maandag 29 juli 2019

EVEN TERUGBLIKKEN OP MALAWI ( 7 - 26 JULI 2019 )


We reisden twintig dagen door Noord- en Midden Malawi. Malawi is het armste land waar we ooit door reisden. Alles in dit land is ‘basic’. De mensen verplaatsen zich te voet, sommigen hebben een fiets. Voor de lange afstanden zijn ze aangewezen op minibusjes en publieke taxi’s, die altijd overvol zitten met mensen en veel bagage. Weinigen hebben een eigen wagen. De huizen zijn heel sober, met rode bakstenen en een stro- of golfplaatdak. Ze hebben geen stromend water en moeten hout sprokkelen om te koken. Het gemiddeld inkomen is minder dan $ 1 per dag, voor wie werk heeft! De meeste Malawianen eten maar één maaltijd per dag: rijst of nzima of maniok met soms groente en vis (die ze konden vangen of kopen). 

Malawi is geen backpackersland. We kwamen weinig toeristen tegen. Volgens de locals

komt dit door de negatieve berichtgeving ivm. de betogingen en de rellen. We ontmoetten wel opvallend veel vrijwilligers: vrijwilligers die de lokale politie aan het opleiden zijn, vrijwilligers die bezig zijn met de bewustmaking van milieu-effecten,  aidspreventie,… Naar ons gevoel is het toerisme te weinig geïntegreerd in het echte leven in Malawi. Er zijn net twee verschillende werelden naast elkaar in één land… het arme Malawi en daartussen de  toeristen in de mooie lodges en auto’s. De lodges en campings waar we logeerden waren allemaal in handen van buitenlanders (die in verhouding te hoge prijzen vragen), terwijl de bevolking rond de lodges en campings heel arm zijn. Er stromen (te)weinig toerisme-inkomsten door naar de lokale bevolking. We zagen ook de andere kant van het toerisme. Zo vertelden toeristen trots dat ze een local $ 40 gaven om twee uurtjes te gidsen in het

 

dorp, dat is meer dan een maandloon voor een hardwerkende Malawiaan. Daardoor willen steeds meer jongeren veel geld verdienen met weinig te werken en vallen ze toeristen nog meer lastig. De lokale taal is het Chichewa. Zelfs de meest eenvoudige woorden konden we niet onthouden of uitspreken. Veel mensen spreken gelukkig ook een woordje Engels, waarmee we ons konden behelpen.

Reizen door het land was, ondanks de relatief korte afstanden, vrij lastig. Er zijn geen vaste rijtijden, haltes en prijzen bij de minibussen en publieke taxi’s. Minibussen vertrekken pas als ze (te) vol zijn, en dat kan lang duren. Voor de prijs moeten we altijd onderhandelen, wat we echt wel beu waren. Als toeristen hadden we heel weinig onderhandelingsmarge. Daardoor betaalden we meestal ‘mzungu-prijzen’ en was er, tot onze ergernis,  van onderhandelen weinig of geen

sprake meer. De chauffeur is hier de grote baas. Zo stopt hij als hij zin heeft of verdwijnt 10’ en laat alle passagiers in de snikhete auto of bus wachten, hij beslist dat de muziek (te) luid staat,… Ze droppen ons ook tijdens de rit plots in een andere (lees goedkopere) minibus omdat de chauffeurs dan meer geld overhouden (want we betaalden steeds voor een publieke taxi).  Langs de weg is veel politiecontrole, met één doel…zorgen dat iedereen “het zwarte tolgeld” betaalt aan de politie.                                            Malawi heeft niet de grote highlights zoals zijn buurlanden (Tanzania, Zambia,…). maar het meer, Livingstonia, Liwonde Np en het Zomba-plateau mogen er zeker zijn. Malawi  is het ‘hart van Afrika’ , we zien overal het lokale leven zoals het al decennia is.  Malawianen zijn vriendelijk en heten ons overal en altijd welkom. Ze willen altijd weten hoe we noemen en van waar we

komen. Ze nemen weinig initiatief en ondergaan het gebeuren. We zagen geen ruzies of conflicten op straat, ze verheffen zelden hun stem en glimlachen als ze zich wat ambetant voelen.                                                           Op de markten zijn enkel goedkope plastiek-spullen, stoffen doeken en bergen tweede-handskledij te koop.  Enkel seizoengebonden groenten en fruit zijn  te vinden, zoals maniok, aardappelen, tomaten en ajuin. Voor andere spullen moeten we naar een grote stad. Zo vonden we nergens shampoo. Als we met een briefje van 2000 Kwatcha betalen (is € 2,5) kunnen ze meestal niet teruggeven. Veel mensen hebben geen schoenen, lopen op blote voeten met gescheurde en vuile kleren. Door de armoede zijn Malawianen  heel vindingrijk en creatief. We zagen zelfgemaakte autootjes van plastiekflesjes, voetballen en springrekkers van

plastiekzakken, een gat in de boot werd hersteld werd met een oude schoenzool,… In Malawi zijn er scholen van de overheid en private scholen met een groot kwaliteits-verschil. Het lager onderwijs is gratis, toch gaan niet alle kinderen naar school! De overheid beslist ahv. de resultaten wie mag doorstuderen in het secondair en universitair onderwijs. De school begint ‘s morgens tussen 6u en 7u. De overheidsziekenhuizen zijn gratis, maar zijn van bedroevende kwaliteit. Er is te weinig personeel, soms geen of te weinig medicamenten of apparatuur. We hoorden meerdere verhalen van mensen die aan eenvoudige ziekten of aandoeningen stierven door een gebrek aan medicatie. Maar ook de politie en politiek is hierin corrupt…zo verdween er vorige maand een grote gift aan medicamenten in Cape Mclear. Het is een

publiek geheim dat de politie deze onderschept en doorverkocht heeft aan derden. De mensen hebben geen goed woord over de politiekers…ze zijn allemaal corrupt en draaien het gemeenschapsgeld in eigen zakken. De huidige president (die trouwens al 80jaar is) heeft, volgens de oppositie, de verkiezingen laten vervalsen om nog 4 jaar aan te kunnen blijven.  Uit protest zijn er al enkele weken betogingen en rellen in de steden. De sfeer wordt steeds grimmiger omdat ze in een impasse geraakt zijn. Voor het eerst komt de bevolking op straat. Ze willen dat de andere kandidaat president wordt omdat hij beloofde om de corruptie in Malawi wil aanpakken.


 

 
 



OP NAAR MADAGASKAR & ANTANANARIVO ( 24 -28 JULI 2019 )

Kai, de manager van onze lodge, regelde twee brommertjes om ons naar Monkey bay te brengen. Stipt om 6 uur staan ze bij de poort, ze vragen het dubbele van de afgesproken prijs. We proberen te onderhandelen maar ze blijven bij hun prijs. Martien doet een publieke taxi stoppen, we kunnen mee en laten de brommers voor wat ze zijn. Zo start onze laatste reisdag in Malawi, opnieuw met de nodige perikelen en dit zal zo blijven tot we in Lilongwe zijn.

Lilongwe is de hoofdstad van Malawi en verdeeld in veel aera’s. Onze airbnb ligt in aera 3. We rijden er met de taxi naartoe en komen in het Westerse deel terecht. We zien weer reclameborden, brede straten en ronde punten, supermarkten, banken, restaurants, flatgebouwen, sjieke auto’s. Pas nu beseffen we hoe arm het deel van Malawi is waar we


 

de laatste weken door reisden. Deze morgen zaten we nog te midden de hutjes! Onze airbnb ligt in een sjieke wijk, allemaal residenties van buitenlanders die werken voor ambassades en ngo’s. Alles is goed beveiligd met hoge muren, prikkeldraad en een vaste bewaker. Leslie is onze host, een Amerikaanse die werkt voor een ngo. We genieten van het comfort in haar huis: warm water om te douchen, een proper en goed toilet, shampoo om ons haar te wassen,…

Er zijn grote betogingen en rellen gesignaleerd in area 4, de buurt waar we geld en medicatie willen afhalen. We wagen het toch en kunnen probleemloos onze zaken regelen. De betoging is even verderop richting State House. Er is overal opvallend veel politie en leger aanwezig. ‘s Avonds zien we schrijnende beelden van de rellen en de betoging met veel ravage aan ATM’s, banken, winkels, auto’s. De collega van


Leslie werd beroofd. Dit komt niet goed. We werken onze blog af en plannen de route die we willen volgen in Madagaskar.

Tegen de middag zijn we in de luchthaven van Lilongwe, die eigenlijk één grote barak is. Er is verbetering op komst, ze zijn, met hulp van Japan, bezig met een nieuwe luchthaven te bouwen. Vandaag verlaten we Malawi en reizen door naar Madagaskar. Er zijn geen rechtstreekse vluchten naar Antananarivo, de hoofdstad van Madagaskar. Er zit niks anders op dan te vliegen met een grote omweg en veel tussenstops: eerst naar Nampula in Mozambique dan naar Nairobi in Kenia waarbij we de dag zien overgaan in de nacht. In Nairobi moeten we eruit en nemen een ander vliegtuig met een tussenstop op de Comoren. We landen uiteindelijk om 2u45’s nachts in Antananarivo. Het is vlug duidelijk

dat onze bagage niet meegekomen is met de vlucht. Merde, alle toeristen dus naar de bagage-claim-kiosk, waar we, na lang wachten, een aangifteformulier in handen krijgen en horen dat we morgenavond eens mogen bellen om te checken of onze bagage aangekomen is. We hebben er maar weinig vertrouwen in. Het is 4u45 als we in ons bed liggen en tot rust komen. Van lange reisdagen gesproken!

We hebben een eenvoudige kamer in het Tana-Jacaranda Hotel, een lokaal hotel met terras en mooi uitzicht op de stad en het presidentenpaleis. De ligging van Antananarivo is prachtig. De stad is gebouwd tegen de flanken van meerdere heuvels met middenin de stad het meer, Lac Anosy.  Met een stadsplan in de hand ontdekken we de stad. Het is zondag en dat is er aan te zien.

Iedereen loopt er op zijn best bij, behalve de vele straatkinderen en daklozen die ook overal en alom aanwezig zijn. De zondag wordt intens als rust- en familiedag beleefd,  voor velen hoort daar een markt- en kerkbezoek bij. Veel huizen en gebouwen zijn wat in verval  met vergane glorie. Toch heeft het zijn charmes weten te bewaren. Madagaskar is een oude Franse kolonie en dat voelen we, het is alsof we in een oud Frans bergstadje lopen met kronkelende straatjes op en neer. Het is pittig stappen met al die hoogteverschillen. We bezoeken het oude historisch centrum bovenop de heuvel en hebben een prachtig vergezicht over de stad, de heuvels, de rijstvelden en de meren.

Vanop ons terras zien we de zon ondergaan die de stad elke avond donkeroranje kleurt. Antananarivo en Madagaskar voelen meteen

 

goed aan. We komen na al die maanden in Oost-Afrika net een beetje weer thuis in onze wereld. We drinken een mojito, eten choco-lade en croissants, allemaal dingen die we de voorbije vier maanden nergens konden krijgen! Tot onze verrassing zien de mensen er hier niet uitgesproken Afrikaans uit. Er zijn 20 etnische groepen, een mengelmoes van Aziatische en Afrikaanse afkomst. Onze rugzakken zijn ondertussen terecht! We zijn klaar om Zuid-Madagaskar te ontdekken.

donderdag 25 juli 2019

SENGA BAY & CAP MC LEAR ( 17 - 23 JULI 2019 )

 

 

Sekini regelde voor ons een publieke taxi. Hij spreekt het taaltje, heeft dezelfde kleur en de prijs is vanaf het begin in orde. Hij gaat ook onze reisrichting uit en zijn hulp is dus welgekomen. Een publieke taxi is in feite een gewone auto waarvan de chauffeur één of andere licentie heeft om mensen te vervoeren. Maar lees ‘teveel mensen’ vervoeren in de auto. De chauffeur rijdt toeterend rond tot de wagen bomvol zit. Wij hadden om 7u afgesproken met de chauffeur (wat uitzonderlijk is, normaal moeten we gewoon langs de weg lopen), hij komt  ons pas om 8u (eindelijk) ophalen. Voor de chauffeurs is de verloren tijd  geen drama want ze rijden dan extra snel om de verloren tijd in te halen. Dwangwa is de eindhalte voor onze taxi-chauffeur, we moeten onverwacht verder met de bus in plaats van een publieke taxi. We schrikken al lang niet meer van dergelijke

wendingen maar kunnen ons hier nog steeds moeilijk mee verzoenen. In Salima nemen we voor de laatste 20km nog een publieke taxi tot in Senga bay. We kiezen om in de buurt van het dorp te verblijven, daardoor zijn de accomodaties beperkt. Mufrasa lodge is spartaans en niks voor ons. We settelen ons in ‘Cool Running’ bij Samantha. Zij is geboren in Zimbabwe maar woont sinds haar babytijd in Malawi. Omdat Sam verpleegster is komen veel localen bij haar voor medische hulp. Ze helpt hen vrijwillig en spendeert 45% van haar inkomsten aan medicatie, vervoer naar het ziekenhuis,…In de dagen dat wij er verblijven komen heel wat moeders met hun kinderen langs. Het is schrijnend wat we zien. Zo komen er enkele kindjes toe met erge brandwonden. Moeders stappen kilometers te voet om hun kind bij Sam te laten verzorgen.

De baby’s schreeuwen het uit van de pijn. Volgens Samantha volgen de ouders dikwijls de nodige nazorgen onvoldoende op waardoor de besmettingen fataal zijn voor de kinderen. De armoede laat zich op alle vlakken voelen. Wij kunnen dit bij ons niet voorstellen.

Door Malawi loopt er één asfalt-hoofdweg, alle andere wegen bestaan uit zand of aarde. Het dorpsplein in Senga bay is een grote zandbak en jongeren spelen er altijd voetbal. De voeding is éénzijdig, tomaat en kool. Op de markt gaan we op zoek naar fruit. Er zijn enkel mandarijntjes en bananen te vinden. De mensen eten hier seizoensgebonden, van in-en uitvoer is er totaal geen sprake.

Senga bay heeft een lang zandstrand, wat leuk is om wat kilometers te vreten. We genieten van het leven in en rond het water. Elke dag opnieuw is er een drukte van jewelste op het strand. Visnetten worden op het strand

 

gespannen om te herstellen, vrouwen doen de was en de plas. Maar ook de mannen doen hun was want de vrouwen doen die enkel van de kinderen en hun zelf. Vissers op het meer, vissen uit de netten halen. Het leven zoals het in zijn eenvoud is. Alle resterende tijd van de lokalen wordt liggend in de schaduw doorgebracht.

Veel kinderen komen ons ‘money’ vragen, waar we niet op ingaan. Samantha zegt dat vooral de Amerikanen met dollars gooien. Daarmee sussen ze hun geweten maar stimuleren een vervelende bedelcultuur. Samantha wil met één van haar projecten de lokalen bijbrengen dat er moet gewerkt worden om extra’s te verdienen. Door plastiek te verzamelen kunnen mensen bonnen verdienen die ze dan in kunnen ruilen voor kledij en voeding. Dit werkt goed en is positief.

 

Door de negatieve berichtgeving in de buurlanden over de politieke onlusten en demonstraties zijn er dit jaar weinig toeristen, terwijl zij het toerisme net hard nodig hebben. We verlaten Cool Running met een warm hart en veel respect voor Samantha.

Onze voorlaatste stop in Malawi is Cap McClear, dat we aan de andere kant van het meer zien liggen. We moeten echter een hele omweg afleggen om er te geraken. Eerst terug naar Salima en dan via Monkey bay naar Cap. In Salima kunnen we mee met een publieke taxi maar moeten de ‘witte mzungu prijs’ betalen. Na wat discussie en de hulp van een vriendelijke dame krijgen we toch een eerlijke prijs. We starten met teveel in de auto, de koffer kan niet dicht door de overtollige bagage, onze rugzakken worden op het dak gelegd en aan de ruitenwissers hangt vis te

 

drogen. Onderweg stopt onze chauffeur bij een minibusje die overkop is gegaan, gekanteld door te overladen en te snel rijden. Ook onze chauffeur stopt nog meerdere keren om mensen bij te proppen. Als we hem erop wijzen dat hij nu toch ook overladen is krijgen we, zoals altijd, een belachelijk weerwoord terug: “ik weet wat ik doe!” en hij raast verder aan 110km/uur. Plots zet hij de auto langs de kant van de weg, hij wil dat we uitstappen, betalen en zegt dat we meekunnen met de publieke taxi van zijn (zogezegde) broer die er ondertussen ook  bijgekomen is. Daar gaan we weer. We weigeren en willen pas betalen als we in Monkey bay aankomen. En zo wisselen we langs de weg van publieke taxi. In Monkey bay betalen we zoals afgesproken. De broer wil ons ook wel naar Cap Mclear brengen

 

maar vraagt voor deze rit van 18km een woekerprijs. Ik ben woest en ik spuwde gegarandeerd vuur als ik een draak was. Hij zegt sorry en is onthutst als ik de ‘sorry’ niet pik. Er komt er hem zelfs eentje mee bemoeien dat het toch belangrijk is om de ‘sorry’ te aanvaarden. Maar neen hoor ‘sorry’ ik aanvaard de ‘sorry’ niet, wat de Malawianen heel genant vinden.  Het gevolg van de situatie is dat een minibus ons naar boven brengt zonder dat die volgeladen is. Het is altijd hetzelfde: Malawianen zijn superlief en vriendelijk totdat er geld bij te pas komt, dan willen ze uit één kwatcha twee kwatcha slaan. Cap mc Clear is één van de toeristische trekpleisters, wat te merken is aan de logieprijzen en de bedelende kinderen. Zo duwen meerdere kinderen een briefje onder onze neus waarin ze geld vragen voor  vervoer,

 

om een match te kunnen spelen tegen een andere ploeg. Foute inzet van volwassenen. Het bedelen voelen we vooral aan de waterkant, als we het dorp ingaan voelen we een totaal andere vibe. Kinderen zijn hier zeer hangerig en lopen in grote groepen mee met ons. Wij zorgen voor een welgekomen afwisseling. In het dorp staan heel veel prachtige baobab’s. Er zijn in Cap McClear iets meer toeristen, al loopt dat hier ook geen vaart. Wij settelen ons vlakbij het strand in een hut en genieten van ‘dit is Malawi’. Het ontbijt is inbegrepen maar na dit ontbijt gaan we altijd ontbijten bij de buren. Desondanks bilharzia duik ik toch het helderblauwe water in. Al het water dat we hier gebruiken om ons te wassen, om onze kledij te wassen, wandelen met onze voeten in het water,…zorgt dat we in aanraking komen met het water, er is bijna geen ontkomen aan. Het gevolg is dat we binnen twee maanden

 

preventief medicatie moeten nemen om ons te beschermen. We kopen overmorgen de medicatie in Lilongwe. Om 18u kunnen we al genieten van de mooie zonsondergang. Even later is het donker en kunnen we naar miljoenen sterren kijken in de heldere hemel. Dit is een voordeel van een leven zonder elektriciteit. We zitten goed in Malawi-modus, wat betekent dat we het rustig aan doen en genieten van het alledaagse leven aan het water, zeearenden spotten die het meer induiken,….Zalig!!

 
 

 

 

vrijdag 19 juli 2019

CHITIMBA & LIVINGSTONIA & NKHATA BAY ( 10 -16 JULI 2019 )

 

 

Vandaag een korte doorreisdag. Met een publieke taxi rijden we naar Chitimba, 100km verderop. De weg loopt parallel langs het meer. Onderweg zien we veel zelfgemaakte bakstenen die liggen te drogen en baksteenoventjes. Deze eenvoudige rode-baksteen-huizen zijn typisch voor heel Malawi. Chitimba is niet meer dan een gehucht met slechts twee overnachtings-plaatsen. We kiezen voor een chalet in Chitimba-camp dat gerund wordt door een Hollands koppel. En zoals te verwachten valt is alles hier keurig en netjes geor-ganiseerd. Ze kozen er 12 jaar geleden voor om hun Westers leven in te ruilen voor een leven op deze campsite, gelegen aan een breed strand bij het meer. We bezoeken de lokale markt bij de main road, met aan beide handen enkele Afrikaantjes. Ze zijn heel schattig en genieten

 

van de aandacht die ze krijgen, hun oogjes stralen terwijl ze contant ‘muzungu, muzungu’ roepen. De markt is niet veel zaaks, vooral vis, tweedehandskledij en Afrikaanse lendendoeken. Ook hier merken we hoe arm dit deel van Malawi is. Er zijn weinig groenten en fruit te krijgen, enkel tomaten, aardappelen en maniok. Ze verkopen ook een soort van gedroogde polenta. Er is gelukkig ook een mevrouwtje die bananen verkoopt. Het meer doet denken aan de zee, met een strand, golven op het water. Maar het water is zoet en er zijn geen schelpen of krabbetjes. Bij goed weer kunnen we de Tanzaniaanse bergen aan de overkant van het meer zien. Ook al is het hier nu winter, het is voor ons zomers zonnig met een sterke wind. We maken een mooie strandwandeling en zien het lokale leven langs de waterkant: kinderen in en rond het water, vissers die hun netten

 

herstellen, vrouwen die de was en de afwas doen in het water,… Als we terug op de camping komen is er net een overlandtruck met 20 toeristen aangekomen. We geraken met één van hen aan de praat. Ze vertrokken in Johannesburg, in Zuid-Afrika, en reizen in 40 dagen door 8 Afrikaanse landen om na 10.000km te eindigen in Nairobi, Kenia. Gemiddeld dus 250km per dag in de truck! Niets voor ons.

Chitimba is ook de uitvalsbasis voor een tweedaagse bergtocht naar Livingstonia dat op een hoogplateau, 1000m boven het meer, ligt. Dit dorp was honderd jaar geleden een belangrijke Schotse missiepost. In deze post was lange tijd het grootste en beste ziekenhuis van Midden-Afrika. Omdat we de warmte voor willen zijn vertrekken we vrij vroeg, elk met onze kleine rugzak, 14km naar boven. Het eerste deel van de

 

aardeweg is heel steil, maar wordt gaande weg beter. Hoe hoger we komen, hoe mooier het zicht op het meer wordt. We zien over het meer grote zwermen meervliegjes op het vasteland afkomen. Deze meervliegjes zijn een enorme plaag. Voor de lokalen is dit echter een meevaller, ze vangen de vliegjes en maken er burgers van! Half weg is er een bergbronnetje om ons te verfrissen. We wandelen via vele zigzagweggetjes naar boven en bereiken tegen de middag onze lodge, waar we zullen overnachten. Het is een eco-lodge die gerund wordt door een Kortrijkzaan (die er nu even niet is). De ligging is prachtig, met zicht op de bergen en het meer. Het geheel is heel mooi en smaakvol ingericht. Na de lunch bezoeken we de waterval. We vragen de weg aan een lokale jongen die zo vriendelijk is om ons voor te gaan. Maar dit met een duidelijke bijbedoeling. Hij vraagt ons geld en wordt arrogant als we dit

 

weigeren. We horen ’s avonds dat er regel-matig overvallen zijn op toeristen langs de zigzagwegjes omhoog. Gelukkig dat we dat nu pas horen.

We worden wakker met zicht op de bergen. Na het ontbijt rekenen we af en schrikken van de 'eco-prijzen' die hier aangerekend worden, het lijken eerder Belgische prijzen. We moeten nog 6 km stappen naar Livingstonia. Anderhalf uur later zijn we boven. We wandelen langs het oude ziekenhuis, dat nog steeds in gebruik is en naar de oude missiepost met de kerk. Alle gebouwen zijn uit rode bakstenen opgetrokken en hebben duidelijk een Schotse inslag. We drinken een koffie in het coffeehouse en kopen een souvenir in het gemeenschapswinkeltje. Voor de terugweg naar Chitimba kunnen we mee in een overvolle laadbak van een oude pickup, samen met een groep Malawiaanse

 

vrouwen. Na een uurtje zijn we terug beneden, volledig door elkaar geschud en moe van het luisteren naar het getetter van de dames in de laadbak.

De volgende dagreizen we 190km verder naar Nkhata bay. We gaan naar de mainroad waar we meteen meekunnen met een minibus naar Mzuzu, 140km verder. Omdat de bus nogal vol zit en we willen wachten op de volgende bus mogen we vooraan zitten, op de meest comfortabele plaats! Voor het eerst sinds we in Malawi zijn verlaten we de route langs het meer en rijden het binnenland en de bergen in. Tegen de middag bereiken we de busstand in Mzuzu. Daar proberen ze ons van alles wijs te maken en ons te bedriegen, maar een Vlaamse colère maakt daar een einde aan. We worden meteen geholpen en 10 minuten later zijn we met een publieke taxi al op weg naar Nkhata

 

 bay. Onze eco-lodge, Butterfly space, ligt aan het water en is een leuke backpackersplek. Het stadje zelf heeft geen belangrijke bezienswaardigheden, maar is heel levendig en heeft charme. Tegenover de markt is een kleine gevangenis, ook hier zijn blijkbaar stouterikken. Er is een kleine haven waar de Llala, een oude stoomboot, aanmeert die de eilanden van het meer met het vasteland verbindt. We doen het rustig aan, genieten, en gaan relaxen op het strand. Bij toeval ontmoeten we Sekini, een Malawiaan die sinds 7 maanden in Avelgem woont en een klein beetje Nederlands spreekt. Hij is hier op vakantie bij zijn familie. We hebben het zo’n beetje gehad met al dat eco-gedoe en kijken uit naar onze volgende stop in Senga Bay, liefst met een gewoon toilet en een gewone douche.

ij