maandag 12 augustus 2019

FIANARANTSOA & RANOMAFANA ( 8 - 9 AUG 2019 )

Als we om 8u aankomen bij de busstand zien we onze bus, een overvolle taxibrousse, voor onze ogen vertrekken. We weten wat dat betekent: wachten tot de volgende bus weer overvol zit. Het valt nog mee, na een klein uurtje kunnen we vertrekken.                    Fianarantsoa is de hoofdstad van de provincie en heeft de meeste scholen en kerken van Madagaskar. De stad betaat uit drie delen:  de benedenstad, de nieuwe stad en de historische  bovenstad. We komen toe in het drukke taxibrousse-station in de beneden-stad. Alles voelt hier chaotisch aan. Ons hotel, Three Palms, ligt in de nieuwe stad. Na een ferme klim van een half uur zijn we er! De ongezellige kamer die we eerst aangeboden krijgen kunnen we gelukkig omruilen voor een andere kamer. Helaas merken we pas ’s avonds dat onze kamer boven het restaurant

 

 ligt, waar niemand komt eten, maar waar elke avond tot 21u karaoke wordt gezongen. We zijn in de Hooglanden waardoor we ’s avonds onze dikke trui moeten aantrekken. De benedenstad willen we niet verder verkennen, wel de oude Franse bovenstad. Vanaf de kathedraal kunnen er geen auto’s meer rijden en moet alles te voet gebeuren langs de vele trappen, smalle straatjes en steegjes. Het is hier mooi en gezellig. We voelen ons zowat in een oud bergdorp in de Franse Pyreneeën. Er worden, terecht, veel inspanningen gedaan om deze historische stad te beschermen.                                               Fianar is ook de uitvalsbasis voor een bezoek aan het nationaal park Ranomafana. We regelen vervoer naar en van het park dat 65 km van Fianar ligt. Dit dichte tropische regenwoud is werelderfgoed van de Unesco en

 

ligt op 600m tot 1400m hoogte. We trekken, met een lokale gids, vier uur door het woud dat een zeer lastig reliëf heeft. Maar het vele lastige klimmen en dalen loont de moeite, we spotten meerdere soorten bamboemaki’s en sifaka’s. In dit woud zijn meer dan 12 soorten maki’s geteld! Het woud bevat ook orchideeën maar die bloeien nu jammer genoeg niet omdat het winter is. We ontdekken ook planten die we voor het eerst zien: de bijzondere varensboom (die beschermd wordt), de reizigersboom (een stam met een waaier van grote palmbladeren aan beide zijden). We komen ook memoriestenen tegen. Bij deze herdenkingsstenen van overleden voorouders komen nog steeds mensen offers brengen en hulp vragen.

Het dorp Ranomafana dankt zijn naam aan de warmwaterbron die in de buurt ontspringt.

 

Want “Rano” betekent water en “mafana” betekent warm. De Fransen maakten hier een kuuroord van. Het is enkel te bereiken via een hangbrug over de rivier. Op vandaag is het een warm waterzwembad. Ik geniet van de welness van het warme water. En Filip staat er bij en kijkt er naar!

Tijdens de terugweg zien we overal typische Betsileo-huizen en –dorpen,  rijstterrassen op de flanken van de heuvels en veel baksteen-velden  en baksteenovens. Aan de hoeveelheid bakstenen te zien moeten er nog veel huizen gebouwd worden in Madagaskar. Met de ondergaande zon rijden we Fianar binnen.  Het is goed en mooi geweest en na nog één avond tanden bijten tot 21u en luisteren naar de valse klanken van de karaoke gaan we slapen en reizen we morgen verder.

 





 

 

zaterdag 10 augustus 2019

AMBALAVAO ( 5 -7 AUG 2019 )

 

 

 

De RN7 is de enige hoofdweg die de hoofdstad met het Zuiden verbindt. Hoofdweg is echter niet het juiste woord, want dan is de binnenweg Marke-Bellegem ook een hoofdweg! Er kunnen net 2 auto’s elkaar dwarsen en er zijn verrassend veel putten. De route naar Ambalavao is zoals rijden in een documentaire. Het landschap is aanvankelijk droog en dor, dit gaat over naar ruiger berggebied en naarmate we Ambalavao naderen krijgen we vele mooie vergezichten van rijstterrassen. Na 3,5 uren genieten van de vele mooie uitzichten zijn we er. Ambalavao is één van de mooiste dorpen van het hoogplateau. De huizen zijn kleurrijk beschilderd met een typisch houten balkon, cowboystijl.  We settelen ons in Résidence de Betsileo, tot in mei uitgebaat door een Fransman en zijn Malagasissche vrouw en nu in handen van lokalen. We worden zeer har-

 

telijk ontvangen. Het huis heeft iets koloniaals en is zeer gezellig. We verkennen Ambalavao en het is een plezier om er rond te lopen. Hier wonen de Betsileo, bekend om hun onge-dwongenheid en vriendelijkheid. De mensen dragen opvallende breedgerande hoeden. We hebben de indruk dat ze op weg zijn naar Waregem koerse met hun sjieke hoeden.

Op 13km van Ambalavao ligt het Anja reservaat, wat hoog op onze to-do lijst staat. Het Anja reservaat garandeert nauwe ontmoetingen met lemuren.  We nemen een tuk-tuk tot aan het reservaat en regelen bij de inkom een (verplichte) gids. . Daarnaast gaat er ook een spotter mee die gespecialiseerd is in dieren zoeken. De inkomprijzen liggen vast. Een coöperatieve beheert deze inkomsten. Het grootste deel gaat naar de scholen in de 6 omliggende dorpen Wij hebben onze wandel-

 

schoenen aan, de spotter stapt op blote voeten. We zijn blij met onze keuze om de grote toer te doen. Alle tour-operatours doen de kleine toer en stappen slechts de eerste 200m, daarna keren ze terug. Vanaf dan komen we geen kat meer tegen. Enkel nog vele lemuren en kameleons waarvan de dames in kwestie heel fotogeniek zijn door hun mooi felgroene kleur. Soms met een vleugje rood afhankelijk van de struik waar de dame zich bevindt. gelukkig dat de spotter mee is, wij zouden de kameleons gegaran-deerd voorbij lopen. We zien ook de plant-hopper, een  totaal vreemd insect, dat voor ons lijkt op wit mos die leeft van kleine insecten. Na een lommerrijk bosgebied is het klimmen en klauteren over, tussen en in de enorme rotsblokken en genieten van de fraaie vergezichten over de rijstvelden vanop

 

 

een enorme blok granietsteen.

Na onze 4 uur durende tocht verkennen we het nabijgelegen Betsileo-dorp en wandelen verder langs de rijstterrassen. Er is veel bedrijvigheid, er wordt overal geploegd en geplant. Het is er zo stil dat de mensen over verre afstanden kunnen communiceren met elkaar. Hun traditionele huizen zijn rechthoekig, lang en smal en hebben een typisch dak.  De mensen zijn zeer vriendelijk en roepen ons altijd een bonjour of een salamaa, de kinderen roepen “vaza salu”. Het is aangenaam vertoeven op die plek, we missen de grote hitte uit het Zuiden zeker niet. We willen met de taxibrousse terug, wat minder vlot lukt dan gedacht. Na 6km stappen stopt een taxibrousse en kunnen we eindelijk mee naar Ambalavao.

Dit stadje is de draaischijf van de zeboehandel in de regio. De zeboe dient als pakkendier, als transport, het vlees wordt gegeten en de melk wordt gedronken. Op woensdag is er zeboemarkt even verder op. Deze markt is werkelijk ‘the place to be’ als we veel mannen en koeien willen samen zien. Van overal komen ze met hun kuddes toe. We snappen maar niet hoe ze hun beesten uit elkaar kunnen houden. We hebben wel één systeem door, namelijk dat ze ferm meppen op de dieren met hun stokken. Het is hilarisch om te zien hoe ze steeds achter de kalveren moeten sprinten die proberen te ontsnappen. De kleintjes zijn het marktgebeuren duidelijk nog niet gewoon.

 

 

 

 Ambalavao is ook de thuisbasis van het beroemde ambachtelijke papier van Antaimoro. We bezoeken het atelier en bewonderen hoe kunstig het papier wordt versierd met gedroogde bloemen en bladeren. Ambalavao is gezellig en een plaats die we niet meer zullen vergeten.

 

 

 

 

 

 

 

 


woensdag 7 augustus 2019

RANOHIRA & ISALO NP ( 3 - 5 AUG 2019 )


 

 

Vanuit Tulear rijden we, via een uitgestrekte palmenvallei met veel baobabs, door het droge Zuiden naar Ranohira. Onderweg veel armoedige dorpen met hutten van takken of aarde. We passeren het stadje LLakaka, waar 50% van de saffier in de wereld wordt ontgind en verhandeld. We rijden ook voorbij uitgestrekte savannes en komen zo in het gebied van de Bara-stam, een nomadisch herdersvolk dat leeft van de veeteelt en zich graag vergelijkt met de Masai. De Bara hebben een negroïde uiterlijk en staan bekend als gekwikste veedieven. Zo moet een man die wil trouwen enkele runderen kunnen stelen, als bewijs van zijn dapperheid. Tegen de middag worden we afgezet bij onze ecolodge in Ranohira. Het dorp stelt niet zoveel voor, enkele winkeltjes en lodges. Toch is het hier een komen en gaan van toeristen. Het dorp ligt

 

 

nl. aan de voet van één van de meest bijzondere parken van Madagskar, Isalo NP. Na de lunch verkennen we het dorp en informeren voor een dagtocht voor morgen in het Nationaal Park. Het valt nogal duur uit, maar we laten het niet aan ons hart komen. Vanuit onze bungalow hebben we een prachtig vergezicht op het gebergte. Onze buurman is een kameleon die in de boom naast onze bungalow woont.

Om 8u zijn we al bij het gidsen kantoor en maken kennis met onze gids, Olivier. Hij behoort ook tot de Bara-stam en gidst al meer dan 20 jaar. Olivier brengt er meteen de sfeer in, hij houdt van (zijn eigen) mopjes waar ook wij hartelijk moeten om lachen. We maken een dagtocht door dit immense gebergte van zandsteen. We stoppen bij één van de vele grotten. Olivier vertelt dat de Bara, volgens de traditie, hun doden tweemaal begraven. Een 

 

 

eerste maal wordt het lichaam in een grot gelegd. De astroloog van het dorp bepaalt wanneer de ziel voor een tweede keer begraven mag worden, meestal enkele jaren later. De resten worden dan verzameld in een kistje en na een groot dorpsfeest definitief in de familietombe geplaatst. Onze gids heeft oog voor alles, zo ziet hij wandelende takken in een struik, waar wij zo aan voorbij zouden lopen. We gaan steeds dieper de bergen in, het uitzicht is fantastisch! Dit woestijnachtige gebied doet enigszins denken aan Colorado in de Verenigde staten. Wat een spectaculair zicht! We dalen af en wandelen naar de Piscine Naturelle, die omgeven is door een prachtige oase. Volgens Olivier mag je niet met kleren aan zwemmen omdat het heilig water is…grapjas. We zien voor het eerst de ringstaartmaki's! De tocht gaat verder over een

 

 

kale vlakte. Het is snikheet, dat is dus puffen en blazen. Olivier waarschuwt ons voor schorpioenen onderweg. Als bewijs draait hij enkele stenen om en daar zit inderdaad een schorpioen! Onderweg krijgen we uitleg over de veel medicinale plantende hier groeien! We dalen steeds verder naar beneden tot bij de rivier, waar we picknicken. Even later zien we een sifaka, een witte primaat, die zich gewillig laat fotograferen. We volgen de rivier stroomopwaarts en gaan steeds dieper de canyon in om uiteindelijk te eindigen bij het  blauwe en zwarte meer. Wij laten het zwem-men in het ijskoude water voor wat het is. De flora onderweg is fantastisch mooi, de foto’s spreken boekdelen. Al bij al, een stevige maar schitterende dagtocht. We regelen's avonds opnieuw twee zitjes in een lege auto rihting hoofdstad, deze keer naar de stad Ambalavao.

 

 

Na het diner worden we in de lodge verrast met een gastoptreden van een lokale band. We genieten van de mooie, aangrijpende muziek.

Na het ontbijt wandelen we naar een dorp, bij de ingang van het Isalo-gebergte. Onderweg zien we vrouwen die in de rivier de was aan het doen zijn, mannen die met de zebu’s op stap zijn, kinderen die aan het spelen zijn. Het dorp is zeer eenvoudig.  De maniok ligt te drogen op het dak. Rond de hutjes zijn er kleine moestuintjes. Op de terugweg worden we, onverwacht, opgepikt door de chauffeur die ons naar Ambalavao zou brengen. Hij is drie uur vroeger dan voorzien, maar geen nood, een kwartier later is onze rugzak gevuld en kunnen we vertrekken naar Amblavao, een rit van 200km.

 

 

 

 

 

zondag 4 augustus 2019

AMBOLIMAILAKA & TULEAR ( 29 JULI - 2AUG 2019 )

Het vervoer met de lokale, overvolle busjes begint serieus in onze kleren te kruipen. We kiezen voor de luxe en vliegen naar Zuid-Madagskar om daarna over land in meerdere etappes terug te reizen naar de hoofdstad. Maar ook dit is op zijn Afrikaans, de vlucht werd in 12uur tijd 3 keer gewijzigd! Het is pikdonker als we aankomen in de airbnb bij Philippe in Ambolimailaka. Bij aankomst in onze hut hebben we meteen een relax gevoel. Met het ruisen van de zee op de achtergrond geraken we al snel in dromenland.

Als we ‘s morgens onze deur opendoen voelen we meteen dat dit een plaats is naar onze zin.  Ambolimailaka is een vissersdorp en ligt heel afgelegen. Hier wonen de Vezo, de Fransen noemden ze de nomaden van de zee. Ze hebben een donker Afrikaans uiterlijk. De tijd lijkt hier stil te staan, iedereen woont in rieten hutjes.  

 

Het leven speelt zich volledig buiten af. Hun prauwen hebben prachtig zelfgemaakte zeilen. Het is een idyllische plaats. We krijgen er niet genoeg van om dit alles te fotograferen. We zien in de verte, bij het rif, de golven omslaan in een bruisende witte lijn. Overdag kunnen we de vangst aanschouwen van de honderden lokale vissers in hun pirogues, kano’s gemaakt uit holle boomstammen.

In onze hut hebben we de gelegenheid om zelf te koken. Op dinsdag is er markt en gaan we inkopen doen. Het aanbod is echter beperkt, meer dan ajuin, tomaat, zoette aardappel en een soort spinazie kunnen we niet kopen. Alles wordt per stuk verkocht, het is overduidelijk dat hier absoluut geen rijkdom is. We zullen er een soepje (letterlijk)  van maken voor ’s avonds. Voor het ontbijt en de lunch gaan we naar een restaurant op 15 minuten wandelen

 

van onze hut.  Op het strand is er de hele dag door veel bedrijvigheid. Het valt ons meteen op dat mannen en vrouwen samenwerken. Vele vrouwen bedekken hun gezicht met een soort schoonheidsmasker van gekleurd houtpoeder (vaak geel of oranje) wat hen beschermt tegen de zon. Wij worden voortdurend aangesproken door  kinderen. Ze vragen een cadeau, zeep voor hun mama en geld, maar wel op een vriendelijke wijze. Als wij zeggen dat we niets geven wandelen ze  verder gezellig met ons mee. Frans is de tweede taal in Madagaskar. Het is voor ons, na 4 maanden Engels spreken,  even aanpassen. De lokale bevolking geraakt meestal niet verder dan ‘bo-soer’.

Van juli tot augustus is er de mogelijkheid om bultrugwalvissen te spotten, ze migreren door het kanaal van Mozambique. Dit willen we niet missen en wagen onze kans. De tocht wordt

georganiseerd via het hotel iets verderop, ook gerund door een Fransman. De Fransen zijn hier overduidelijk nog aanwezig na de kolonisatie 60 jaar geleden. De boot vaart pas uit als er minstens 4 kandidaten zijn! ’s Avonds horen we dat de boot kan uitvaren. Een Nederlands koppel met hun puber 2-ling zal ons vervoegen. Het is 8km varen tot aan het rif vooraleer we in open zee komen. Ons geduld wordt ferm op proef gesteld. We zien in de verte eerst enorme fonteinen en later ook de ruggen van walvissen, ze zijn overduidelijk aanwezig. Plots uit het niets zien wij een jump van een walvis vlak voor ons ogen. Wat een spektakel, ongelooflijk dat die grote walvis met zijn 30.000kg die salto kan maken. We zien er ook eentje onder de boot door zwemmen. Allemaal zeer bijzonder.

Snorkelen staat ook op onze ‘to-do’ lijst. We varen met een pirogue naar het koraalrif. Er

 

zijn hier zoveel vissen en zeesterren te zien in alle maten en kleuren. Het koraal is er wel niet al te best aan toe. We kunnen uren rondzwemmen dankzij de duikerspakken die ons lekker warm houden. Dit is genieten om ‘U’ tegen te zeggen.

We kopen inktvis bij de vissers om zelf te bereiden. Het is echter niet vanzelfsprekend om een inktvis te kuisen. Gelukkig komt Dédé ons hierbij helpen. Na enkele uren kookgeduld en wat opstoven met tomaat en ajuin laten we ons het heerlijke gerecht smaken. We genieten elke avond van een fraaie zonsondergang.

Onze eerste indrukken en gevoelens zitten alvast zeer goed wat dit land betreft. We ervaren rust en genieten van de mooie natuur waar geregeld pracht vlinders hun aandacht vragen. Ook dit mooi liedje blijft


niet duren, we moeten afronden als we Madagaskar verder willen exploreren.

Ons plan om ook het vissersdorp Mangili te bezoeken laten we varen en reizen meteen door naar Tulear. Dit is de tweede grootste stad van het land en het start- en eindpunt van de nationale weg tussen de hoofdstad en het Zuiden.  Tulear is een drukke stad, waar iedereen zich verplaatst in de pousse-pousse. Van hieruit willen we terugreizen naar Ranohira, een rit van 200km. De taxibrousses, minibusjes die pas vertrekken als ze overvol zijn, willen we zoveel mogelijk vermijden. We hoorden dat er andere transportmogelijkheden zijn en gaan in Tulear op onderzoek. De Transmalala, een minibusje speciaal voor toeristen, is jammer genoeg al volzet. We weten toch twee zitjes te bemachtigen in een privéwagen, die vanuit Tana toeristen naar hier bracht en morgen (leeg) terugrijdt naar Tana.