donderdag 25 april 2019

AXUM EN TYGREY ( 17 - 19 APRIL 2019 )


Wij worden door Chichi opgehaald aan ons hotel voor een rit van 4 uur naar Axum. We zijn blij met het comfortabele vervoer want lokaal vervoer is hier heel hevig en vermoeiend. Chichi is een aimabele man en vertelt ons met trots over zijn land. Het eerste deel, door de Simien Mountains, is een piste en in zeer slechte staat. Het uitzicht is heel mooi. Het is lastig om te zien in welke zeer barre omstandigheden deze mensen hier moeten leven. De droogte, de hitte, het niets hebben,....Daarna is de weg prima.  We passeren 1 van de 9 vluchtelingenkampen. De vluchtelingen uit Eritrea mogen er tijdelijk wonen. Ze krijgen geen paspoort en hebben enkel toegang tot  het volgend dorp, waardoor ze geen toekomstmogelijkheden hebben.

Naarmate we de Tigrey-vallei naderen verandert de vegetatie. Er groeien Baobab's, de omgeving is groener, geen zanderige grond maar rotsen en rotsblokken. De huizen worden hier dan ook gebouwd met deze rotsblokken. Alles oogt rijker. Volgens Chichi lijkt dit alleen maar zo, de inwoners zijn al even arm als zij die in hutten wonen.

In Axum worden wij in een lokaal restaurant (bij Lucy) getrakteerd door Chichi. We genieten van onze overheerlijke injera met shiro saus. En nadien hoort er natuurlijk een straffe koffie bij. Het stadje is rustig en gezellig. Op aanraden van Chichi gaan wij in de namiddag op stap met zijn vriend Solomon om de Obelisken te bezoeken.

Solomon vertrekt begin mei naar Amerika. Hij kreeg als 1 van de duizend een visum  om zich daar te vestigen. Hij heeft nog geluk want de grote baas van Amerika wil dit afschaffen.

Enorme granieten steles (pilaren) zijn het enige wat nog overblijft van Axum's vroegere glorie. Ooit een enorm rijk van Jemen tot Ethiopië en het kruispunt van vele bloeiende karavaansroutes, en dit in de eerste eeuw na Christus. Enkele monolieten staan nog overeind. Eén van de obelisken werd door Mussolini meegenomen en stond meer dan 50 jaar in Rome. De Ethiopiërs eisten die terug. Onder internationale druk werd de Obelisk in 2005 teruggegeven en staat sinds 2008 weer recht in Axum.

We logeren in het Africa hotel, de meest gezellige overnachtingsplaats tot nu toe. Gezellig wordt hier zeker in een andere context gebruikt dan onze gezelligheid thuis. 's Avonds leren we Nele en Febe kennen. Twee pittige Westvlaamse meiden die 4 weken vrijwilligerswerk deden in Gondar als kiné en nu nog enkele weken door Ethiopië reizen. Ze spreken een mondje Amhaars en zijn experts in het afdingen.

We laten ons de volgende morgen met een bajaj brengen naar de ruïnes van het paleis van Sheba. We zien in de verte de bergen van Iritrea. Na de ruïnes en de tombes zit ons cultureel programma er op. We zijn geboeid door de gesprekken met Solomon. Hij is diepgelovig, wat bepalend is voor zijn doen en laten in zijn leven. We keren te voet terug.

Het is weeral lekker (te) warm. In de namiddag piepen we bij de plaatselijke kerk. Volgens de overlevering zou hier de originele ark met de 10 geboden bewaard worden. De bisschop is vandaag op bezoek! Alle pelgrims van over het ganse land komen hem bewonderen en met hem toertjes lopen rond de kerk. Wij gaan er vooral heen om  de pelgrims te zien. Helaas vliegen wij het kerkdomein uit omdat we weigeren een ticket te kopen ( enkel omwille van  onze bleke toeristen huid ). We vinden het niet leuk dat hun prijzen steeds de pan uitswingen als ze ons hoofd zien....maar we moeten dit aanvaarden, dit is Ethiopië.

De volgende dag rijden we met privé vervoer (dit alles nog geregeld door Melese) door naar één van de vele Tygrey-rotskerken, nl.de  Abuna Jemata Guh-rotskerk. We blijven dus nog even in de kerksferen.  We zijn met zijn 7en. Nele en Febe vergezellen ons, een Zuid-Afrikaanse dame, Bruno en Anita. Een leuk Zwitsers stel dat al 2,5 jaar rondreist met de fiets. Ze backpacken door Ethiopië omdat met de fiets reizen gewoon geen optie is. Ze gooien  met stenen naar fietsende toeristen. Niets ligt hier om de hoek, we komen pas rond de middag aan. De autorit is fenomenaal mooi. De Gheralta-streek staat bekend als één van de mooiste landschappen van Ethiopië.


Een uitgestrekte hoogvlakte met hoge en minder hoge bergen die door erosie een unieke vorm hebben gekregen. De kerk ligt hoog verstopt in een grot, in en tussen de rotsen. We moeten ingang betalen (wat we met plezier doen) maar dan komt de aap weer uit de mouw. Er komt er eentje af die zegt dat we best een gids nemen (te betalen natuurlijk). Dan komt er nog eentje met een touw rond zijn armen die zegt dat het heel gevaarlijk is: recht omhoog langs de rotsen  en dat we dus best zorgen voor (Afrikaanse) beveiliging. Het gezaag hierrond duurt wel een half uur en we weigeren allemaal. We gaan door, de gids blijft ons maar volgen. Met honger, in de felle zon starten we onze klim.  Na een uurtje omhoog stappen komen we bij de steile rotsen.

Filip, Febe en de Afrikaanse dame gaan ervoor en klimmen verder de rotsen op. Het is echt pittig en gevaarlijk!  Blootvoets zoeken ze naar rotsholtes om hun voeten en handen vast te zetten om zo omhoog te geraken. Eenmaal boven is er een open grottombe met de restanten van overleden monniken. Nog één laatste richel tot bij de ingang van de rotskerk. Het uitzicht is ongelooflijk mooi, net zoals de schilderijen in de rotskerk, met taferelen uit het oude en nieuwe testament.

 

 

Eenmaal terug beneden besluiten we om door te reizen en de andere rotskerken te laten voor wat ze zijn. We hebben honger en willen eten. De Afrikaanse dame blijft hangen in het eerste dorp en wij reizen verder. Het is al donker als we het tourist-office van ETT-tours bereiken. We regelen ons driedaagse jeeptour naar Danakil en worden naar ons guesthouse gebracht. We krijgen twee kamers, één om in te slapen en één om naar het toilet te gaan en te douchen ( ons sanitair  werkt niet ).



2 opmerkingen: