donderdag 18 juli 2019

OP NAAR MALAWI & KARONGA ( 6 - 9 JULI 2019 )

 

Joshua vergezelt ons naar het busstation. Wij zijn blij want in een schreeuwende mensenzee is het voor ons bijna niet te doen om de juiste bus te vinden. We reserveerden gisteren onze zitplaatsen. We moeten helemaal achteraan in de bus, dit zijn de enige plaatsen die nog vrij zijn. Net zoals altijd ziet de bus er op het plaatje in het kantoor mooier uit dan in het echt. Daar zien we altijd een gloednieuwe bus met een jonge dame die frisdrank uitdeelt in de bus. Deze bus heeft duidelijk zijn jaren gehad en van een drankje is helemaal geen sprake. We duiken elk in een boek en na een rit van 7,5u komen we aan in Mbeya. We reserveerden een kamer via booking.com. Na al onze buservaringen weten we dat we weinig energie overhouden om een eet-en-slaapplaats te zoeken. We worden ontvangen door een man in gummilaarzen die geen woord Engels spreekt.


Wij denken dat het de tuinier is maar het blijkt de manager te zijn. Voor de rest is hier niemand! Wij zijn scheel van de honger, het restaurant is gesloten en de man kan ons niet helpen. Daar gaan we weer…..We gaan de straat op en vinden na wat stappen een plaats waar we heerlijk kunnen eten. Onze kamer is comfortabel en het doet enorm goed om eens een warme douche te kunnen nemen.

We laten ons ‘s morgens door een bajaj naar het Nane  Nane busstation brengen,  waar de mini bussen vertrekken naar de grens met Malawi. Ze komen weer met een aantal op ons gevlogen en willen ons (mis) leiden naar een bouwvallig kantoor om ons een zogezegd ticket aan te smeren. Goed dat mijn reisleider, alias Filip, weet dat dit grandioos fout is. We laten onze bedriegers voor wat ze zijn en gaan op zoek naar de minibus richting Kyela. Een rit

 

van 2 uur door een prachtig landschap. De chauffeur dropt ons aan de afslag richting grens. Daar wachten brommers die ons naar het grensdorp ‘Songwe’ brengen. We wisselen onze laatste Tanzaniaanse shilling in voor Kwatcha. De laatste kilometer stappen we te voet over de brug . Het uit-en inchecken verloopt vlotjes. De grenspost in Malawi is ver achter in de tijd. Alles wordt handmatig ingevuld en neemt veel tijd in beslag.

Wij zijn de enige toeristen die over land Malawi binnen gaan. Een Amerikaanse motard die uit Malawi komt adviseert ons om niet naar Karonga te gaan. Er zijn protesten en rellen in de stad en de sfeer is er zeer grimmig. De overheid heeft de verkie-zingsuitslagen vervalst en de mensen  protes-teren op straat. Ze deinzen er niet voor terug om gebouwen te vernietigen die van de ove

 

heid zijn. We kregen deze melding ook van onze ambassade.  Als we ons paspoort terugkrijgen met de visa kunnen we het land binnen. Net buiten de controlepost staan, aan de rechterkant, minibusjes die ons landinwaarts voeren.

Het is overduidelijk dat armoede hier troef is. Geen auto’s langs de weg, enkel veel voetgangers en opvallend veel gammele fietsen. Er zijn slechts 2 logeerplaatsen die een beetje aan onze normen voldoen. De ene plaats is in het stadje waar we door de spanningen niet heen kunnen en de andere is 5km buiten de stad aan het meer, de keuze is snel gemaakt. We worden verwelkomd door de vriendelijke staf in Beach Chamber. We hebben er meteen een goed gevoel.  De lodge ligt aan het grote Malawimeer dat 1/5 van het land inneemt. Het meer is 365km lang en 80km breed. We

 

kunnen het water jammer genoeg niet induiken. Er zit te weing deining op het water en stilstaand water geeft gevaar voor bilharzia. Er zouden ook krokodillen op de loer liggen? We zijn enorm verbaasd als wij de lokalen hier van alles zien doen in dit water. De was wordt gedaan, kinderen spelen er constant in, koeien komen hun dorst lessen, mensen komen er water halen,….Er is van ‘smorgens vroeg tot ’s avonds leuke bedrijvigheid rond het water. Vissers komen in hun kleine zelfgemaakte boten toe met gevangen vis. De vrouwen komen de vis halen en leggen die te drogen om dan later te verkopen op de markt. Wij houden ons bezig met dit alles gade te slaan. Het lijkt ons een bikkelhard leven maar desondanks loopt iedereen erbij met een stralende glimlach. De mensen zijn zeer arm, velen lopen zonder


schoenen en dragen kapotte en afgedragen kledij. We veronderstellen dat weinig kinderen naar school gaan, ze spelen elke dag op het strand en houden zich wat bezig. De kinderen zijn op zichzelf aangewezen en het recht van de sterkste is hier geldig. Een ouder kind zit er niet mee in om een jonger kind slaag te geven. We hebben hier geen goed gevoel bij. Als wij gaan zitten komen er meteen veel kinderen bij ons zitten. Ze genieten van de aandacht die ze van ons krijgen.

We gaan ook een keer naar de stad met een gedeelde taxi. De sfeer in het stadje is nu rustig maar we merken aan de vele restanten van verbrande autobanden dat er veel heisa moet geweest zijn. Karonga heeft weinig te bieden. We bezoeken het museum waar we kennis maken met de malawisaurus. Bij gebrek aan beter mogen we dit niet missen. Er

 

is één restaurant met heel beperkte keuze. Op de markt zoeken we fruit maar dit is ook niet met grote hopen te vinden.

Naast onze lodge vinden we 2 oude anonieme graven. Die blijken van de stichters van de lodge te zijn, een Duitser en zijn vrouw uit Malawi. De voorbije tijd heeft ook gevreten aan het gebouw maar de lokale eigenaars doen hun best om een gezelligheid te behouden. We zijn de enige verblijvers en er is voortdurend (te) veel personeel aanwezig. Hun werk bestaat er vooral in om de tijd te laten passeren.  Wij verkennen de omgeving en merken dat niemand stromend water heeft en electriciteit. Malawi is één van de armste landen ter wereld en dit merken we in grote en klein dingen. We laten ons meevoeren op hun ritme en zullen zo verder het land doorkruisen.


zaterdag 13 juli 2019

EVEN TERUGBLIKKEN OP TANZANIA ( 1 JUNI - 6 JULI 2019 )


Tanzania was eerst een Duitse kolonie en na de tweede wereldoorlog werd het een Britse kolonie. De auto’s rijden hier nog steeds links. In 1964 werd het land onafhankelijk en kreeg de naam TAN (van het gebied TANganyika) ZAN (van ZANzibar) en NIA  (wat gebied betekent ).

Tanzania is geen backpackersland, we kwamen (weeral niet) weinig backpackers tegen om info uit te wisselen of de kosten te delen. We waren meestal de enige Westerlingen in de stad, het hotel of op de bus. Het was lastig en moeilijk om bij de lokale bevolking correcte info te krijgen: de één zegt dit, de ander zegt dat en dan blijkt het toch nog anders te zijn.

De officiële taal in Tanzania is Swahili,  geen gemakkelijke taal om te leren.  We leerden toch enkele basiswoorden zoals “karibu” (welkom), “asante sana” (heel erg

bedankt), “jamboo’ (hallo). Andere woorden klonken ons wel bekend in de oren, zoals “pole pole” (relax, doe maar stapje per stapje) en “hakuna matata” (alles komt in orde). Andere woorden hebben een heel andere betekenis dan bij ons, zo is “kaka” broer en “pipi” koekje. Een kleine anekdote… toen we bij Titus thuis waren zei het dochtertje van twee-en-een-half jaar dikwijls “pipi” tegen Martien, waarna Martien kleine Linda prompt op het potje zette, wat Linda wel leuk vond…maar de beloning, een koekje, kwam niet ! Veel Tanzanianen spreken redelijk Engels waardoor we vlot konden communiceren.

Tanzania is een vrij groot land, 32x de oppervlakte van België. Reisafstanden zijn groot en duren lang.  In Azïe en Zuid-Amerika konden we dit oplossen met nachtbussen of expressbusjes. In Tanzania zijn geen expressbusjes!  De bussen stoppen altijd en

 

overal,  het is altijd een heel gedoe want bij elke stop moet er veel bagage, zakken rijst, groenten, balen stro,… in- en uitgeladen worden. Nachtbussen zijn sinds enkele jaren verboden omdat er teveel ongelukken gebeurden. We reisden meer dan 2500km met lokale bussen met reisdagen van 11 tot 13uur, wat na een tijd aan ons begon te vreten. We kozen uiteindelijk ook voor 2 binnenlandse vluchten (die hier spotgoedkoop zijn).

Tanzania is een arm land, maar is duidelijk welvarender dan Oeganda en Ethiopië. We zagen bvb. veel meer personenwagens en brommers rondrijden. Alles wat te maken heeft met toerisme is serieus overprijsd. De overheid kiest ervoor om het grote geld bij de rijke toeristen te halen die er niet voor omzien om $ 300 tot 500 te geven voor één dag safari op de toplocaties, waaraan wij niet meedoen!

Er zijn overal 'lokale' prijzen en 'muzungu'prijzen. Overnachten, eten en drinken, vervoer is vrij goedkoop. Jeepsafaris daarentegen zijn een grote hap in het reis-budget!

Ook in Tanzania zijn er scholen van de overheid en private scholen met een groot kwaliteitsverschil. Het lager onderwijs is sinds enkele jaren gratis geworden. Daardoor zijn de lagere scholen overbevolkt en onderbemand. Een uniform is verplicht waardoor nog heel wat kinderen uit de boot vallen. We kwamen meerdere jonge afgestudeerde universitairen tegen die geen werk vonden binnen hun opleiding en nu taxichauffeur zijn of wat anders doen, om toch maar een inkomen te hebben. Ook in Tanzania is er een groot kwaliteitsverschil tussen private en overheidsziekenhuizen.


We hoorden altijd en overal ‘pole pole, hakuna matata’ wat hun ingesteldheid perfect illustreert. Alles op het gemak (op het luie af) en alles komt wel in orde (of niet…maar daar kunnen we toch niets aan doen). Ze nemen weinig initiatief en laten alles op zich afkomen. We maakten meerdere situaties mee dat ze erop staan te kijken en niets ondernemen (als je dan vraagt waarom ze niets doen is  sorry, sorry het enige wat ze zeggen ). Tanzanianen zijn heel lief en vriendelijk en heten je steeds welkom in de straat of dorp. In Tanzania is het belangrijk dat je een netwerk van belangrijke vrienden rond je hebt, die je ten gepaste tijde kan inzetten. De politiek en de politie is corrupt! We hoorden vele verhalen hierover en mochten dit zelf ondervinden.

We moeten ons beeld over het Masaai-volk bijstellen. We hadden het idee dat de Masaai enkel voor toeristen vlug hun plunje aantrekken en wat zingen en dansen. Dit klopt echter niet, we zagen in het hele land Masaai-mensen in traditionele klederdracht, zelfs in  Zanzibar. Ze zijn heel trots op hun oorspronkelijke identiteit.  De grootste groep leeft rond Arusha en de Kilimanjaro (ook langs Keniaanse kant). De Masaai staan onder druk, druk van de overheid maar ook van de bevolking. We hoorden dikwijls kritiek van Tanzanianen op de Masaai (ze klagen altijd dat ze geen steun krijgen van de overheid maar ze weigeren om zelf iets bij te dragen).

 

 

 

Elk land heeft zo zijn eigenaardigheden, zo ook Tanzania:

-          In Tanzania zijn sinds 1 juni 2019 plastiekzakken verboden

-          In Tanzania leven opvallend veel albino’s

-          Als er bij een ongeval iemand overlijdt, dan is die altijd in fout en kan de familie geen aanspraak maken op vergoedingen

 

donderdag 11 juli 2019

DAR & IRINGA ( 1 - 5 JULI 2019 )

 

We wandelen nog een laatste keer langs de boulevard en nemen afscheid van Zanzibar. Onze vlucht naar Dar es Salaam vertrekt pas om 21u10. We hebben enorm genoten van Zanzibar!  Bij aankomst in Dar  is het even zoeken naar de taxi van Tanzania air. Na wat rondbellen is hij gevonden en kunnen we naar een airport-hotel, op 5 min van de luchthaven. We krijgen een ‘luxe-kamer’, waar we echter maar kort van kunnen genieten. Om 6 uur moeten we  opstaan en vertrekken na het ontbijt naar de luchthaven, of toch weer niet onmiddellijk …de taxi komt 20 minuten te laat. Om 9u stijgt het vliegtuig op. Vanuit ons vliegtuigraam zien we de vegetatie veranderen. Alles wordt uitgestrekter en droger, met hier en daar een heuvel. Bij aankomst in Iringa worden we opgewacht door Joshua, van onze airbnb, en rijden meteen door naar de stad. De

homestay valt tegen. Vooreerst is Emima, de gastvrouw, er niet en moeten Joshua en Rebecca zich over ons ontfermen. Het is heel basic en ongezellig. Er is geen keuken, eten klaarmaken gebeurt op de grond. Koken op een houtskoolpot. Er is geen tafel, we eten in de zetel uit het vuistje. Er is geen warm water om ons te wassen, soms zelfs geen water en een vies hurktoilet. Buiten is het stoffig, er is geen tuin en overal ligt rommel en puin. We moeten een knop omdraaien en er het beste van maken. We waarderen heel erg dat Joshua zijn uiterste best doet om ons op alle vlakken te helpen.

In de stad ontdekken we Neema Crafts, een geweldige plek met winkel, restaurant en kamers. Het is een sociaal project, alle medewerkers zijn doof en alle artikelen in de winkel worden vervaardigd door mensen met

 

een fysieke beperking. Je kan er dagelijks workshops meevolgen met en bij hen. In Tanzania behoort deze groep tot de armsten van de armsten. Dankzij dit project krijgen ook zij kansen en een plaats in de maatschappij. Fantastisch! Het wordt meteen onze vaste eetplek. Vanuit Iringa willen we het Ruaha Nationaal park bezoeken. We regelen een tweedaagse safari-tour bij “Wild Gaze”. Ernest, de eigenaar is een fantastische vent. Hij doneert een deel van zijn inkomsten aan lokale schooltjes. Als laatste bezoeken we de Masaai-markt en geraken aan de praat met Ester en haar zoon. Ester is een oma-Masaai die hier een kleine shop heeft. Er zijn veel parallellen met ons…ze is mama van 7 kinderen en heeft 9 kleinkinderen. De avond brengen we door in de homestay in de zetel!

Nordin, de gids van Wild Gaze, pikt ons met zijn jeep op bij de airbnb. Daarna pikt hij ook Louis, een Belg (die in Noorwegen woont) en Joanna, een Portugese, op en zo is onze groep compleet. We ontmoetten dit koppel gisteren in Neema Crafts en ze beslisten om ook mee te gaan. Voor ons is dit, financieel, een enorme meevaller (de duurste kost, nl. het vervoer, wordt gedeeld !). Na 20 km wordt de asfaltweg ingewisseld voor een aardeweg die we nog 100km volgen. We stoppen onderweg bij één van de schooltjes die Ernest sponsort. De directeur neemt ons mee naar de klassen en vertelt over de schrijnende toestanden in zijn school. Er zitten 440 kinderen en er zijn slechts 6 leerkrachten. Er zitten zo’n 60 wezen die volledig afhankelijk zijn van de school. Deze kinderen krijgen één maaltijd per dag, de ene

 

dag rijst, de andere dag bonen,…Dit alles wordt klaargemaakt door vrijwilligers in een veldkeuken, heel primair allemaal. Ernest sponsorde hier een handwaterpomp, wat hem € 600 kostte. Een klein bedrag voor ons, een grote investering hier in Tanzania. En toch, zien we als we hier rondlopen  alleen maar blije gezichten en vrolijke kinderen. Een uurtje later rijden we het nationale park binnen en lunchen bij een viewpoint over de rivier. In en rond de rivier zien we hippo’s en krokodillen.  Joanna en Louis zijn vogelaars die constant door hun verrekijker kijken en de gespotte vogels opzoeken in hun Afrikaanse vogelboek. We rijden het Nationale park verder binnen. Het landschap, met z’n vele baobabs, is prachtig. De namiddag doen we een super gamedrive en de dag vliegt zo aan ons voorbij. We zien meerdere groepen giraffen, olifanten, waterbokken,

bavianen, impala’s, buffels, zebra’s en dit soms van ver, soms van heel dichtbij. We spotten ook enkele jakhalzen, hyena’s en een luierend luipaard. Het is al donker als we onze banda bereiken. We  dineren, met Louis, Joanna en Nordin buiten onder een heldere sterrenhemel. Van de twee flessen wijn die Ernest meegaf blijkt er al één half leeg te zijn bij aankomst...maar Nordin doet alsof zijn neus bloedt! De gewapende nachtwaker begeleidt ons naar onze banda omdat de hippo’s en olifanten hier in het donker komen grazen.

Het is nog donker als we de volgende morgen opnieuw vertrekken op gamedrive. We zien de zon opkomen, het ochtendlicht is prachtig! Omdat er ’s morgens meest kans is om dieren te spotten bij de rivier rijden we erheen. We zien 2 leeuwen onze kant

opkomen, hun poten nog in bloed van het verorberen van hun prooi. Ze passeren de jeep en gaan bij de rivier drinken. Nog een derde en een vierde leeuw komen er bij. Het is duidelijk dat hun buikjes goed gevuld zijn. Ze slenteren naar een struik en gaan in de schaduw luieren. ’s Nachts jagen vraagt van hen zoveel energie dat ze de komende vijf uur alleen maar slapen en rusten. Wat een topper op onze safari! Na het ontbijt doen we nog een laatste gamedrive en zien opnieuw olifanten, giraffen,… De interesses van Louis & Joanne en zijn duidelijk verschillend van de onze. Terwijl wij de grote olifanten bewonderen zijn Louis en Joanna druk naar de andere kant  vogels aan het spotten. Maar het moet gezegd, het is leuk met hen. Dankzij hen hebben we ook oog voor de Afrikaanse vogels en leren de namen van enkele soorten, zoals de Afrikaanse visarend,

 hornbill, yellow-collared lovebird, pied crow, woolly-necked stork,…

Als afsluiter stoppen we nog in een Masaai-dorp naast het nationaal park. De zoon van de chief spreekt als enige Engels en staat ons te woord. Hij vertelt dat de Masaai niet in de moderne wereld willen stappen, ze willen verder leven volgens hun tradities. Ze leven heel sober, ze eten enkel vlees, drinken melk en bloed, en dat is alles. Ze gebruiken kruiden en planten om ziekten te genezen. Voor hen draait alles rond hun koeien, die zijn hun rijkdom. Kinderen gaan niet naar school, maar gaan met de koeien op stap. Hij vertelt over de vele problemen en uitdagingen waarmee de Masaai te maken krijgen. Zo zijn er de wilde dieren die ’s nachts hun vee aanvallen en doden. Ze staan onder druk van de overheid om te verhuizen of land af te staan voor uitbreiding van het park. Na de

 rondleiding kijken we nog even naar hun sieraden die te koop zijn en naar hun typische springdansen. De tweedaagse was super, zijn geld meer dan waard. We hebben van elke seconde genoten. De laatste dag in Iringa slapen we uit, lunchen in Neema crafts en nemen afscheid van Ester, de oma Masaai. We hebben veel problemen met het internet die steeds uitvalt. Uiteindelijk lukt het ons toch de blog van Jambiani en Zanzibar te posten. In de homestay is het één en al drukte. Rebecca en Joshua koken voor onze laatste avond en wij mochten het menu kiezen. Tomatensoep met chapati en advocado-salade. Geen van beiden heeft ooit soep gemaakt en moet Martien ze met woord en daad bijstaan. Twee uur later dan voorzien kunnen we eten, en het smaakt! Om eerlijk te zijn…als we  ’s avonds in bed liggen zijn we blij dat het hier onze laatste nacht is en dat we morgen weg zijn.

vrijdag 5 juli 2019

ZANZIBAR/ JAMBIANI & STONE TOWN ( 25 - 30 JUNI 2019 )

 

Het duurt slechts anderhalf uur om Zanzibar te   doorkruisen. Onderweg zien we veel kokos-palmen en bananenbomen. We genieten van het lokale leven. Jambiani voelt meteen goed aan, het is compleet anders dan Nunghi. Het strand is kilometers ver  uitgestrekt langs de Indische oceaan en afgeboord met lange rijen kokos-palmen.  De zee heeft prachtige kleuren, variërend van turkoois tot ultramarijn. Jambiani is in feite één langgerekt dorp langs het strand. Hier zijn slechts een handjevol toeristen. Zwemmen kan enkel bij vloed, bij eb trekt de zee ver weg en geeft ons een Crotoy-gevoel. We kunnen uren wandelen langs de branding met af en toe een plons in de oceaan om af te koelen. De dagen vliegen zo aan ons voorbij en bestaan vooral uit strand-wandelingen, boeken lezen en alles zeer relaxed op ons laten afkomen.  Vanuit Jambiani

 organiseren touroperators 's morgens vroeg dolfijntoers naar Kizim Kazi, een half uurtje hier vandaan. Volgens Lonely planet geen aanrader omdat er teveel speedboten zijn die de dolfijnen stress bezorgen. Omdat het laag seizoen is, en er weinig toeristen zijn, riskeren we het toch. Terwijl de zon 's morgens opkomt vertrekken we al met de motorboot op zee. Er is een heel sterke wind met grote, ontstuimige golven als gevolg. Hoe verder we de zee op varen, hoe groter de golven worden. Ons bootje gaat meters op en neer over de golven en het is helemaal geen pretje! We varen terug dichter bij het strand en spotten enkele dolfijnen. Zwemmen met de dolfijnen is geen optie, er zijn teveel boten en de  zee is veel  te gevaarlijk met de grote golven.                                                  

Op een andere dag gaan we mee zeilen met een dhow, een lokale vissersboot. We wanen ons in een diepe houten badkuip met een zeil aan, die met de wind vaart over de oceaan. We zijn onder de indruk van de kapitein en zijn vriend. Het zijn ervaren zeelieden die de knowhow hebben hoe je het zeil kan keren en binnenhalen. Het is een hele klus om de dhow te besturen op zee. Wij zouden na een dag zeilen waarschijnlijk in Sri Lanka aanmeren of gewoon nergens aankomen! We zijn ook verrast over de snelheid die deze boten halen met de wind in het zeil. We genieten van dit zee-avontuur. De relaxte dagen doen ons deugd. Als we de laatste avond echter een mail krijgen dat onze vlucht naar Iringa pas twee dagen later vertrekt is de rust meteen weg. Dit betekent ook dat we twee dagen vastzitten in Dar es Salaam en dat zien we totaal niet zitten. Eenmaal terug in Stonetown  worden we, na

een pittige discussie in het lokale kantoor van Tanzania air, doorgestuurd naar het hoofdkantoor in de luchthaven. Bij aankomst is het kantoor gesloten en bellen we het noodnummer. Een vriendelijke dame aan de lijn vertelt dat ze er over 20 minuten zal zijn. Pas drie uur later komt de dame aan en doet alsof er niks aan de hand is. Madam was tijdens haar werkuren 'even naar de stad en de bank' en het liep een beetje uit. Bij ons word je daarvoor op staande voet ontslagen, maar ja...'this is Africa'' zeggen ze hier dan. De kunst om rustig te blijven op zo'n moment hebben wij nog niet onder de knie! Maar goed, uiteindelijk zoekt ze voor ons een redelijke oplossing: we blijven twee dagen langer in Zanzibar (wat we helemaal niet erg vinden) waardoor we slechts één nacht in Dar moeten overnachten (en alles op hun kosten). We laten alles op papier zetten en

vertrekken. Gelukkig dat zowel Abdul van de airbnb in Stonetown en Emima van de airbnb in Iringa begrip hebben voor onze situatie en er geen punt van maken. We hebben dus twee extra dagen in Stonetown. We maken van de gelegenheid gebruik om eens te skypen met onze geliefde familie thuis. Ze zijn zondag allemaal samen voor een feestje. Het kriebelt als we hen zien en horen, want we willen ook wel bij hen zijn. We hebben in Stonetown ondertussen onze vaste stekjes en gewoonten: in het Ma shaa Allah-restaurant eten we 's middags uitgebreid buffet en gaan daarna koffie drinken in het Zanzibar coffeehouse. 's Avonds wandelen we naar de Forodhani Gardens om vers vruchtensap te drinken. Even verderop eten we kip-kebab of Zanzibar-pizza bij één van de lokale eettentjes en gaan een pint drinken op floating-restaurant ( één van de weinige

plaatsen waar alcohol te krijgen is). Na 14 dagen Zanzibar zijn we klaar om met onze grote backpack weer verder te trekken en nieuwe oorden op te zoeken.