woensdag 7 augustus 2019

RANOHIRA & ISALO NP ( 3 - 5 AUG 2019 )


 

 

Vanuit Tulear rijden we, via een uitgestrekte palmenvallei met veel baobabs, door het droge Zuiden naar Ranohira. Onderweg veel armoedige dorpen met hutten van takken of aarde. We passeren het stadje LLakaka, waar 50% van de saffier in de wereld wordt ontgind en verhandeld. We rijden ook voorbij uitgestrekte savannes en komen zo in het gebied van de Bara-stam, een nomadisch herdersvolk dat leeft van de veeteelt en zich graag vergelijkt met de Masai. De Bara hebben een negroïde uiterlijk en staan bekend als gekwikste veedieven. Zo moet een man die wil trouwen enkele runderen kunnen stelen, als bewijs van zijn dapperheid. Tegen de middag worden we afgezet bij onze ecolodge in Ranohira. Het dorp stelt niet zoveel voor, enkele winkeltjes en lodges. Toch is het hier een komen en gaan van toeristen. Het dorp ligt

 

 

nl. aan de voet van één van de meest bijzondere parken van Madagskar, Isalo NP. Na de lunch verkennen we het dorp en informeren voor een dagtocht voor morgen in het Nationaal Park. Het valt nogal duur uit, maar we laten het niet aan ons hart komen. Vanuit onze bungalow hebben we een prachtig vergezicht op het gebergte. Onze buurman is een kameleon die in de boom naast onze bungalow woont.

Om 8u zijn we al bij het gidsen kantoor en maken kennis met onze gids, Olivier. Hij behoort ook tot de Bara-stam en gidst al meer dan 20 jaar. Olivier brengt er meteen de sfeer in, hij houdt van (zijn eigen) mopjes waar ook wij hartelijk moeten om lachen. We maken een dagtocht door dit immense gebergte van zandsteen. We stoppen bij één van de vele grotten. Olivier vertelt dat de Bara, volgens de traditie, hun doden tweemaal begraven. Een 

 

 

eerste maal wordt het lichaam in een grot gelegd. De astroloog van het dorp bepaalt wanneer de ziel voor een tweede keer begraven mag worden, meestal enkele jaren later. De resten worden dan verzameld in een kistje en na een groot dorpsfeest definitief in de familietombe geplaatst. Onze gids heeft oog voor alles, zo ziet hij wandelende takken in een struik, waar wij zo aan voorbij zouden lopen. We gaan steeds dieper de bergen in, het uitzicht is fantastisch! Dit woestijnachtige gebied doet enigszins denken aan Colorado in de Verenigde staten. Wat een spectaculair zicht! We dalen af en wandelen naar de Piscine Naturelle, die omgeven is door een prachtige oase. Volgens Olivier mag je niet met kleren aan zwemmen omdat het heilig water is…grapjas. We zien voor het eerst de ringstaartmaki's! De tocht gaat verder over een

 

 

kale vlakte. Het is snikheet, dat is dus puffen en blazen. Olivier waarschuwt ons voor schorpioenen onderweg. Als bewijs draait hij enkele stenen om en daar zit inderdaad een schorpioen! Onderweg krijgen we uitleg over de veel medicinale plantende hier groeien! We dalen steeds verder naar beneden tot bij de rivier, waar we picknicken. Even later zien we een sifaka, een witte primaat, die zich gewillig laat fotograferen. We volgen de rivier stroomopwaarts en gaan steeds dieper de canyon in om uiteindelijk te eindigen bij het  blauwe en zwarte meer. Wij laten het zwem-men in het ijskoude water voor wat het is. De flora onderweg is fantastisch mooi, de foto’s spreken boekdelen. Al bij al, een stevige maar schitterende dagtocht. We regelen's avonds opnieuw twee zitjes in een lege auto rihting hoofdstad, deze keer naar de stad Ambalavao.

 

 

Na het diner worden we in de lodge verrast met een gastoptreden van een lokale band. We genieten van de mooie, aangrijpende muziek.

Na het ontbijt wandelen we naar een dorp, bij de ingang van het Isalo-gebergte. Onderweg zien we vrouwen die in de rivier de was aan het doen zijn, mannen die met de zebu’s op stap zijn, kinderen die aan het spelen zijn. Het dorp is zeer eenvoudig.  De maniok ligt te drogen op het dak. Rond de hutjes zijn er kleine moestuintjes. Op de terugweg worden we, onverwacht, opgepikt door de chauffeur die ons naar Ambalavao zou brengen. Hij is drie uur vroeger dan voorzien, maar geen nood, een kwartier later is onze rugzak gevuld en kunnen we vertrekken naar Amblavao, een rit van 200km.

 

 

 

 

 

1 opmerking: