donderdag 9 mei 2019

OMO-VALLEI: KARO/ DASSENECH/ARI EN JINKA ( 1 - 4 MEI 2019 )

De volgende morgen stelt Bereket ons voor aan Benjamin, een vriend  en eigenaar van een minibus. Hij zal de toer met ons verder doen, want Bereket moet terug naar Jinka om zijn jeep te herstellen. En zo zijn we toch weer op weg in een minibus. Vandaag bezoeken we het Karodorp Kolcho, een etnische groep bekend om zijn bodypainting. Ze leven aan de grens met Zuid-Soedan, ver weg van de bewoonde wereld. We rijden uren op een piste door de savanne en de bossen. We doorkruisen meerdere droge rivierbeddingen die binnen enkele weken zullen volstromen met water. De rivier oversteken is dan niet meer mogelijk, we zien metershoge termiethopen langs de piste. Als we de zoveelste rivierbedding willen oversteken raakt de


minibus vast in de zanderige bodem. Hoe meer gas hij geeft, hoe dieper hij zich vastrijdt. Uit het niets staat er plots een Hamar-geitenhoeder bij ons, met in de ene hand zijn neksteuntje (om zijn hoofd op te rusten) en in zijn andere hand zijn kalashnikov. Hij zet zich langs de kant neer en kijkt geamuseerd toe. Het is ondertussen snikheet , duwen heeft geen zin. We krijgen hulp van een passerende jeep die de minibus er met een kabel uittrekt. Doorrijden met de minibus zit er niet meer in. We kunnen gelukkig mee met het Italiaanse koppel van de jeep. Even later rijden we Kolcho binnen, één van de drie Karo-dorpen in de buurt.  Het dorp kijkt uit over een brede bocht van de overweldigende Omo-rivier. Overal zien we kinderen en vrouwen die deels of geheel beschilderd zijn. En allemaal staan ze klaar om gefotografeerd te worden. Vroeger beschilderden ze hun lichaam om speciale

momenten te vieren (huwelijk, een goede oogst,...) tegenwoordig omdat ze weten dat ze daarmee fotogeniek zijn voor de toeristen. Maar het dorp oogt zonder twijfel authentiek, de activiteiten in en rond de hutten zijn getuige van hun dagelijkse leven. Tussen de hutten staan grote gevlochten manden waar ze hun zelfgebrouwen bier in laten fermenteren. De gids vertelt ons dat veel vrouwen hier sterven tijdens de bevalling! Tot onze verrassing is hier ook een klein schooltje. We genieten van elk moment in het dorp. Na ons bezoek rijden we over dezelfde piste terug. Benjamin wacht ons bij zijn minibus op en rijdt ons terug naar het Touristenhotel in Turmi. Na de late lunch genieten we van de zon en de rust, meer kan je hier met zo'n hitte toch niet doen.

De derde en laatste dag van onze jeeptoer bezoeken we de Dassenech. Deze tribe leeft in de omgeving van Omerate, in de buurt van de Keniaanse grens. Vanuit Turmi ligt er een 70km-lange nieuwe asfaltweg tot in Omorate, waardoor de rit vlot verloopt.  Deze nieuwe weg werd onlangs aangelegd omdat er in Omorate een grote suikerriet-fabriek gevestigd is. Op en langs de weg lopen veel geiten-en koeienhoeders die regelmatig zorgen voor oponthoud. Omorate oogt heel ongezellig. Ook al gaan we de Keniaanse grens niet over, toch moeten we ons laten registreren bij de grenspost. Met een uitgeholde boomstam, die dienst doet als veerboot, steken we de Omo-rivier over. Het Dassenech-dorp aan de andere oever ligt nog enkele honderden meter verder in

open vlakte. We wandelen eerst langs de uitgestrekte maïsvelden waar Dassenech-vrouwen druk in de weer zijn. Het is hier nog warmer dan in Turmi en geen zuchtje wind! We worden op weg naar het dorp vergezeld door enkele kinderen die onze handen stevig vast houden. Alle hutten staan te midden een grote kraal. De hutten zijn bijzonder schamel en hebben de vorm van een halve kalebas. Ze zijn opgetrokken uit stukken leer, plastiek, ijzeren golfplaten en takken, alles doorheen en vastgemaakt met touwen. Het lijken wel vluchtelingenkampen! Pff... weer armoede troef. Opnieuw zijn we onder de indruk van hun levensomstandigheden. Wat hebben wij toch een luxeleven in ons Belgenland ! Doorweekt van het zweet bereiken we terug de andere oever. Terwijl we een frisdrank drinken in de schaduw van enkele grote bomen merken we dat we


gespot worden door enkele kleine grappige aapjes met een lange witte staart. Er is op de terugweg geen tijd voor een lunch. We stoppen op de Hamarmarkt in Turmi en kopen bananen. In de late namiddag zijn we terug in Jinka en rijden meteen door naar de Gazer-Bakomarkt, een lokale markt van de Ari. Deze keer zijn wij het die bekeken worden door de mensen. Iedereen komt wat dichterbij staan om te zien wie we zijn en wat we doen. Grappig!

De voorbije dagen lieten een diepe indruk op ons na. We werden meerdere keren ver terug in de tijd gekatapulteerd, iets wat we anno 2019 niet meer voor mogelijk hielden!

Voor we verder reizen nemen we twee dagen rust in het Orit-hotel in Jinka.  We voelen er ons meteen thuis. We hebben een leuke kamer met een gezellige binnentuin. De manager spreekt vlot Engels en het eten is prima...meer hoeft dat voor ons niet te zijn. We genieten van een dagje niks doen, lezen en spelletjes spelen. De electriciteit gaat meermaals per dag uit, maar dat is hier in Jinka heel normaal. Op de laatste dag bezoeken we, ja natuurlijk, de lokale markt van Jinka, een heel drukke, gezellige maar zeer vuile bedoening. We maken onze rugzakken weer klaar om morgen door te reizen.

 

 

1 opmerking:

  1. Elke dag kijken we reikhalzend uit naar nieuwe verhalen. Een Afrikaans muziekje op Spotify, de alledaagse drukte rond ons heen en voor we het beseffen zitten we helemaal in het verhaal en staat ook hier de tijd even stil. Merci om zoveel tijd te steken in deze fantastische blog. Zorgt goe voe elkaar! Liefs, Mieke & Timothy.

    BeantwoordenVerwijderen