vrijdag 3 mei 2019

JINKA EN DE OMO-VALLEI: MURSI/ HAMAR/ BANNA ( 29APRIL - 30 APRIL 2019 )

Onze binnenlandse vlucht van het Noorden naar Zuid-Ethiopië hebben we van thuis uit geboekt: van Lalibela naar Jinka met een tussenstop in Addis. Als we een bericht krijgen dat onze vlucht gewijzigd is gaan we naar het office van Ethiopia Airlines voor uitleg. Het houdt geen steek!  Het komt erop neer dat we dag 1 vanuit Adis naar Jinka vliegen en pas dag 2 vanuit Lalibela naar Addis.  Alle excuses zijn goed: eerst is onze vlucht overboekt, dan is de vlucht nog niet betaald, dan gecancelled,...na vele uren van heen-en-weer-geloop hebben we eindelijk het goede vliegticket op zak. Drie binnenlandse vluchten later landen we in Jinka. Tot onze verrassing zijn wij de enigen die het vliegtuig verlaten.  Ons plan om mede-backpackers te zoeken ( en zo de kosten te delen voor het vervoer naar om de tribes ) valt meteen in duigen. Zuid-Ethiopië voelt compleet anders aan: veel groener, veel Afrikaanser, veel relaxter en veel meer brommers.

De luchthaven bestaat uit een landingsbaan en een eenvoudige barak. De bajaj die ons zou oppikken staat er niet, we spreken er zelf 1tje aan en laten ons naar Eyob hotel brengen. Als we de grote tuin met de kamers errond zien, zijn we blij met onze keuze. Maar als we onze kamer binnengaan en de stank van pesticiden ruiken slaat ons gevoel meteen om. Hier slapen we niet! We gaan op zoek naar beter en kiezen voor het  Jinka resort. In een ferme tropische regenbui verhuizen we te voet onze boel. Kleddernat arriveren we in het Jinka resort, achteraf gezien zijn naam onwaardig.  Tot overmaat van ramp valt ook de electriciteit uit, waardoor er geen wifi, geen water en geen licht is. Welkom in Jinka !

De lagere Omo-vallei staat bekend als één van de meest fascinerende regio's in zuid-Ethiopië, en zelfs het Afrikaanse continent. En dit dankzij de culturele diversiteit van meer dan 12 etnische stammen die hier naast elkaar en samen leven. We hopen enkele van deze minderheden te bezoeken.

We ontdekken het stadje en merken dat we de enige backpackers zijn. Er zit niets anders op dan in ons eentje een jeeptoer te regelen. Via het hotel komen we in contact met Bereket, een lokale gids. Hij doet ons een concreet voorstel voor een driedaagse jeeptour door de Omo-vallei. We zijn verkocht, morgen vertrekken we al! Morgenochtend komt hij ons ophalen met zijn jeep ,de wegen zijn off-road en onberijdbaar voor gewone camionettes. 's Avonds arriveren enkele jeeps met Westerlingen, allen met georganiseerde tours vanuit Arba Minch.

Als Bereket de volgende ochtend arriveert met een gammel minibusje zijn we toch wat verrast en onthutst. Hij verzekert ons dat we straks met zijn jeep vertrekken naar Turmi. We bezoeken als eerste de Mursi. Ze zijn één van de meest exotische etnische groepen! Ze zijn nomaden, leven in lage hutten van stro en zijn bekend om hun lipplaten. We rijden door Mago nationaal park, de omgeving is verbluffend groen en mooi. Onderweg doen enkele Mursi-mannen ons busje stoppen en vragen of ze mee kunnen rijden tot aan hun dorp, hun zware zak maïs is niet te dragen. Voor wat hoort wat, ze mogen mee als we hen gratis mogen fotograferen ( anders moeten we 5birr per foto betalen). Dit is hun  bron van inkomsten. Als we het dorp binnenrijden liggen alle mannen languit in de schaduw onder een boom. De vrouwen zijn in de weer bij de hutten


en dragen indrukwekkende lipschijven, ook in de oorlel worden schijven gedragen. De onderlip wordt losgesneden als ze jong zijn en dan worden er steeds grotere schijven geplaatst. Sommigen dragen schijven tot 12 à 13 cm. Fascinerend! Sommigen zijn ook beschilderd en poseren met plezier voor een foto. Ook op de terugweg naar Jinka zitten 2 mursi-mannen in ons busje. Ze willen in de stad medicatie kopen voor een Mursi-vrouw uit het dorp. Ze heeft een zwaar geïnfecteerde wonde. Bij aankomst geraken we niet meer uit de auto. De schuifdeur zit vast en na heel wat getrek en geduw valt de schuifdeur er helemaal uit. Hilariteit alom! Bij de apotheek zitten we met een ferm misverstand. De Mursi-mannen willen dat wij hun medicatie betalen, maar die vlieger gaat niet op! Ook al gaat het maar om 5 euro, we sponsorden al genoeg. Bereket zegt dat we beter vertrekken.

Na de lunch gaat de toer inderdaad verder per jeep. We settelen ons achteraan op de kleddernatte zetels. De zetels zijn net gewassen, met teveel water, gezellig is wat anders. We rijden naar Turmi, een rit van 70km op onverharde wegen en de habitat van de Hamar. Halverwege houden we halt bij een lokale markt in Alduba. De Banna en Hamar uit de omgeving komen hier hun spullen kopen en verkopen . Een gids vergezelt ons, we zijn hier de enige witjes en we zijn  niet zo welgekomen. Als we ons fototoestel bovenhalen roepen ze nogal dreigend. Volgens de gids is dat maar show, maar het voelt niet zo leuk aan.  Onder een immense boom zitten veel Hamar-mannen en vrouwen gezellig bijeen. Ze komen éénmaal per week naar  de  markt om de laatste nieuwtjes uit het dorp te vertellen en samen van hun vies zelfgebrouwen bier te drinken.  


De Hamar-vrouwen dragen dierenhuiden als kledij, mooi en rijkelijk versierd met pareltjes. Er hangt een eigenaardig (dieren)geurtje rond hen allen. De vrouwen hebben ook een oranje Jommekes kapsel,  uniek bewerkt met modder en olie. Ook de haartooi van de Hamarmannen is speciaal: het voorhoofd is kaal, het haar aan de achterkant is samengevlochten en ze dragen lendedoeken. De Banna vallen meteen op door hun gevlochten parelwerk op hun hoofdband, de armbanden, de oorringen,... Even voor Turmi bezoeken we een typisch Hamardorp, met veel hutten en kralen voor de dieren. We zijn onder de indruk! Als we willen doorrijden start onze jeep niet meer. Bekenet zit met zijn handen in het haar! Een andere jeep pikt ons op en brengt ons naar het Tourist-Hotel, even verderop in Turmi, waar we overnachten. We zien wel wat morgen brengt !


 



 


-

1 opmerking:

  1. Mooi , interessant , maar blijkbaar ook vermoeiend , zowel fysisch als mentaal

    BeantwoordenVerwijderen