AMBOLIMAILAKA & TULEAR ( 29 JULI - 2AUG 2019 )
Het vervoer met de lokale, overvolle busjes begint serieus
in onze kleren te kruipen. We kiezen voor de luxe en vliegen naar
Zuid-Madagskar om daarna over land in meerdere etappes terug te reizen naar de
hoofdstad. Maar ook dit is op zijn Afrikaans, de vlucht werd in 12uur tijd 3
keer gewijzigd! Het is pikdonker als we aankomen in de airbnb bij Philippe in
Ambolimailaka. Bij aankomst in onze hut hebben we meteen een relax gevoel. Met
het ruisen van de zee op de achtergrond geraken we al snel in dromenland.
Als we ‘s morgens onze deur opendoen voelen we meteen dat
dit een plaats is naar onze zin.
Ambolimailaka is een vissersdorp en ligt heel afgelegen. Hier wonen de
Vezo, de Fransen noemden ze de nomaden van de zee. Ze hebben een donker Afrikaans uiterlijk. De tijd lijkt hier stil te
staan, iedereen woont in rieten hutjes.
Het leven speelt zich volledig buiten
af. Hun prauwen hebben prachtig zelfgemaakte zeilen. Het is een idyllische
plaats. We krijgen er niet genoeg van om dit alles te fotograferen. We zien in
de verte, bij het rif, de golven omslaan in een bruisende witte lijn. Overdag
kunnen we de vangst aanschouwen van de honderden lokale vissers in hun
pirogues, kano’s gemaakt uit holle boomstammen.
In onze hut hebben we de gelegenheid om zelf te koken. Op
dinsdag is er markt en gaan we inkopen doen. Het aanbod is echter beperkt, meer
dan ajuin, tomaat, zoette aardappel en een soort spinazie kunnen we niet kopen.
Alles wordt per stuk verkocht, het is overduidelijk dat hier absoluut geen
rijkdom is. We zullen er een soepje (letterlijk) van maken voor ’s avonds. Voor het ontbijt en
de lunch gaan we naar een restaurant op 15 minuten wandelen


van onze hut. Op het strand is er de hele dag door veel bedrijvigheid. Het
valt ons meteen op dat mannen en vrouwen samenwerken. Vele vrouwen bedekken hun
gezicht met een soort schoonheidsmasker van gekleurd houtpoeder (vaak geel of
oranje) wat hen beschermt tegen de zon. Wij worden voortdurend aangesproken
door kinderen. Ze vragen een cadeau,
zeep voor hun mama en geld, maar wel op een vriendelijke wijze. Als wij zeggen
dat we niets geven wandelen ze verder
gezellig met ons mee. Frans is de tweede taal in Madagaskar. Het is voor ons,
na 4 maanden Engels spreken, even
aanpassen. De lokale bevolking geraakt meestal niet verder dan ‘bo-soer’.
Van juli tot augustus is er de mogelijkheid om
bultrugwalvissen te spotten, ze migreren door het kanaal van Mozambique. Dit
willen we niet missen en wagen onze kans. De tocht wordt

georganiseerd via het
hotel iets verderop, ook gerund door een Fransman. De Fransen zijn hier overduidelijk
nog aanwezig na de kolonisatie 60 jaar geleden. De boot vaart pas uit als er
minstens 4 kandidaten zijn! ’s Avonds horen we dat de boot kan uitvaren.
Een Nederlands koppel met hun puber 2-ling zal ons vervoegen. Het is 8km varen
tot aan het rif vooraleer we in open zee komen. Ons geduld wordt ferm op proef
gesteld. We zien in de verte eerst enorme fonteinen en later ook de ruggen van
walvissen, ze zijn overduidelijk aanwezig. Plots uit het niets zien wij een
jump van een walvis vlak voor ons ogen. Wat een spektakel, ongelooflijk dat die
grote walvis met zijn 30.000kg die salto kan maken. We zien er ook eentje onder
de boot door zwemmen. Allemaal zeer bijzonder.
Snorkelen staat ook op onze ‘to-do’ lijst. We varen met een
pirogue naar het koraalrif. Er
zijn hier zoveel vissen en zeesterren te zien in
alle maten en kleuren. Het koraal is er wel niet al te best aan toe. We kunnen
uren rondzwemmen dankzij de duikerspakken die ons lekker warm houden. Dit is
genieten om ‘U’ tegen te zeggen.
We kopen inktvis bij de vissers om zelf te bereiden. Het is
echter niet vanzelfsprekend om een inktvis te kuisen. Gelukkig komt Dédé ons
hierbij helpen. Na enkele uren kookgeduld en wat opstoven met tomaat en ajuin
laten we ons het heerlijke gerecht smaken. We genieten elke avond van een
fraaie zonsondergang.
Onze eerste indrukken en gevoelens zitten alvast zeer goed
wat dit land betreft. We ervaren rust en genieten van de mooie natuur waar
geregeld pracht vlinders hun aandacht vragen. Ook dit mooi liedje blijft
niet
duren, we moeten afronden als we Madagaskar verder willen exploreren.
Ons plan om ook het vissersdorp Mangili te bezoeken laten we
varen en reizen meteen door naar Tulear. Dit is de tweede grootste stad van het
land en het start- en eindpunt van de nationale weg tussen de hoofdstad en het
Zuiden. Tulear is een drukke stad, waar iedereen zich verplaatst in de pousse-pousse. Van hieruit willen we terugreizen naar Ranohira, een rit van 200km. De
taxibrousses, minibusjes die pas vertrekken als ze overvol zijn, willen we
zoveel mogelijk vermijden. We hoorden dat er andere transportmogelijkheden zijn
en gaan in Tulear op onderzoek. De Transmalala, een minibusje speciaal voor
toeristen, is jammer genoeg al volzet. We weten toch twee zitjes te bemachtigen
in een privéwagen, die vanuit Tana toeristen naar hier bracht en morgen (leeg)
terugrijdt naar Tana.
Dit lijkt mij een leuke bestemming, genieten maar!!!
BeantwoordenVerwijderen