na de lunch rijden we de lange rit naar Mekele terug. De zoektocht naar een goede overnachtingsplaats is heel lastig! De twee pensions die we bezoeken zijn donker en vies, niks voor ons. We settelen ons uiteindelijk in Parrot Guesthouse, wat duurder maar wel met een gezellige tuin.
Ondanks de hitte en de lange ritten in de jeep was de driedaagse jeeptour naar Danakil een absoluut hoogtepunt tijdens onze reis in Noord-Ethiopië.
donderdag 25 april 2019
AXUM EN TYGREY ( 17 - 19 APRIL 2019 )
Wij worden door Chichi opgehaald aan ons hotel voor een rit van 4 uur naar Axum. We zijn blij met het comfortabele vervoer want lokaal vervoer is hier heel hevig en vermoeiend. Chichi is een aimabele man en vertelt ons met trots over zijn land. Het eerste deel, door de Simien Mountains, is een piste en in zeer slechte staat. Het uitzicht is heel mooi. Het is lastig om te zien in welke zeer barre omstandigheden deze mensen hier moeten leven. De droogte, de hitte, het niets hebben,....Daarna is de weg prima. We passeren 1 van de 9 vluchtelingenkampen. De vluchtelingen uit Eritrea mogen er tijdelijk wonen. Ze krijgen geen paspoort en hebben enkel toegang tot het volgend dorp, waardoor ze geen toekomstmogelijkheden hebben.
Naarmate we de Tigrey-vallei naderen verandert de vegetatie. Er groeien Baobab's, de omgeving is groener, geen zanderige grond maar rotsen en rotsblokken. De huizen worden hier dan ook gebouwd met deze rotsblokken. Alles oogt rijker. Volgens Chichi lijkt dit alleen maar zo, de inwoners zijn al even arm als zij die in hutten wonen.
In Axum worden wij in een lokaal restaurant (bij Lucy) getrakteerd door Chichi. We genieten van onze overheerlijke injera met shiro saus. En nadien hoort er natuurlijk een straffe koffie bij. Het stadje is rustig en gezellig. Op aanraden van Chichi gaan wij in de namiddag op stap met zijn vriend Solomon om de Obelisken te bezoeken.
Solomon vertrekt begin mei naar Amerika. Hij kreeg als 1 van de duizend een visum om zich daar te vestigen. Hij heeft nog geluk want de grote baas van Amerika wil dit afschaffen.
Enorme granieten steles (pilaren) zijn het enige wat nog overblijft van Axum's vroegere glorie. Ooit een enorm rijk van Jemen tot Ethiopië en het kruispunt van vele bloeiende karavaansroutes, en dit in de eerste eeuw na Christus. Enkele monolieten staan nog overeind. Eén van de obelisken werd door Mussolini meegenomen en stond meer dan 50 jaar in Rome. De Ethiopiërs eisten die terug. Onder internationale druk werd de Obelisk in 2005 teruggegeven en staat sinds 2008 weer recht in Axum.
We logeren in het Africa hotel, de meest gezellige overnachtingsplaats tot nu toe. Gezellig wordt hier zeker in een andere context gebruikt dan onze gezelligheid thuis. 's Avonds leren we Nele en Febe kennen. Twee pittige Westvlaamse meiden die 4 weken vrijwilligerswerk deden in Gondar als kiné en nu nog enkele weken door Ethiopië reizen. Ze spreken een mondje Amhaars en zijn experts in het afdingen.
We laten ons de volgende morgen met een bajaj brengen naar de ruïnes van het paleis van Sheba. We zien in de verte de bergen van Iritrea. Na de ruïnes en de tombes zit ons cultureel programma er op. We zijn geboeid door de gesprekken met Solomon. Hij is diepgelovig, wat bepalend is voor zijn doen en laten in zijn leven. We keren te voet terug.
Het is weeral lekker (te) warm. In de namiddag piepen we bij de plaatselijke kerk. Volgens de overlevering zou hier de originele ark met de 10 geboden bewaard worden. De bisschop is vandaag op bezoek! Alle pelgrims van over het ganse land komen hem bewonderen en met hem toertjes lopen rond de kerk. Wij gaan er vooral heen om de pelgrims te zien. Helaas vliegen wij het kerkdomein uit omdat we weigeren een ticket te kopen ( enkel omwille van onze bleke toeristen huid ). We vinden het niet leuk dat hun prijzen steeds de pan uitswingen als ze ons hoofd zien....maar we moeten dit aanvaarden, dit is Ethiopië.
De volgende dag rijden we met privé vervoer (dit alles nog geregeld door Melese) door naar één van de vele Tygrey-rotskerken, nl.de Abuna Jemata Guh-rotskerk. We blijven dus nog even in de kerksferen. We zijn met zijn 7en. Nele en Febe vergezellen ons, een Zuid-Afrikaanse dame, Bruno en Anita. Een leuk Zwitsers stel dat al 2,5 jaar rondreist met de fiets. Ze backpacken door Ethiopië omdat met de fiets reizen gewoon geen optie is. Ze gooien met stenen naar fietsende toeristen. Niets ligt hier om de hoek, we komen pas rond de middag aan. De autorit is fenomenaal mooi. De Gheralta-streek staat bekend als één van de mooiste landschappen van Ethiopië.

Een uitgestrekte hoogvlakte met hoge en minder hoge bergen die door erosie een unieke vorm hebben gekregen. De kerk ligt hoog verstopt in een grot, in en tussen de rotsen. We moeten ingang betalen (wat we met plezier doen) maar dan komt de aap weer uit de mouw. Er komt er eentje af die zegt dat we best een gids nemen (te betalen natuurlijk). Dan komt er nog eentje met een touw rond zijn armen die zegt dat het heel gevaarlijk is: recht omhoog langs de rotsen en dat we dus best zorgen voor (Afrikaanse) beveiliging. Het gezaag hierrond duurt wel een half uur en we weigeren allemaal. We gaan door, de gids blijft ons maar volgen. Met honger, in de felle zon starten we onze klim. Na een uurtje omhoog stappen komen we bij de steile rotsen.
Filip, Febe en de Afrikaanse dame gaan ervoor en klimmen verder de rotsen op. Het is echt pittig en gevaarlijk! Blootvoets zoeken ze naar rotsholtes om hun voeten en handen vast te zetten om zo omhoog te geraken. Eenmaal boven is er een open grottombe met de restanten van overleden monniken. Nog één laatste richel tot bij de ingang van de rotskerk. Het uitzicht is ongelooflijk mooi, net zoals de schilderijen in de rotskerk, met taferelen uit het oude en nieuwe testament.
Eenmaal terug beneden besluiten we om door te reizen en de andere rotskerken te laten voor wat ze zijn. We hebben honger en willen eten. De Afrikaanse dame blijft hangen in het eerste dorp en wij reizen verder. Het is al donker als we het tourist-office van ETT-tours bereiken. We regelen ons driedaagse jeeptour naar Danakil en worden naar ons guesthouse gebracht. We krijgen twee kamers, één om in te slapen en één om naar het toilet te gaan en te douchen ( ons sanitair werkt niet ).
Abonneren op:
Posts (Atom)
















