maandag 29 juli 2019
OP NAAR MADAGASKAR & ANTANANARIVO ( 24 -28 JULI 2019 )
Kai, de manager van onze lodge, regelde twee brommertjes om
ons naar Monkey bay te brengen. Stipt om 6 uur staan ze bij de poort, ze vragen
het dubbele van de afgesproken prijs. We proberen te onderhandelen maar ze
blijven bij hun prijs. Martien doet een publieke taxi stoppen, we kunnen mee en
laten de brommers voor wat ze zijn. Zo start onze laatste reisdag in Malawi, opnieuw
met de nodige perikelen en dit zal zo blijven tot we in Lilongwe zijn.
Lilongwe is de hoofdstad van Malawi en verdeeld in veel aera’s. Onze airbnb ligt in aera 3. We rijden er met de taxi naartoe en komen in het Westerse deel terecht. We zien weer reclameborden, brede straten en ronde punten, supermarkten, banken, restaurants, flatgebouwen, sjieke auto’s. Pas nu beseffen we hoe arm het deel van Malawi is waar we
de laatste weken door
reisden. Deze morgen zaten we nog te midden de hutjes! Onze airbnb ligt in een
sjieke wijk, allemaal residenties van buitenlanders die werken voor ambassades
en ngo’s. Alles is goed beveiligd met hoge muren, prikkeldraad en een vaste
bewaker. Leslie is onze host, een Amerikaanse die werkt voor een ngo. We
genieten van het comfort in haar huis: warm water om te douchen, een proper en
goed toilet, shampoo om ons haar te wassen,…
Er zijn grote betogingen en rellen gesignaleerd in area 4, de buurt waar we geld en medicatie willen afhalen. We wagen het toch en kunnen probleemloos onze zaken regelen. De betoging is even verderop richting State House. Er is overal opvallend veel politie en leger aanwezig. ‘s Avonds zien we schrijnende beelden van de rellen en de betoging met veel ravage aan ATM’s, banken, winkels, auto’s. De collega van
Leslie werd beroofd. Dit komt niet
goed. We werken onze blog af en plannen de route die we willen volgen in
Madagaskar.
Tegen de middag zijn we in de luchthaven van Lilongwe, die eigenlijk één grote barak is. Er is verbetering op komst, ze zijn, met hulp van Japan, bezig met een nieuwe luchthaven te bouwen. Vandaag verlaten we Malawi en reizen door naar Madagaskar. Er zijn geen rechtstreekse vluchten naar Antananarivo, de hoofdstad van Madagaskar. Er zit niks anders op dan te vliegen met een grote omweg en veel tussenstops: eerst naar Nampula in Mozambique dan naar Nairobi in Kenia waarbij we de dag zien overgaan in de nacht. In Nairobi moeten we eruit en nemen een ander vliegtuig met een tussenstop op de Comoren. We landen uiteindelijk om 2u45’s nachts in Antananarivo. Het is vlug duidelijk
dat onze bagage niet meegekomen is met de vlucht. Merde, alle toeristen dus
naar de bagage-claim-kiosk, waar we, na lang wachten, een aangifteformulier in
handen krijgen en horen dat we morgenavond eens mogen bellen om te checken of
onze bagage aangekomen is. We hebben er maar weinig vertrouwen in. Het is 4u45
als we in ons bed liggen en tot rust komen. Van lange reisdagen gesproken!
We hebben een eenvoudige kamer in het Tana-Jacaranda Hotel, een lokaal hotel met terras en mooi uitzicht op de stad en het presidentenpaleis. De ligging van Antananarivo is prachtig. De stad is gebouwd tegen de flanken van meerdere heuvels met middenin de stad het meer, Lac Anosy. Met een stadsplan in de hand ontdekken we de stad. Het is zondag en dat is er aan te zien.
Iedereen loopt er
op zijn best bij, behalve de vele straatkinderen en daklozen die ook overal en
alom aanwezig zijn. De zondag wordt intens als rust- en familiedag beleefd, voor velen hoort daar een markt- en kerkbezoek
bij. Veel huizen en gebouwen zijn wat in verval met vergane glorie.
Toch heeft het zijn charmes weten te bewaren. Madagaskar is een oude Franse kolonie en dat voelen we, het is alsof we in een oud Frans bergstadje lopen met kronkelende straatjes op en neer. Het is
pittig stappen met al die hoogteverschillen. We bezoeken het oude historisch
centrum bovenop de heuvel en hebben een prachtig vergezicht over de stad, de
heuvels, de rijstvelden en de meren.
Vanop ons terras zien we de zon ondergaan die de stad elke avond donkeroranje kleurt. Antananarivo en Madagaskar voelen meteen

goed aan.
We komen na al die maanden in Oost-Afrika net een beetje weer thuis in onze
wereld. We drinken een mojito, eten choco-lade en croissants, allemaal dingen
die we de voorbije vier maanden nergens konden krijgen! Tot onze verrassing zien de mensen er hier niet uitgesproken Afrikaans uit. Er zijn 20 etnische groepen, een mengelmoes van Aziatische en Afrikaanse afkomst. Onze rugzakken zijn ondertussen
terecht! We zijn klaar om Zuid-Madagaskar te ontdekken.
donderdag 25 juli 2019
SENGA BAY & CAP MC LEAR ( 17 - 23 JULI 2019 )
Sekini regelde voor ons een publieke taxi. Hij spreekt het
taaltje, heeft dezelfde kleur en de prijs is vanaf het begin in orde. Hij gaat ook
onze reisrichting uit en zijn hulp is dus welgekomen. Een publieke taxi is in
feite een gewone auto waarvan de chauffeur één of andere licentie heeft om mensen
te vervoeren. Maar lees ‘teveel mensen’ vervoeren in de auto. De chauffeur
rijdt toeterend rond tot de wagen bomvol zit. Wij hadden om 7u afgesproken met
de chauffeur (wat uitzonderlijk is, normaal moeten we gewoon langs de weg
lopen), hij komt ons pas om 8u
(eindelijk) ophalen. Voor de chauffeurs is de verloren tijd geen drama want ze rijden dan extra snel om de
verloren tijd in te halen. Dwangwa is de eindhalte voor onze taxi-chauffeur, we moeten
onverwacht verder met de bus in plaats van een publieke taxi. We schrikken al
lang niet meer van dergelijke
wendingen maar kunnen ons hier nog steeds moeilijk mee
verzoenen. In Salima nemen we voor de laatste 20km nog een publieke taxi tot in
Senga bay. We kiezen om in de buurt van het dorp te verblijven, daardoor zijn
de accomodaties beperkt. Mufrasa lodge is spartaans en niks voor ons. We
settelen ons in ‘Cool Running’ bij Samantha. Zij is geboren in Zimbabwe maar
woont sinds haar babytijd in Malawi. Omdat Sam verpleegster is komen veel
localen bij haar voor medische hulp. Ze helpt hen vrijwillig en spendeert 45%
van haar inkomsten aan medicatie, vervoer naar het ziekenhuis,…In de dagen dat
wij er verblijven komen heel wat moeders met hun kinderen langs. Het is schrijnend
wat we zien. Zo komen er enkele kindjes toe met erge brandwonden. Moeders
stappen kilometers te voet om hun kind bij Sam te laten verzorgen.
De baby’s
schreeuwen het uit van de pijn. Volgens Samantha volgen de ouders dikwijls de
nodige nazorgen onvoldoende op waardoor de besmettingen fataal zijn voor de
kinderen. De armoede laat zich op alle vlakken voelen. Wij kunnen dit bij ons niet
voorstellen.
Door Malawi loopt er één asfalt-hoofdweg, alle andere wegen
bestaan uit zand of aarde. Het dorpsplein in Senga bay is een grote zandbak en
jongeren spelen er altijd voetbal. De voeding is éénzijdig, tomaat en kool. Op
de markt gaan we op zoek naar fruit. Er zijn enkel mandarijntjes en bananen te
vinden. De mensen eten hier seizoensgebonden, van in-en uitvoer is er totaal
geen sprake.
Senga bay heeft een lang zandstrand, wat leuk is om wat kilometers te vreten. We genieten van het leven in en rond het water. Elke dag opnieuw is er een drukte van jewelste op het strand. Visnetten worden op het strand
gespannen om te herstellen, vrouwen doen de was en de plas. Maar ook de
mannen doen hun was want de vrouwen doen die enkel van de kinderen en hun zelf.
Vissers op het meer, vissen uit de netten halen. Het leven zoals het in zijn
eenvoud is. Alle resterende tijd van de lokalen wordt liggend in de schaduw
doorgebracht.
Veel kinderen komen ons ‘money’ vragen, waar we niet op ingaan. Samantha zegt dat vooral de Amerikanen met dollars gooien. Daarmee sussen ze hun geweten maar stimuleren een vervelende bedelcultuur. Samantha wil met één van haar projecten de lokalen bijbrengen dat er moet gewerkt worden om extra’s te verdienen. Door plastiek te verzamelen kunnen mensen bonnen verdienen die ze dan in kunnen ruilen voor kledij en voeding. Dit werkt goed en is positief.
Door de negatieve berichtgeving in de buurlanden over de
politieke onlusten en demonstraties zijn er dit jaar weinig toeristen, terwijl
zij het toerisme net hard nodig hebben. We verlaten Cool Running met een warm
hart en veel respect voor Samantha.
Onze voorlaatste stop in Malawi is Cap McClear, dat we aan de andere kant van het meer zien liggen. We moeten echter een hele omweg afleggen om er te geraken. Eerst terug naar Salima en dan via Monkey bay naar Cap. In Salima kunnen we mee met een publieke taxi maar moeten de ‘witte mzungu prijs’ betalen. Na wat discussie en de hulp van een vriendelijke dame krijgen we toch een eerlijke prijs. We starten met teveel in de auto, de koffer kan niet dicht door de overtollige bagage, onze rugzakken worden op het dak gelegd en aan de ruitenwissers hangt vis te
drogen. Onderweg stopt onze chauffeur bij een minibusje die overkop is gegaan, gekanteld door te overladen en te snel rijden. Ook onze chauffeur stopt nog meerdere keren om mensen bij te proppen. Als we hem erop wijzen dat hij nu toch ook overladen is krijgen we, zoals altijd, een belachelijk weerwoord terug: “ik weet wat ik doe!” en hij raast verder aan 110km/uur. Plots zet hij de auto langs de kant van de weg, hij wil dat we uitstappen, betalen en zegt dat we meekunnen met de publieke taxi van zijn (zogezegde) broer die er ondertussen ook bijgekomen is. Daar gaan we weer. We weigeren en willen pas betalen als we in Monkey bay aankomen. En zo wisselen we langs de weg van publieke taxi. In Monkey bay betalen we zoals afgesproken. De broer wil ons ook wel naar Cap Mclear brengen
maar vraagt voor deze rit van 18km een woekerprijs. Ik ben woest en ik spuwde gegarandeerd vuur als ik een draak was. Hij zegt sorry en is onthutst als ik de ‘sorry’ niet pik. Er komt er hem zelfs eentje mee bemoeien dat het toch belangrijk is om de ‘sorry’ te aanvaarden. Maar neen hoor ‘sorry’ ik aanvaard de ‘sorry’ niet, wat de Malawianen heel genant vinden. Het gevolg van de situatie is dat een minibus ons naar boven brengt zonder dat die volgeladen is. Het is altijd hetzelfde: Malawianen zijn superlief en vriendelijk totdat er geld bij te pas komt, dan willen ze uit één kwatcha twee kwatcha slaan. Cap mc Clear is één van de toeristische trekpleisters, wat te merken is aan de logieprijzen en de bedelende kinderen. Zo duwen meerdere kinderen een briefje onder onze neus waarin ze geld vragen voor vervoer,
om een match te kunnen spelen
tegen een andere ploeg. Foute inzet van volwassenen. Het bedelen voelen we
vooral aan de waterkant, als we het dorp ingaan voelen we een totaal andere
vibe. Kinderen zijn hier zeer hangerig en lopen in grote groepen mee met ons.
Wij zorgen voor een welgekomen afwisseling. In het dorp staan heel veel prachtige
baobab’s. Er zijn in Cap McClear iets meer toeristen, al loopt dat hier ook
geen vaart. Wij settelen ons vlakbij het strand in een hut en genieten van ‘dit
is Malawi’. Het ontbijt is inbegrepen maar na dit ontbijt gaan we altijd
ontbijten bij de buren. Desondanks bilharzia duik ik toch het helderblauwe
water in. Al het water dat we hier gebruiken om ons te wassen, om onze kledij
te wassen, wandelen met onze voeten in het water,…zorgt dat we in aanraking
komen met het water, er is bijna geen ontkomen aan. Het gevolg is dat we binnen
twee maanden
preventief medicatie moeten nemen om ons te beschermen. We kopen
overmorgen de medicatie in Lilongwe. Om 18u kunnen we al genieten van de mooie
zonsondergang. Even later is het donker en kunnen we naar miljoenen sterren kijken
in de heldere hemel. Dit is een voordeel van een leven zonder elektriciteit. We
zitten goed in Malawi-modus, wat betekent dat we het rustig aan doen en
genieten van het alledaagse leven aan het water, zeearenden spotten die het
meer induiken,….Zalig!!
vrijdag 19 juli 2019
CHITIMBA & LIVINGSTONIA & NKHATA BAY ( 10 -16 JULI 2019 )
Vandaag een korte doorreisdag. Met een publieke taxi rijden
we naar Chitimba, 100km verderop. De weg loopt parallel langs het meer. Onderweg
zien we veel zelfgemaakte bakstenen die liggen te drogen en baksteenoventjes.
Deze eenvoudige rode-baksteen-huizen zijn typisch voor heel Malawi. Chitimba is
niet meer dan een gehucht met slechts twee overnachtings-plaatsen. We kiezen
voor een chalet in Chitimba-camp dat gerund wordt door een Hollands koppel. En
zoals te verwachten valt is alles hier keurig en netjes geor-ganiseerd. Ze kozen
er 12 jaar geleden voor om hun Westers leven in te ruilen voor een leven op
deze campsite, gelegen aan een breed strand bij het meer. We bezoeken
de lokale markt bij de main road, met aan beide handen enkele Afrikaantjes. Ze
zijn heel schattig en genieten
van de aandacht die ze krijgen, hun oogjes stralen terwijl ze contant ‘muzungu, muzungu’ roepen. De markt is niet veel zaaks, vooral vis, tweedehandskledij en Afrikaanse lendendoeken. Ook hier merken we hoe arm dit deel van Malawi is. Er zijn weinig groenten en fruit te krijgen, enkel tomaten, aardappelen en maniok. Ze verkopen ook een soort van gedroogde polenta. Er is gelukkig ook een mevrouwtje die bananen verkoopt. Het meer doet denken aan de zee, met een strand, golven op het water. Maar het water is zoet en er zijn geen schelpen of krabbetjes. Bij goed weer kunnen we de Tanzaniaanse bergen aan de overkant van het meer zien. Ook al is het hier nu winter, het is voor ons zomers zonnig met een sterke wind. We maken een mooie strandwandeling en zien het lokale leven langs de waterkant: kinderen in en rond het water, vissers die hun netten
herstellen, vrouwen die de was en de
afwas doen in het water,… Als we terug op de camping komen is er net een overlandtruck met
20 toeristen aangekomen. We geraken met één van hen aan de praat. Ze vertrokken in
Johannesburg, in Zuid-Afrika, en reizen in 40 dagen door 8 Afrikaanse landen om
na 10.000km te eindigen in Nairobi, Kenia. Gemiddeld dus 250km per dag in de
truck! Niets voor ons.
Chitimba is ook de uitvalsbasis voor een tweedaagse bergtocht naar Livingstonia dat op een hoogplateau, 1000m boven het meer, ligt. Dit dorp was honderd jaar geleden een belangrijke Schotse missiepost. In deze post was lange tijd het grootste en beste ziekenhuis van Midden-Afrika. Omdat we de warmte voor willen zijn vertrekken we vrij vroeg, elk met onze kleine rugzak, 14km naar boven. Het eerste deel van de
aardeweg is heel steil, maar wordt gaande weg beter. Hoe hoger we komen, hoe mooier het zicht op het meer wordt. We zien over het meer grote zwermen meervliegjes op het vasteland afkomen. Deze meervliegjes zijn een enorme plaag. Voor de lokalen is dit echter een meevaller, ze vangen de vliegjes en maken er burgers van! Half weg is er een bergbronnetje om ons te verfrissen. We wandelen via vele zigzagweggetjes naar boven en bereiken tegen de middag onze lodge, waar we zullen overnachten. Het is een eco-lodge die gerund wordt door een Kortrijkzaan (die er nu even niet is). De ligging is prachtig, met zicht op de bergen en het meer. Het geheel is heel mooi en smaakvol ingericht. Na de lunch bezoeken we de waterval. We vragen de weg aan een lokale jongen die zo vriendelijk is om ons voor te gaan. Maar dit met een duidelijke bijbedoeling. Hij vraagt ons geld en wordt arrogant als we dit
weigeren. We horen ’s avonds dat er regel-matig overvallen zijn op
toeristen langs de zigzagwegjes omhoog. Gelukkig dat we dat nu pas horen.
We worden wakker met zicht op de bergen. Na het ontbijt rekenen we af en schrikken van de 'eco-prijzen' die hier aangerekend worden, het lijken eerder Belgische prijzen. We moeten nog 6 km stappen naar Livingstonia. Anderhalf uur later zijn we boven. We wandelen langs het oude ziekenhuis, dat nog steeds in gebruik is en naar de oude missiepost met de kerk. Alle gebouwen zijn uit rode bakstenen opgetrokken en hebben duidelijk een Schotse inslag. We drinken een koffie in het coffeehouse en kopen een souvenir in het gemeenschapswinkeltje. Voor de terugweg naar Chitimba kunnen we mee in een overvolle laadbak van een oude pickup, samen met een groep Malawiaanse
vrouwen. Na een uurtje zijn we terug beneden, volledig door elkaar geschud en moe van het luisteren naar het getetter van de dames in de laadbak.
De volgende dagreizen we 190km verder naar Nkhata bay. We gaan naar de mainroad waar we meteen meekunnen met een minibus naar Mzuzu, 140km verder. Omdat de bus nogal vol zit en we willen wachten op de volgende bus mogen we vooraan zitten, op de meest comfortabele plaats! Voor het eerst sinds we in Malawi zijn verlaten we de route langs het meer en rijden het binnenland en de bergen in. Tegen de middag bereiken we de busstand in Mzuzu. Daar proberen ze ons van alles wijs te maken en ons te bedriegen, maar een Vlaamse colère maakt daar een einde aan. We worden meteen geholpen en 10 minuten later zijn we met een publieke taxi al op weg naar Nkhata
bay. Onze eco-lodge, Butterfly space, ligt aan het water en is een leuke backpackersplek. Het stadje zelf heeft geen belangrijke bezienswaardigheden, maar is heel levendig en heeft charme. Tegenover de markt is een kleine gevangenis, ook hier zijn blijkbaar stouterikken. Er is een kleine haven waar de Llala, een oude stoomboot, aanmeert die de eilanden van het meer met het vasteland verbindt. We doen het rustig aan, genieten, en gaan relaxen op het strand. Bij toeval ontmoeten we Sekini, een Malawiaan die sinds 7 maanden in Avelgem woont en een klein beetje Nederlands spreekt. Hij is hier op vakantie bij zijn familie. We hebben het zo’n beetje gehad met al dat eco-gedoe en kijken uit naar onze volgende stop in Senga Bay, liefst met een gewoon toilet en een gewone douche.
ij

Abonneren op:
Posts (Atom)





























