zondag 16 juni 2019

ARUSHA ( 5 - 9 JUNI 2019 )

 

Titus dropt ons om 6u 's morgens bij de luxebus die naar Arusha rijdt. We zijn blij dat we op een comfortabele wijze de lange afstand kunnen leggen. Na een paar uren rijden hebben we nood aan een plaspauze en krijgen we honger. Onze hoop verdwijnt snel.  Wij hebben maar 2 keer een stop. Eén stop omdat de bus een klapband heeft en een tweede stop van 10 minuten om naar het toilet te hollen, snel iets te kopen om dan in de bus op te eten. De muziek staat megahard. Daarnaast gaat er, telkens als de bus te snel rijdt, een schel geluid af. Om 19u en 750km verder rijden we, compleet uitgeblust, Arusha binnen. Voor ons geen lange afstanden meer! Het is al donker en er komt veel volk op ons af. We voelen ons niet op ons gemak in het busstation. We vragen iemand om Elisha te bellen om ons op te pikken. In een mum van tijd staat hij bij ons. We rijden naar het huis van zijn

 

ouders bij Jeremia en Judith, ons tweede airbnb verblijf. De hele familie is aanwezig en hun zeer warm en lief onthaal compenseert alle lasten van de rit. Het is feest en we smullen van de pilaw. Deze maaltijd wordt enkel bereid bij feesten en belangrijke gebeurtenissen en vandaag zijn wij dat, 2 Belgen ten huize mama Elisha. Ook de vrouw van Elisha is jarig waardoor we mogen delen in de verjaardagstaart. We zingen onze Belgische birthdayliedjes en leren de kinderen Chinees vuurwerk maken. Erik en Neema, twee studenten toerisme, wonen er ook en helpen de familie met van alles en nog wat. Elisha woont met zijn gezin in Arusha-stad, 12 km van zijn ouders. Wij blijven logeren bij Judith en Jeremia. Zij zijn trouwens leeftijdsgenoten van ons.

We willen het leven daar ter plekke op ons

laten afkomen. Het gehucht ligt afgelegen met enkel aardewegen ernaartoe. Grote stukken van de aardeweg zijn weggespoeld door de hevige regenval. Zelfs op maps.me zijn deze straatjes niet te zien. In het gehucht staan evenveel kerkgebouwtjes als huizen. Jeremia is pastoor in een Lutheriaanse kerk. Wij gaan graag op zijn voorstel in om te gaan wandelen en ondertussen zijn kerk te bezoeken. De omgeving is fantastisch mooi, het dorp ligt te midden bananenplantages en koffieplantages. Jeremia toont heel trots zijn kerk maar wij zien enkel een ruwbouw met nog veel werk aan de winkel. Wij kunnen ons al snel wat oriënteren en verkennen verder de omgeving met Erik aan onze zijde. Arusha ligt op een heuvelflank op 1.400m hoogte. Hier zijn geen malariamuggen waardoor we

beslissen om even geen malarone meer  te nemen. We genieten van alle rust die de omgeving uitstraalt. De mensen leiden hier een eenvoudig bestaan. Iedereen heeft zijn eigen koeien, tuintje en leven zelf bedruipend zonder comfort. Ook Judith en Jeremia hebben 4 koeien die elke dag om 6u gemolken worden door Judith.

Erik wil ons vergezellen naar Arusha-stad, maar wij zijn plantrekkers en gaan liever onze eigen weg. Met de daladala vinden we vlot de juiste halte en stappen uit. Arusha is een typische Afrikaanse stad. Niet gezellig, niet ongezellig. Wij zien opvallend veel mensen met albinisme. Het is een zot idee dat deze mensen nog niet zo lang geleden gedood werden omdat men geloofde dat hun lichaamsdelen geluk brachten. Een nieuwe wet verbiedt dat nu en bestraft deze walgelijke praktijken. Op

straat zijn wij getuige van een man met albinisme die, als enige, opkomt voor een (straat) kind dat hardhandig wordt aangepakt door een ander straatkind. Hier is de mentaliteit van 'we staan erbij en kijken ernaar', wat naar aanvoelt voor ons. We bezoeken de gezellige masaai markt in Arusha met veel kleurrijke stoffen, snuisterijen, sieraden gemaakt met pareltjes,...Zoals op vele lokale markten is afdingen de boodschap. In Arusha leven grote Indische gemeenschappen en wij genieten er dan ook van om eens lekker Indisch te kunnen eten. De clocktower in het centrum is het middelpunt van Afrika, tussen Egypte en Zuid-Afrika. 

Arusha is de uitvalsbasis naar de bekende Serengiti en Ngorgoro Nationale parken. de prijs voor een bezoek aan deze parken is

echter schandalig hoog en dus geen spek voor onze bek.  Gelukkig ligt Tarangire nationaal park ook in de buurt, bekend om zijn grote populatie savanne olifanten en vele honderden jaren oude baobab bomen.  De naam Tarangire is ontleend aan de Tarangire rivier die door het beschermde gebied loopt en de voornaamste levensader voor de wilde dieren is. De olifanten hebben een eigen techniek om water uit de baobab's te halen, we zien dan ook heel veel geschonden bomen. Elisha neemt ons een dag mee op safari.  Het is een onvergetelijke dag en een prachtige ervaring. We zien veel kuddes olifanten aan ons voorbijtrekken, bul's vechten om het heerschap met het nodige kabaal. Groot en klein zijn voortdurend in beweging. We spotten een luipaard en zoals de naam het zegt 'lui' in een boom. Maar we

weten wel dat we niet uit de jeep moeten komen. Het grote wildpark is zijn naam waardig. Masaai giraffen, apen, leeuwen, struisvogels en impala's. Het park is enorm groot. In die grootsheid van het landschap lijken al deze dieren heel klein. Elisha wijst ons meerdere keren op de vele vogels in het park, allen met prachtige kleuren. De picknickplaats is een gevaarlijke plek. Familie's apen weten al generaties lang dat er hier van alles te roven valt. Het zijn dan ook beroeps aanvallers om eten te pikken uit de handen. Geef ons maar een rustig restaurant zonder apen!

De streek rond Arusha is ook de habitat van de Masaai-tribe. We zien onderweg naar Tarangire meerdere Masaaidorpen en Masaai op stap met hun vee in de uitgestrekte weiden. We willen graag een

 
 

Masaaidorp bezoeken maar geen toeristisch dorp waar de masaai in klederdracht zitten te wachten op ons en hun nummertje opvoeren. We willen hun echte leven zien. Elisha gaat op zoek en stopt onderweg bij zo'n dorp. Er zijn maar enkele Masaai in het dorp, de tamtam doet zijn werk en even later komen ze van ver uit de weiden naar het dorp terug. Ze tonen  trots hun hutten. De hut heeft precies de structuur van een slakkenhuisje, gemaakt van gevlochten takken en opgevuld met mest en modder. Het is er heel klein, een ingang, een kookplaatsje en een slaapplaats die ook dienst doet als zitplaats. Ze slapen op een plastieken zeil. Verder is er weinig te bespeuren in de hut. We staan versteld dat ze zo weinig bezitten. Ze wonen in een kraal met een omheining van doorntakken om de wilde dieren op afstand te houden. Ze eten vooral vlees en durven weleens

bloed te drinken van hun koeien. Wij worden vriendelijk onthaald. Ze willen graag met ons een praatje slaan, maar verder dan elkaars naam benoemen komen we niet. Ze dragen mooie kettingen en oorringen gemaakt van kleine kraaltjes. Enkelen doen hun halsketting aan en voeren hun typische springdans op met  ritmisch gezang.

Op zondag valt het leven stil in Tanzania. Zo ook in Arusha, iedereen trekt dan zijn schoolkostuum of allerbeste kleren aan om naar de kerk te gaan. We gaan met plezier in op het voorstel van Jeremia om een kerkdienst in zijn kerk bij te wonen. Om 10u staan we paraat bij de kerk maar als er een uur later nog geen ziel komt opdagen gaan wij bij de concurrentie in het dorp. We vinden die vlot want overal horen we vrolijk gezang. We voelen dat de kerk hier echt van de mensen is

 

en niet van de priester. Het is aandoenlijk mooi om iedereen te zien dansen en te horen zingen.

Ons verblijf bij de familie is heel hartverwarmend en aangenaam , maar ook heel intens en beklijvend. Zo krijgen we bvb. amper de kans om ons brood uit de rooster te halen, om onze stoel in positie te zetten,....ze zorgen te goed voor ons!  We hebben nood aan wat meer bewegingsvrijheid en beslissen om even geen homestays meer te boeken.

 
 
 
 
 
 
 
 
 

maandag 10 juni 2019

OP NAAR TANZANIA / MWANZA ( 31 MEI - 4 JUNI 2019 )

Onze laatste stop in Oeganda,  Mburo Nationaal Park bekend om zijn grote populatie zebra's, laten we voor wat het is. Het ligt te ver van de hoofdweg, waardoor het enkel met privévervoer te bereiken is (en dus veel te duur is). We reizen meteen door naar Mwanza in Tanzania, wat betekent dat we drie reisdagen voor de boeg hebben.

De eerste dag nemen we de boot in Lake Bunyonyi en varen naar Rutinda, waar we de taxi nemen naar de stad Kabale. In Kabale nemen we de lange-afstandsbus naar Masaka, de laatste grote stad voor de grens met Tanzania. We reizen 300km van West naar Oost-Oeganda en zijn blij als we in de late namiddag aankomen.

De tweede dag nemen we een matatu naar het grensstadje Mutukula. Op 20km voor de

 

grens blijkt dat één van de remmen  kapot is. Net als we vrezen dat we hier zullen vastzitten komt een bodaboda het vervangstuk brengen en wordt de rem meteen vervangen. Van efficiëntie gesproken! Een half uur later rijden we het grensstadje Mutukula binnen. We laten ons, elk op een bodaboda, naar het douanekantoor brengen. Over land de grens oversteken is altijd spannend...je weet nooit wat er komt of wat er gebeurt. We worden meteen gecheckt op koorts en moeten een vragenlijst ivm onze gezondheidstoestand invullen. De stempels voor uit Oeganda en in Tanzania krijgen we zonder problemen. We wisselen onze laatste Oeganda-shillings om in Tanziaanse Shillings en kunnen nog net mee met de bus die vertrekt naar het eerste stadje in Tanzania, Bukoba. De sfeer in de bus voelt meteen goed aan! De mensen zijn vrolijk,

 

maken grapjes en hebben samen veel plezier. We leren meteen onze eerste woorden Swahili! Bukoba ligt aan het Victoriameer. Het stadje straalt een gezellige drukte uit. We kuieren wat rond en bezoeken een Anglikaanse kerk waar er vol op gezongen en gedanst wordt.

Ons plan, om vanuit Bukoba de ferry naar Mwanza te nemen, gaat niet door. De ferry's varen niet meer sinds er eind 2018 een ferry kapseisde en honderden mensen verdronken. We nemen een vlucht, want twee extra dagen bus zien we niet zitten. De derde dag vliegen we dus over het Victoriameer. Hoe dichter we bij  Mwanza komen, hoe donkerder de lucht wordt. Als we bij de pickupzone op Titus, onze gastheer, staan te wachten worden we verwelkomd door een immense tropische bui, eentje om "u" tegen te zeggen. We boekten

 

bij airbnb een homestay bij Titus en Gertrudo, de kinderen Linda en Lyin krijgen we er kado bij. We genieten van het gewone leven bij deze Tanzaniaanse familie en gaan met Gertrudo naar de lokale markt.

De volgende dag bezoeken we de stad Mwanza. Titus en zijn gezin wonen 12 km van Mwanza, op de boerenbuiten. Via kleine aardewegen bereiken we de hoofdweg en nemen de daladala (minibus) naar de stad, waar we de lokale vismarkt bezoeken. Overal worden we aangesproken met "mzungus habari!", wat welkom blanken betekent. Ze hebben hier een speciale bewaartechniek voor de vis: diepvriezen worden plat gelegd en vol vis gestopt en zijn de ideale slaapplaats voor de verkoopsters. Net zoals in Ethiopië en Oeganda zien we hier ook veel maraboes. Mwanza is omringd door groene heuvels en is bekend om zijn vele

 

vreemde rotsformaties. Enorme rotsblokken ( sommige groter dan een huis) lijken netjes op en naast elkaar gestapeld. De huizen worden op, tussen en rond de rotsformaties gebouwd...zeer indrukwekkend. Zo bezoeken we ook de Bishmarck-rots, een rotsformatie in het water. Er is bilharzia in het Victoriameer, zwemmen zit er niet in. Toch zien we verderop kinderen zwemmen in het meer, uit onwetendheid of nonchalance ?

Onze laatste dag in Mwanza gaan we varen op het meer. We houden halt bij de grootste vismarkt van Afrika...alle gevangen vis wordt hier gesorteerd en gezouten & gedroogd voor export naar alle landen in Afrika. Duizenden reuze-zakken met gedroogde vis liggen in het pakhuis klaar om verkocht en vervoerd te worden. Daarna gaan we naar de plaats waar de vis gekuist en gedroogd wordt, echt een

 

vieze bedoening ! We varen verder langs prachtige rotsformaties op het meer en gaan bij enkele aan land. We zien veel prachtige kleine leguanen in alle kleuren. In de verte is geen land meer in zicht en lijkt het alsof we op zee varen. We genieten van de mooie zonsondergang. We zien veel vissers roeien en zeilen op de  woelige golven van het meer. Ze vissen s' nachts en vertrekken al bij valavond naar de goeie visplaatsen. Het is donker als we daladala terugnemen naar onze homestay. De minibus zit  boemvol, maar we kunnen er, rechtstaand natuurlijk, nog net bij. We tellen 30 mensen in de minibus, een nieuw record voor ons. We dineren samen met Titus en Gertrudo en nemen afscheid van kleine Linda en baby Lyin. Onze eerste ervaring met airbnb is een leuke ervaring en geeft ons een goed gevoel.

 
 
 
 

donderdag 6 juni 2019

EVEN TERUGBLIKKEN OP OEGANDA ( 13 - 30 MEI 2019 )

 

Door Oeganda reizen was heel tijdrovend en niet vanzelfsprekend. Er zijn zelden officiële busstations en nooit officiële vertrekuren. De matatus staan her en der verspreid in de stad. Het is altijd navragen en nog eens navragen en nog eens navragen. Gelukkig spreekt iedereen in Oeganda goed Engels! De minibussen vertrekken wanneer ze vol zitten en dat mag je heel letterlijk nemen. Hun motto is...er kan er altijd nog eentje bij! Zo zaten we een keer in een matatu  met 24 volwassenen, 3 kinderen, enkele kippen en overal rond ons zakken en dozen. Bij de grotere bussen zijn de zitplaatsen heel smal. Als je naast een mama met kind(eren) of een lijvig persoon zit heb je pech en nog een half zitje over. Onderweg hebben we geen honger of dorst. Bij elke stop komen venters op de bus of bij je raam om van alles te verkopen: drankjes, vleesbrochettes, chapatis, matoke, groenten en


fruit. Voor korte afstanden zijn er  bodaboda's (brommertjes)  die op elke uithoek van de straat te vinden zijn. We kwamen weinig backpackers tegen en konden dus weinig info en vervoer delen.

Overnachten, eten, drinken en het vervoer zijn helemaal niet duur. De grootste hap uit ons budget ging naar de permits voor de Nationale parken en de rangers. Deze bedragen zijn hallucinant. Schandalig, want we weten  hoe weinig de Oegandezen verdienen per maand (tussen de $ 50 - 250). Het grote geld blijft bij de overheid! Veel jongeren hebben geen werk en hangen maar wat rond.

Oeganda oogt overal rood en groen. Rood van de aarde en groen van de vegetatie, in al zijn variaties. De combinatie van regen en zon zorgen hiervoor. Matoke-plantages zien we overal  in het groene landschap.

 Het westen (Kampala en Entebbe)  lijken  welvarender en rijker. Naarmate we naar het Oosten en het Zuiden  reizen zien we steeds meer armoede waardoor we dit beeld moeten bijstellen. Oeganda is een arm land. Veel mensen dragen geen schoenen, hebben armoedige huisjes en leven basic. De meeste mensen wonen in stenen huizen. Deze stenen maken ze zelf door klei  in een vorm te doen en in de zon te laten drogen. Daarna stapelen ze de stenen op elkaar met onderaan een groot gat waar ze een vuur in maken. We zagen deze steenoventjes overal in het land. De winkeltjes zijn meestal kleurrijk  beschilderd met reclame. Kinderen en vrouwen met jerrycans en sprokkelhout op hun hoofd  zijn een typisch straatbeeld.

Oegandezen zijn nogal stug en gereserveerd, ze hebben een zekere gene over zich. Eenmaal je contact met hen hebt bloeien ze open. De meeste vrouwen hebben kort haar, vaak kan je enkel aan de rondingen het verschil zien tussen mannen en vrouwen.

In Oeganda is er officieel schoolplicht vanaf 5 jaar. De rijkere klasse sturen hun kinderen naar privéscholen waardoor ze kunnen doorstuderen en op hun beurt weer de betere jobs krijgen. De meeste kinderen gaan echter naar de overheidsscholen die bekend staan om hun laag leerniveau. Heel wat kinderen gaan ook niet of maar deels naar school. De ouders moeten $10 per maand per kind betalen. Voor veel ouders lukt dat niet waardoor ze niet of de ene maand wel en de andere niet naar school kunnen. Voor de leerkrachten is het een grote uitdaging om zoveel mogelijk kinderen

 

een basisopleiding te geven. Daarnaast zijn er veel wezen (ouders die stierven aan aids ) die opgevangen worden in scholen en gastgezinnen. Andrew en de bootman zijn twee gelukkigen die dankzij sponsoring van Westerlingen toch naar school konden en zelfs konden doorstuderen.

Hetzelfde geldt voor de ziekenhuizen. De overheidsziekenhuizen zijn gratis maar van een laag niveau. Wie geld heeft laat zich behandelen in een privé-ziekenhuis, waar de zorg vrij goed is.

 


 

 

maandag 3 juni 2019

LAKE BUNYONYI ( 26 - 30 MEI 2019 )

 

Het telkens weer vroeg opstaan en het lokaal reizen is vermoeiend en kruipt in onze kleren. We hebben nood aan vakantie in onze vakantie! We reizen door naar Lake Bunyonyi om er enkele dagen te relaxen. Het is het 2de grootste meer van Afrika en ligt op een boogscheut van Rwanda. Het is een charmant meer bezaaid met vele kleine eilandjes. Het meer ligt op 2000m hoogte en heeft een aangenaam fris klimaat. Het terrasvormig landschap en de vele levendige kleuren groen maken het cartoonachig. Het kratermeer is 25 km lang en 7km breed en behoort tot de diepste van Afrika. De rustige omgeving met spectaculair zicht op vulkanen en de verscheidenheid aan vogelsoorten maken dit eiland tot een fantastische bestemming. In dit meer geen bilharzia maar het is net iets te koud om te zwemmen.

 

We zijn om 6u 's morgens al op stap naar de busstand met Daniël in ons kielzog. Ons madam van Masaai guesthouse had 2 bode boda's gereserveerd want op zondagmorgen en in het donker is er nog geen kat op straat. Ze deed al ferm lastig maar ze hield ook geen woord. Wij zijn blij als er een busje stopt en ons gratis en voor niets dropt in het centrum nabij de staanplaats van onze minibus. We moeten wachten tot de matatu vol zit vooraleer die vertrekt. Na een uur kunnen we vertrekken. Op de deur van het Toyota busje staat dat er plaats is voor 14 personen. Maar zij interpreteren dit wellicht als minimum 14 personen. Weer eens vele tussenstops en mensen bijproppen. In Mbarara moeten we een ander busje nemen naar Kabale. De meesten stappen mee over en er komen er nog enkele bij. Tijdens de stops komen

venters allerlei waar verkopen op de bus en aan het raam. Wij moeten lachen als in de ajuinenstreek bijna elke passagier een grote bundel ajuin koopt.  Ruikend naar ajuin en 300km verder komen wij aan in Kabale. Wij gaan eerst eten vooraleer we ons met een bootje naar onze bestemming laten brengen.

 

Wij laten ons bekoren door de positieve revieuws van OM Bunyonyi cultural hostel. Vanaf de eerste seconde voelen we er ons thuis. Een heel lieve ontvangst in een prachtige omgeving. De eigenaar, Andrew,  is zelf eilandbewoner en heeft met  respect voor de omgeving en  bewoners een kleinschalig eco-hostel gebouwd. Er zijn  3 hutten. Geen stromend water maar het zuivere water uit het meer kan voor alles gebruikt worden. Een ecologisch toilet maar wij vinden het

 

allermooiste aan het project zijn zorg voor de mensen in zijn naaste omgeving; hij koopt enkel groenten van de mensen in de buurt en zorgt voor werk aan de lokale bevolking. Iedereen is steeds vrolijk en lief voor elkaar.                                                       

Wij zijn de enig toeristen en zijn nauw betrokken bij het lokale leven hier. Zo krijgen we een diepere inkijk op hun leven. De enorme armoede van de eilandbewoners is zeer schrijnend en grijpt ons erg aan. Veel kinderen kunnen niet naar school omdat de ouders het geld niet hebben om een boek en een uniform te kopen. Ook Anna woont met haar man en 4 kinderen op een boogscheut van OM hostal. Zij komt hier elke dag helpen. Haar dochtertje Rebecca van 9jaar neemt de zorg op haar van  kleine Marie. Als de baby moet drinken komt ze Marie naar mama

 

brengen. Ze blijft dan wat rondhangen want meer heeft het meisje niet om handen. Lief om te zien hoe goed ze zorgt  voor haar zusje maar eigenlijk hoort ze op school te zijn. Papa helpt hier ook want het hostel is recent en er is nog wat heel wat werk hier. Ofwel draagt Anna haar baby rondom haar ofwel doet Marie haar dutje op de grond. Als wij gaan wandelen in de mooie omgeving komen wij ongelooflijk veel kinderen tegen. Niemand draagt schoenen, wat op zich ook een teken van grote armoede is. Kinderen moeten hier vooral hout sprokkelen en water uit het meer halen in kleine bidons. Wij kunnen het bij ons thuis niet voorstellen! Hun dag begint als het licht wordt en eindigt als het donker wordt, geld om 1 zonnepaneel te kopen is er  niet. Wat hen allen siert is hun aanstekelijke glimlach en hun vriendelijke babbels.

 

Wij nemen ook eens de boot naar een ander eiland en we bezoeken er een paar  schooltjes. We worden vrolijk als we de krachtige en hoopvolle kinderen ontmoeten. Ze lopen naar ons toe en wij worden echt op handen gedragen. Mzungu, mzungu,...We hebben een boeiend gesprek met een leerkracht die ons zegt dat hun grootste ambitie is om alle kinderen op school te krijgen en dat ze geen analfabeet meer blijven. Later  horen we dat maar 20% doorgaat naar het middelbaar onderwijs. Ze hebben prachtige slagzinnen die mooi uitgeschreven waarden willen bijbrengen. We voelen de sterke motivatie van de leerkrachten en een grote noodkreet naar donaties want ze zijn heel erg beperkt in middelen. In de klasjes tonen de kinderen heel trots hun eindexamen maar wij zien helaas dat niemand meer dan 20% behaalde. We bewonderen de enorme inzet van de leerkrachten!

 

We schrikken van de vele weeskinderen in de school.  Het raakt ons allemaal meer dan we zelf willen. Rond 2010 stierven veel mensen aan aids waardoor al deze  kinderen wezen werden. Ouders stierven door gebrek aan medicatie en gepaste zorg. De leerkrachten nemen het ook als hun zorgtaak om gastgezinnen te zoeken voor die kinderen, of om ze zelf in huis te nemen. Bij een schooltje is ook een opvangplaats voor 100 kinderen. Hun schreeuw naar donaties is enorm.

Kinderen varen, in overvolle kano's, van thuis naar school. In het droge seizoen gaat de wind hard te keer waardoor er minstens 1 keer per week kano's omkieperen en kinderen verdrinken. Vanuit het hostal willen ze zorgen dat er zo snel mogelijk reddings-vesten beschikbaar zijn.


 Ons verblijf is doorspekt met gemengde gevoelens. Die zeer schrijnende leefsituaties aan de lijve ondervinden is lastig en raakt ons enorm. We moeten ons knopke vele keren omdraaien. De ongedwongen vriendelijkheid van de mensen siert hen enorm. Wij beslissen om hier nog een extra dag te blijven.

Onze laatste namiddag gaan we eilandhoppen. Davis pikt ons op met zijn boot. Hij groeide op bij het meer en kan ons heel wat vertellen over het leven op en rond de eilandjes. We spotten heel veel prachtvogels. Zo ook de kraanvogel die trouwens de nationale vogel van Oeganda is. We varen voorbij het strafeiland. In de jaren 40 werden zwangere ongetrouwde meisjes daar gedropt. Niemand kon zwemmen en overleven was geen optie. We houden halt

 

bij het eiland waar dokter Sharp (Protestantse missionaris uit Scotland) samen met zijn vrouw een Leprakliniek bouwde. Davis vertelt over wat de bewoners allemaal gebruiken uit het weelderige natuur om te leven en te overleven. Op het eco-eiland werd het eerste verblijf gebouwd voor het toerisme. Kinderen dansten dan 's avonds voor de toeristen. Een aantal toeristen vonden dit niet kunnen en begonnen ze te doneren zodat de kinderen naar school konden. Velen kregen zo kans om verder te studeren.

's Avonds zitten we gezellig bij de 'omuriro' (het vuur). We nemen met veel dankbaarheid afscheid van de staf van het hostel.