FILMAR IN AFRIKA
5 maanden onderweg in Oost-Afrika... van 9 april tot 29 augustus 2019
dinsdag 27 augustus 2019
EVEN TERUGBLIKKEN OP MADAGASKAR
Madagaskar was tot 1960 een Franse kolonie en dat laat tot op vandaag nog duidelijk zijn sporen na. Vooreerst is de tweede taal Frans. Daarnaast zijn sommige namen van dorpen en steden Frans, ze spelen petanque, je kan op veel plaatsen stokbrood, croissants en pastis krijgen, de gendarmes zijn gekleed zoals de Fransen, de menu’s in de restaurants bestaat uit drie gangen, we zien nog veel koloniale gebouwen en veel oudere Fransen zijn samen met een jong Malagassisch meisje…
Ook Madagaskar is geen backpackersland. We zagen wel veel toeristen, maar met een touroperator, in groep of individueel (auto met chauffeur). We reisden enkele keren met een taxibrousse, het vervoers-middel van de lokalen, die pas vertrekt als hij vol is (en dat kan wel even duren), maar dan wel
goed
doorrijdt. Daarnaast kan je ook een zitje reserveren bij enkele shuttlediensten
(Cotisse, Transmalala,…) die toeristen in minibusjes vervoeren. En dan zijn er nog
de lege tourauto’s die naar Anta-nanarivo terugrijden en toeristen meepikken.
Maar al bij al was het een heel gedoe om te weten waar en wanneer ze vertrokken
(er zijn geen vaste vertrektijden en plaatsen). Madagaskar is een goedkoop land
om te backpacken. Alleen de kosten voor uitstapjes (snorkelen, walvis
spotten,…) en de bezoeken aan de
nationale parken lopen vlug op. In de meeste steden zagen we tuktuks,
fietsriksja’s en pousse- pousses.
Madagaskar is een vrij groot land (19 maal Belgïe). We bereisden enkel de Zuidelijke en de Oostelijke route. De wegen zijn heel wisselend, soms betere stukken asfaltweg,
soms diepe putten in de weg. De Westelijke route is echter erbarmelijk, de asfaltweg is op veel plaatsen deels of geheel verdwenen, waar-door slalommen tussen de diepe modder-putten noodzakelijk is. En dan spreken we nog niet over de wegen ( o.a. in het Noorden) die enkel met 4x4 te bereizen zijn ! Overal in het land zagen we rijstterrassen en baksteen-velden ( waar men uit klei bakstenen maakt, droogt en bakt ).
Madagaskar is een arm land. Zowel in het Zuiden als het Oosten zagen we heel veel armoede, veel mensen die in bamboehutjes wonen met weinig middelen. Toch zijn de Malagassïers altijd goedlachs, vriendelijk en gastvrij, ze zingen en dansen graag, ze genieten van het leven. Ze zijn niet opdringerig en tonen respect voor ons als gast in hun land. Het zijn doorgaans harde werkers, gedreven en creatief,
hier geen polo-pole of hakuna-matata! Ze verwerken alles van wat de natuur te bieden heeft. Ze zijn opvallend klein van gestalte en groepen hebben een Indonesisch, Azia-tisch uiterlijk en anderen (vooral in de kust-gebieden) een Negroïde-uiterlijk. Een typische drank hier is de punch, rum getrokken op ginger, vanille, kaneel of fruit.
Madagaskar heeft een unieke fauna en flora, 80 procent van alle planten komen alleen in Madagaskar voor, bvb. de cactusboom, de waaierboom,… De natuur biedt veel diversiteit ( kust, woestijn, regenwoud, meren, bergen,…). Veel van de maki’s en de kameleons leven uitsluitend in dit land. We hebben er enorm van genoten.
Het onderwijs heeft openbaar en privé-onderwijs. Ook voor het openbaar onderwijs
moet schoolgeld betaald worden waardoor een groep
kinderen uit de boot valt. Tina, onze gids, schat dat 70 % van de kinderen naar
school gaat. Dat betekent dat een derde niet leert lezen, rekenen en schijven !
Op sommige plaatsen zijn er klassen en zelfs scholen tekort, waardoor de
kinderen in shiften naar school moeten ( de ene groep in de voormiddag, de
andere groep in de namiddag ).
Gezondheidszorg is voor de Malagassie heel duur. Iedereen moet voor elke consultatie, ingreep en medicatie bij de dokter, tandarts en ziekenhuis betalen. Zo had de vrouw van Tina vorig jaar een bevalling met keizersnede, wat hen € 500 kostte. Hij betaalt nu nog steeds zijn lening, om dit bedrag terug te betalen, af.
Madagaskar was, in alle opzichten, anders dan de vier Oost-Afrikaanse landen waar we doorreisden. Het voelde meteen goed aan en dat is de hele reis zo gebleven. Het was een topper en ideaal als afsluit van onze lange reis.
ILE SAINTE MARIE & ANTANANARIVO ( 21 - 28 AUG 2019 )
Stipt om 4u worden we, samen met nog een andere reiziger, opgepikt door het busje van de bootcompany. Als we ons willen registreren in het kantoor blijkt dat we bij de foute company terecht gekomen zijn. Het is blijkbaar voor iedereen vroeg? Een telefoontje naar Cap Sainte Marie en we worden even later opgepikt en gedropt bij de juiste company. Het ontbijt, dat inbegrepen is, stelt niets voor: een kopje thee of koffie en 3cm stokbrood. Wij zijn de enige vreemdelingen in het busje naar de haven Soanierana Ivongo. Wij dachten dat we alle slechtste wegen reeds bereden hadden op onze reis, maar niets is minder waar. De weg (RN5) is de grote winnaar in erbarmelijk wegdek. Wat ooit een asfaltweg was, is nu een hindernissen parcour vol gaten, putten,.. Het eerste deel van de rit, van Tamatave naar Mahambo, 65 km duurt meer dan 3 uur.
Ochtenddutten zit er totaal niet in. Eens het daglicht er is kunnen we weerom genieten van het tropische regenwoud en het lokale leven in en rond de bamboehutjes. De volgende 90km is de weg veel beter en twee uur later bereiken we Soanierana Ivongo.
De stad en de haven zijn zeer vies, vuil en ongezellig. In onze ferryboot is er plaats voor 20 mensen. We doen onze zwemvesten aan om de oversteek naar Ile Sainte Marie te maken. De haven uitvaren is geen makkie door de hoge golven en de woelige zee. Eén van de hulpjes kruipt over de boeg tot voor de kajuit. Hij moet met een trekker de ruit vrijwaren van de spetters van de golven, zodat de schipper de hoge golven ziet afkomen. Voor ons lijkt dit een beangstigende job. We worden opnieuw dooreengeschud zoals in het busje maar deze keer door het op en neer gaan van de boot.
Eénmaal aan land staan er ons velen op te wachten met hulp
en advies maar op dit kleine eiland zal het wel alleen lukken. We kiezen om in het dorp, Ambodifofatra, te
blijven. Een dorp heeft net iets meer te bieden dan een afgelegen strandhutje.
We hebben onze zinnen gezet op hotel Hortensia maar dit is helaas volzet voor
vandaag. Morgen komt er een kamer vrij en proberen we opnieuw. We gaan voor de
2e keuze in een houten bungalow, even verder op. We kunnen beginnen aan het uitbollen
van onze lange reis….
Het dorp is een paar straten groot en heeft enkele gezellige restaurantjes en winkeltjes. Er verblijven hier opvallend veel Fransmannen die heel nauwe vriendschappen hebben met jonge lokale meisjes. Het eiland is van zuid naar noord 60km en het breedste punt 7km. Het eiland is één grote mooie botanische tuin vol
exotische planten. Hoe kan het ook anders… het ene moment valt het water met bakken uit de lucht en het ander moment is de zon volle bak van de partij, steeds met aangename temperaturen.
Het eiland was rond de 18e eeuw een echt piratenbolwerk. De ligging was ideaal, hun schip konden ze verstoppen achter Ile aux Forbans vanwaar ze zicht hadden op de handelsroutes van de scheepvaardij. Daarnaast hadden ze op de eilanden een overvloed aan fruit. Een aantal beruchte Franse en Engelse piraten liggen begraven op het piratenkerkhof op een heuvel in Baie des Forbans. We maken er een tocht van om hen ook onze laatste groet te brengen. Enkele graven verdwenen reeds in de zee omdat er elk jaar ferme cyclonen over het eiland razen en zo delen van de oevers verdwijnen. De weg naar het kerkhof is
tropisch mooi en gaat via meerdere lagunes.
Vanuit de baai zien we ook de eerste gebouwde katholieke kerk van Madagaskar.
We huren een brommer en rijden naar het eiland Ile Aux Nattes dat aan de zuidkust ligt. Het eiland zelf is enkel te bereiken per pirogue. Er zijn hier mooie stranden, er zijn geen wegen waardoor er geen auto’s rijden. De zee is helderblauw, de zon is enkele uren van de partij, meer hebben wij niet nodig. We verkennen het kleine eiland en wandelen door het dorp. Hier heeft de tijd stilgestaan, de eilandbewoners leven ver weg van de moderne wereld, van de consumptie en zijn op zichzelf aangewezen. We smullen overheerlijke zee- verse vis. Eentje van ons beiden plonst in de zee en zo gaat ook deze dag aan ons voorbij. Drie lemuren zijn van de partij en laten van
zich horen. We zijn getuige van “als 2 lemuren vechten voor een been, loopt de derde ermee heen”-gevecht. Een oorverdovend agressief gekrijs. We weten niet goed wat ‘Nattes’ betekent maar we veronderstellen ‘zandvlooien’ want eentje van ons beiden heeft ontelbaar veel vlooienbeten.
Zondag is hier een rustdag, Voor ons zeker, het is onze laatste zondag op onze reis. In het dorp valt het leven stil. Op een pleintje zijn er hanengevechten, enkel voor hanen en mannen. Die mannen koesteren hun dieren alsof hun leven ervan afhangt. Ze strelen de hanen, keuren hun pootjes,….niet de mooiste activiteit.
We vliegen terug naar Antananarivo, waar we nog een laatste vakantiedag hebben en een ereronde doen in de stad.
Tegenwoordig
zien wij overal 2-lingen! Onze familie Filmar wordt nog een
beetje groter. Jolle en Wendy krijgen een 3e en 4e
kindje, een 2-ling op komst. Oona en Kato worden trotse zusjes. Zij blij, wij
blij, iedereen heel blij. Onze gedachten
dwalen meer en meer weg in de richting van: volgende week dit, overmorgen
dat... Het kriebelt als we aan onze kleintjes, de kleintjes op komst, onze grote kinderen en co's, aan
mamz en aan iedereen denken.
vrijdag 23 augustus 2019
MANAMBATO & TAMATAVE ( 17 - 20 aug 2019 )
Vanuit Andasibe rijden geen rechtstreekse taxi-brousses naar Manambato, waardoor we naar het kruispunt bij de hoofdweg RN2 moeten, 5 km verderop. Olivier reserveerde een plaats voor ons op de taxibrousse die vertrekt vanuit Maromanga en rond 9u aan het kruispunt stopt. Omdat we niet weten of we moeten stappen of meekunnen met een auto zijn we om 7u30 al op weg. Onze duim in de lucht zorgt meteen dat we kunnen meerijden tot aan de grote weg. We zijn ruim-schoots op tijd bij het kruispunt. De rit naar Brickaville verloopt heel vlot. De stad Brickaville is eerder “brokken”ville, zeer ongezellig. We vinden zelfs geen deftige plaats om te lunchen. We beslissen om meteen door te reizen naar Manambato. Filip gaat op zoek naar vervoer, iemand met een 4x4 want we hoorden dat de weg naar Manambato in zeer erbarmelijke staat is. Het is niet gemakkelijk om iemand te vinden die
een mondje Frans spreekt. Als de juiste man gevonden is zijn we erg verwonderd als ze, een half uur later, afkomen met een Renault 4? Is hun Frans dan zo slecht dat ze enkel “quatre” begrepen? Ze stellen ons gerust, vertellen dat ze de route kennen en deze al eerder reden. De eerste 11km asfaltweg rijden vlotjes maar de 7 km piste hierna gaan over een ruig, modderig aardepad (en dit is nog een te deftig woord). We doen er, met veel slalommen en duwen, meer dan een uur over. De Madagassiërs bewijzen nog maar eens dat ze plantrekkers zijn. We settelen ons in Espaces Vacances Adrianina, gerund door een vriendelijke familie. Deze plaats is zeer populair bij Tana-families. Manambato is één van de weinige bestem-mingen langs Canal des Pangalanes dat per auto te bereiken is. Van hieruit kunnen we
langs de kanalen,
in 5 uur, naar Tamatave varen. Als we de prijs horen van de oversteek, laten we
die voor wat het is en beslissen om over land verder te reizen. Het canal de Pangalanes worden gevormd door een 100kms lange
aaneenschakeling van meren, kreken en lagunes die door kanalen met elkaar
worden verbonden. In koloniale tijden werd het water voor transport gebruikt ,
maar inmiddels is zoveel overgroeid dat alleen de kleine pirogues van lokale
vissers hun weg kunnen vinden. Het kanaal is op sommige plekken maar 100m
verwijderd van de zee. Vele vissers maken gebruik van beide wateren. Ze gaan
met traditionele kano’s het water op om te vissen, ze wassen zich in het water
en gebruiken het als drinkwater.
Wij willen de natuurpracht bewonderen en
varen er een dag op
uit naar het Palmarium. We vinden geen enkele backpacker of medereiziger om een
boot te delen waardoor we een grote boot voor ons alleen hebben. In het kanaal
is er een uniek ecosysteem ontstaan door het brakke water (zoet en zout).
Schitterend natuurschoon glijdt aan onze ogen voorbij: de reizigerspalm,
eucalyptus planten, de zeldzame olifantsoren en raffia palmen.
Het Palmarium is een privé natuurreservaat op een schiereiland van 60 ha. Meteen bij het aanmeren horen we het luide gezang van de indri’s, alsof ze ons verwelkomen. We popelen om hen van nabij te bewonderen. De dieren leven hier in vrijheid, maar zijn mensen gewend en komen zonder schroom heel dicht. We moeten hun liefde voor ons niet te persoonlijk nemen want het is vooral de liefde voor het stukje banaan dat we in onze handen hebben. Heel veel
verschillende soorten maki’s komen op ons af in alle kleuren en vormen. De indri’s laten zich wat moeilijker bekoren maar met veel geduld komt een moeder met haar baby toch heel nabij. Wat een kriebelbuik ervaring. Onze maki soortenkennis wordt helemaal bijgewerkt. We zien ook heel veel diverse soorten palmen, tal van orchideeën waaronder de vanille, de kaneelboom, aloë vera, spectaculaire lianen, bomen waar de zachte schors dienst doet als toilet papier. Leon de kameleon is ook weer van de partij. Het Palmarium is een grote aanrader voor
iedereen die in de buurt komt. In de namiddag verkennen we de
omgeving langs het strand.
In het terugvaren houden we halt bij een vissersdorp. Door onze bril bekeken leven de mensen weer zeer arm in schamele bamboehutjes. Een groepje kinderen vergezelt ons door het dorp. Er stapt natuurlijk weer een (zogezegde) gids mee doorheen het kleine dorp. Een gids maakt zichzelf altijd zo onmisbaar. Als we zeggen dat we liever alleen op stap gaan heeft hij er geen oren naar. Er is een vervallen treinstation en een spoorweg aan de rand van het dorp, tussen de zee en het Canal. Er rijdt elke per dag een goederentrein voorbij van Tana naar Tamatave. Wij kunnen er niet bij dat hier geen halte is om die arme vissers van meer en beter te voorzien? Wij snappen geen snars van de slechte organisatie van dit land. Madagaskar zit nu éénmaal zo in elkaar?
De zee is heel woest en dreigende grijze wolken hangen in de
lucht. In het dorp spelen de mannen domino en de vrouwen lotto voor klein geld.
De gids staat popelend te wachten op zijn donatie want hij liep de hele tijd in
onze sporen. Maar ik krijg het lumineus idee om wat geld in de pot te leggen
voor de lotto. Er wordt met nog meer enthousiasme gespeeld en zelfs enkele
mannen komen lotto spelen.
De boottocht op de Canal de Pangalanes naar het Palmarium is
een mooie afsluit van de fauna en flora van Madagaskar.
Onze laatste doorreis over land is naar Tamatave, een havenstad in het Westen. De terugrit naar de hoofdweg is deze keer met een jeep, 4x4, en verloopt zonder problemen. Terug op de hoofdweg kunnen we meteen mee met een busje naar Tamatave. De rit is prachtig, we rijden door het tropisch
regenwoud, door bamboewoud, door
bananen- en kokospalmen-plantages, met overal bamboe-hutjes. Het doet ons
dikwijls aan Laos denken. We geraken sneller en vlotter dan voorzien in
Tamatave. We kiezen voor Joffre Hotel, een sjieker hotel en laten het ons
welbevinden.
We doen een rondje Tamatave en stappen tot aan de vuurtoren
langs het strand. Het bruist er van het lokale leven, velen verkopen
kokosnoten, vissers halen hun netten binnen, mensen kuieren,…
We reserveren de boot naar Ile Sainte Marie en duiken vroeg
ons bed in want we worden morgen om 4u opgepikt.
dinsdag 20 augustus 2019
ANTSIRABE & ANDASIBE ( 12 -16 AUG 2019 )
Met de taxibrousse reizen blijft een avontuur. De mercedes-bus die ons om 9u zou oppikken vertrekt uiteindelijk om 10u45. Vier uur later en 100km verder zijn we in Antsirabe, la ville de pousse-pousse. Deze stad ligt in de centrale hooglanden en is de vierde grootste stad van Madagaskar. We zijn nog maar net uitgestapt en het begint meteen te regenen. We schuilen en doen onze regenjassen aan. Hier waren we niet op voorbereid! Gelukkig is de bui vlug over. We reserveerden een kamer in Lovasoa, een voormalige Noorse missionarispost. Dit deel van de stad voelt Westers aan, met een kathedraal, grote gebouwen en brede lanen. Het wemelt hier van de fietsriksja’s en natuurlijk ook veel pousse-pousses (felgekleurde riksja’s door mensenkracht voortgetrokken). We laten alles wat over ons heen komen en gaan vroeg slapen. Eens de zon onder is het meteen fris en ’s avonds en ’s
nachts ronduit koud (Antsirabe ligt op 1400m hoogte). We kruipen in onze slaapzak met een extra donsdeken over ons heen.
We worden wakker met een stralende zon en blauwe lucht. Ideaal om de stad te ontdekken. Onze wandeling begint bij de Place de l’independance met het oude koloniale trein- station en het standbeeld van de 18 oor-spronkelijke stammen in Madagaskar. We willen enkele artisanale ateliers bezoeken, een klassieke trip hier. De meesten doen dit met een pousse-pousse, wij gaan te voet. Eenmaal we de hoofdweg, de RN7, oversteken zien we het ene atelier na het andere. We beginnen bij het atelier van de raffia, waar een meisje bezig is met raffia te haken tot een tasje. Even verderop is het atelier van Mamy miniature, waar men met recyclagemateriaal miniatuur-fietsjes, -auto’s en –pousse pousses maakt. We
zijn onder de indruk van de demonstratie! In de
ruimte ernaast zitten enkele vrouwen figuren te borduren op stoffen. Bij de
buren gaan we naar het atelier van de zebu-hoorns en zien we hoe de hoorns
verwerkt worden tot mooi glimmende lepels, schaaltjes,…ongelooflijk hoe handig
en creatief deze mensen zijn met weinig of geen werkmateriaal. Ook al vonden we onze roze camionette niet terug in Malawi, hier zien we des te meer roze
camionetten in alle nuances en stijlen.
Bij Rando Raid, een Fransman huren we twee prima mountainbikes en krijgen er een routemapje bij. De fietstocht is 50km en maakt een lus langs twee meren. Het is even wennen om na vier maanden weer te fietsen. De eerste 7km gaan over de gewone weg richting Miandravazo. We verlaten de RN2,
vanaf nu rijden we op piste en
passeren vrij vlug het meer Lac Andraikiba. Daarna anderhalf uur nog meer
piste, met behoorlijk wat klims. De enige tegenliggers zijn volgeladen karren, voortgetrokken door
zebu’s. We passeren verschillende dorpen waar men ons vriendelijk begroet met
“salama vaza”! Op de vele rijstterrassen is het één en al bedrijvigheid, met
omploegen en planten van rijst. Tegen de middag zijn we boven, bij het
kratermeer Lac Tritriva en gaan lunchen in “Le Case”, tegenover het meer. De
eigenaar is een jonge gast uit Rijsel die er, met zijn Malagassische vriendin,
een restaurantje uitbaat. Hij boft met de Vlamingen en Vlaanderen in het
algemeen en is zot van de Gentse Feesten en het Pole pole festival. We lunchen buiten in de zon, met een prachtig
vergezicht, heel gezellig. Na de koffie gaan we er weer tegenaan. De volgende
11km
van de fietstocht zijn werkelijk schitterend. We volgen de piste langs de
rivier en de vallei, met prachtige landschappen. Het is wel opletten geblazen,
we moeten voortdurend zigzaggen tussen de diepe putten en uitstekende stenen.
Maar ja, dat is nu net mountainbiken! Zo
komen we terug op de R2 en rijden 18km
langs een asfaltweg terug naar Antisrabe. De weg is goed en dikwijls
bergafwaarts, dus gemakkelijk fietsen. Het is wel altijd schrikken als een auto
aankomt en toetert, dan moeten we snel langs de kant rijden anders maaien ze
ons zo van de weg. De tocht was al bij al pittig maar heel mooi, we hebben
ervan genoten. De avond passeert met het regelen van onze doorreis, morgen,
naar Andasibe. Met de taxibrousse is geen optie, die rijdt ’s nachts
en doet er
15 uur over. We kiezen voor een privé-auto, Doeda wordt onze chauffeur.
Vandaag verlaten we onze Zuidelijke reisroute in Madagaskar en reizen Oostwaarts met als eind-doel: het eiland Ile Sainte Marie. Na het ontbijt vertrekken we met Doeda richting Antanana-rivio, een rit van 180km. Daarna rijden we oostwaarts naar Andasibe, nog een rit van 180km, over heel slechte wegen met veel groot vrachtwagenvervoer (van en naar de haven van Tamatave). Andasibe wordt omringd door verschillende parken en reservaten met een uniek fauna! We kiezen voor een bungalow bij Mikalo-hotel, dat aan de rand van het nationaal park ligt. We zijn weeral de enige gasten in het hotel. We bezoeken Andasibe-dorp, gelegen aan een riviertje tegenover het oude treinstation. Heel authentiek met zijn houten huisjes en kleine kraampjes, het heeft iets van een decor
uit een westernfilm. ’s Avonds dineren we, als
enigen, in het restaurant. Het voelt
vreemd aan, want alle tafels zijn gedekt alsof hier straks een groot feest zal
beginnen.
We worden wakker met het gezang van de indri’s en de roep van de lemuren in het park en…met zon! Na het ontbijt gaan we met onze gids Olivier het regenwoud Périnet in op zoek naar Indri’s, de grootste soort van alle maki’s. Het duurt niet lang tot we een familie spotten. We proberen ze te volgen in het woud, wat geen evidentie is. Ze jumpen van boom tot boom, soms met sprongen van 5m. Indri’s zijn net grote teddyberen met lange armen en poten in zwart-wit, eentje heeft zelfs een babytje op de rug. We spotten ook lemuren, kameleons en een gekko, de Uroplatus, koning van de camouflage! Zelfs met onze neus erop moet de gids hem nog
aanwijzen! Het regenwoud blijft een speciale plaats met een unieke fauna en flora aan palmen, varens, lianen, planten… alles wonderbaarlijk mooi ! Terwijl we in de namiddag aan onze bungalow zitten komen drie nieuwsgierige lemuren uit het woud op ons af. Eentje komt heel dichtbij en blijkt een babytje op haar buik te dragen. Misschien komt ze eten zoeken of misschien herkent ze in Martien een dierenvriend.

Abonneren op:
Posts (Atom)



































