FIANARANTSOA & RANOMAFANA ( 8 - 9 AUG 2019 )

Als we om 8u aankomen bij de busstand zien we onze bus, een
overvolle taxibrousse, voor onze ogen vertrekken. We weten wat dat betekent:
wachten tot de volgende bus weer overvol zit. Het valt nog mee, na een klein
uurtje kunnen we vertrekken. Fianarantsoa is de hoofdstad van de provincie en heeft de
meeste scholen en kerken van Madagaskar. De stad betaat uit drie delen: de benedenstad, de nieuwe stad en de
historische bovenstad. We komen toe in
het drukke taxibrousse-station in de beneden-stad. Alles voelt hier chaotisch aan. Ons hotel, Three Palms, ligt in de nieuwe stad. Na een ferme klim van een
half uur zijn we er! De ongezellige kamer die we eerst aangeboden krijgen kunnen
we gelukkig omruilen voor een andere kamer. Helaas merken we pas ’s avonds dat
onze kamer boven het restaurant

ligt, waar niemand komt eten, maar waar elke
avond tot 21u karaoke wordt gezongen. We zijn in de Hooglanden waardoor we ’s
avonds onze dikke trui moeten aantrekken. De benedenstad willen we niet verder verkennen, wel de oude Franse bovenstad. Vanaf de kathedraal kunnen er geen auto’s meer rijden en moet alles te voet gebeuren langs de vele trappen, smalle straatjes en steegjes. Het is hier mooi en gezellig. We voelen ons zowat in een oud bergdorp in de Franse Pyreneeën. Er worden, terecht, veel inspanningen gedaan om deze historische stad te beschermen. Fianar is ook de uitvalsbasis voor een bezoek aan het
nationaal park Ranomafana. We regelen vervoer naar en van het park dat 65 km
van Fianar ligt. Dit dichte tropische regenwoud is werelderfgoed van de Unesco
en


ligt op 600m tot 1400m hoogte. We trekken, met een lokale gids, vier uur
door het woud dat een zeer lastig reliëf heeft. Maar het vele lastige klimmen
en dalen loont de moeite, we spotten meerdere soorten bamboemaki’s en sifaka’s.
In dit woud zijn meer dan 12 soorten maki’s geteld! Het woud bevat ook
orchideeën maar die bloeien nu jammer genoeg niet omdat het winter is. We
ontdekken ook planten die we voor het eerst zien: de bijzondere varensboom (die
beschermd wordt), de reizigersboom (een stam met een waaier van grote
palmbladeren aan beide zijden). We komen ook memoriestenen tegen. Bij deze
herdenkingsstenen van overleden voorouders komen nog steeds mensen offers
brengen en hulp vragen.
Het dorp Ranomafana dankt zijn naam aan de warmwaterbron die
in de buurt ontspringt.
Want “Rano” betekent water en “mafana” betekent warm.
De Fransen maakten hier een kuuroord van. Het is enkel te bereiken via een
hangbrug over de rivier. Op vandaag is het een warm waterzwembad. Ik geniet van
de welness van het warme water. En Filip staat er bij en kijkt er
naar!
Tijdens de terugweg zien we overal typische
Betsileo-huizen en –dorpen, rijstterrassen op de flanken van de heuvels
en veel baksteen-velden en
baksteenovens. Aan de hoeveelheid bakstenen te zien moeten er nog veel huizen
gebouwd worden in Madagaskar. Met de ondergaande zon rijden we Fianar
binnen. Het is goed en mooi geweest en
na nog één avond tanden bijten tot 21u en luisteren naar de valse klanken van
de karaoke gaan we slapen en reizen we morgen verder.
Mooi reisverslag, geniet verder van jullie laatste dagen in Madagascar we kijken uit naar het volgende verslag ☺️😘
BeantwoordenVerwijderen