EVEN TERUGBLIKKEN OP OEGANDA ( 13 - 30 MEI 2019 )

Door Oeganda reizen was heel tijdrovend en niet vanzelfsprekend. Er zijn zelden officiële busstations en nooit officiële vertrekuren. De matatus staan her en der verspreid in de stad. Het is altijd navragen en nog eens navragen en nog eens navragen. Gelukkig spreekt iedereen in Oeganda goed Engels! De minibussen vertrekken wanneer ze vol zitten en dat mag je heel letterlijk nemen. Hun motto is...er kan er altijd nog eentje bij! Zo zaten we een keer in een matatu met 24 volwassenen, 3 kinderen, enkele kippen en overal rond ons zakken en dozen. Bij de grotere bussen zijn de zitplaatsen heel smal. Als je naast een mama met kind(eren) of een lijvig persoon zit heb je pech en nog een half zitje over. Onderweg hebben we geen honger of dorst. Bij elke stop komen venters op de bus of bij je raam om van alles te verkopen: drankjes, vleesbrochettes, chapatis, matoke, groenten en
fruit. Voor korte afstanden zijn er bodaboda's (brommertjes) die op elke uithoek van de straat te vinden zijn. We kwamen weinig backpackers tegen en konden dus weinig info en vervoer delen.
Overnachten, eten, drinken en het vervoer zijn helemaal niet duur. De grootste hap uit ons budget ging naar de permits voor de Nationale parken en de rangers. Deze bedragen zijn hallucinant. Schandalig, want we weten hoe weinig de Oegandezen verdienen per maand (tussen de $ 50 - 250). Het grote geld blijft bij de overheid! Veel jongeren hebben geen werk en hangen maar wat rond.
Oeganda oogt overal rood en groen. Rood van de aarde en groen van de vegetatie, in al zijn variaties. De combinatie van regen en zon zorgen hiervoor. Matoke-plantages zien we overal in het groene landschap.
Het westen (Kampala en Entebbe) lijken welvarender en rijker. Naarmate we naar het Oosten en het Zuiden reizen zien we steeds meer armoede waardoor we dit beeld moeten bijstellen. Oeganda is een arm land. Veel mensen dragen geen schoenen, hebben armoedige huisjes en leven basic. De meeste mensen wonen in stenen huizen. Deze stenen maken ze zelf door klei in een vorm te doen en in de zon te laten drogen. Daarna stapelen ze de stenen op elkaar met onderaan een groot gat waar ze een vuur in maken. We zagen deze steenoventjes overal in het land. De winkeltjes zijn meestal kleurrijk beschilderd met reclame. Kinderen en vrouwen met jerrycans en sprokkelhout op hun hoofd zijn een typisch straatbeeld.

Oegandezen zijn nogal stug en gereserveerd, ze hebben een zekere gene over zich. Eenmaal je contact met hen hebt bloeien ze open. De meeste vrouwen hebben kort haar, vaak kan je enkel aan de rondingen het verschil zien tussen mannen en vrouwen.
In Oeganda is er officieel schoolplicht vanaf 5 jaar. De rijkere klasse sturen hun kinderen naar privéscholen waardoor ze kunnen doorstuderen en op hun beurt weer de betere jobs krijgen. De meeste kinderen gaan echter naar de overheidsscholen die bekend staan om hun laag leerniveau. Heel wat kinderen gaan ook niet of maar deels naar school. De ouders moeten $10 per maand per kind betalen. Voor veel ouders lukt dat niet waardoor ze niet of de ene maand wel en de andere niet naar school kunnen. Voor de leerkrachten is het een grote uitdaging om zoveel mogelijk kinderen
een basisopleiding te geven. Daarnaast zijn er veel wezen (ouders die stierven aan aids ) die opgevangen worden in scholen en gastgezinnen. Andrew en de bootman zijn twee gelukkigen die dankzij sponsoring van Westerlingen toch naar school konden en zelfs konden doorstuderen.
Hetzelfde geldt voor de ziekenhuizen. De overheidsziekenhuizen zijn gratis maar van een laag niveau. Wie geld heeft laat zich behandelen in een privé-ziekenhuis, waar de zorg vrij goed is.

Wat een interessant overzicht, we zien gelijkenis met Zuidoost-Azië, maar toch heel veel verschillen. Geniet van jullie reis, groeten van rik en erna
BeantwoordenVerwijderen