donderdag 16 mei 2019

HAWASSA & ADDIS ABEBA ( 8 - 12 MEI 2019 )




Van Kaliman en Laila weten we dat we de lange rit naar Hawassa met overheidsvervoer kunnen doen. We zijn content, want de rit met openbaar vervoer zien we niet meer zitten. Eigenaars van jeeps van de overheid nemen voor 250birr (geld dat ze natuurlijk in hun zakken draaien) privé personen mee. Dit alles wordt geregeld door connectors in de stad. Een bedenkelijk systeem, maar het geeft ons comfort, dus gaan we ervoor. We staan om 5u 's klaar bij de ingang van het hotel en wachten tot onze connector Okelo of Kunta onze namen roept. Maar blijkt dat Haymanot onze connector is. Altijd complex! We worden aangeraden om veilig achter het hekken te wachten bij de gewapende nachtwaker tot we kunnen vertrekken. Om 9u30 zijn we in Hawassa en laten ons afzetten bij het Zebra Guesthouse.


We worden er hartelijk verwelkomd door Bibi, een Gentse leeftijdsgenote. Ze is bio-ingenieur en werkt voor de Belgische overheid en ngo's. Ze neemt een sabbatjaar en runt nu, samen met haar Ethiopische man, dit guesthouse. We voelen er ons meteen thuis in haar gezellige tuin en genieten van de vele aapjes die in de bomen en op het dak klimmen en slingeren. Af en toe daalt er ook een grote maraboe neer op de takken. Hawassa is bekend om zijn grote meer met de vele maraboes en de hippo's. Dit idyllische meer heeft zich gevormd in een oude vulkaankrater en is de thuisbasis voor vele vogelsoorten. We wandelen langs de oever rond het meer en staan oog in oog met tientallen maraboes, die een kruising zijn van een ooievaar en een kalkoen. Ze zijn schoon van ver, maar verre van schoon. Er staan veel eetstalletjes waar je gegrilde vis kan eten.


We bezoeken ook de vismarkt. Elke ochtend arriveren de vissers er met hun houten roeibootjes, volgeladen met Tilapia en catfish. Bij de lange rij roeibootjes zien we vooral kinderen de verse vis uit de visnetten halen, terwijl anderen de vis ter plaatse fileren. De maraboes, pelikanen en andere vogels staan even verderop geduldig te wachten tot zij het visafval krijgen. Ongelooflijk hoeveel vis hier dagelijks verhandeld wordt. Wellicht te, want de gevangen vis wordt steeds kleiner. Naast de markt zijn vele kraampjes waar de resten van de gefileerde vis verwerkt wordt tot vissoep. We genieten van de gezellige drukte bij een tas vissoep met brood. Langs de straat worden we altijd en overal lastig gevallen door bedelende mensen en straatkinderen. Ze blijven maar aandringen... joo,joo,joo faranji...money, birr,... 

Drie kilometer verderop ligt het Haile-resort met een sjiek zwembad. Haile was een bekende Ethiopische marathonloper die zijn geld belegd heeft in resorts. We besluiten om onszelf eens te verwennen bij het zwembad. Het resort is omgeven door een grote muur te midden de vele arme dorpjes...schokkerend! We konden bij Bibi elk een nederlandstalig boek bemachtigen en laten de dag passeren met lezen en af en toe plonzen in het zwembad.

De laatste dag van ons verblijf in Zebra guesthouse gaan we op stap. Bibi regelde voor ons en nog drie andere gasten een daguitstap naar het Nationaal Park rond Lake Shalla, 60km verderop. We zijn verrast als we enkele struisvogels zien bij de ingang van het park.  Omdat de Ethiopische struisvogel bijna uitgestorven is hebben ze hier een kweekprogramma voor hen opgezet.


Tijdens de wandeling zien we prachtige vogels (maar vraag ons geen namen), wroetzwijnen, antilopen en Ethiopische fazanten. Vanop het vieuwpoint hebben we zicht op de drie meren, waarvan er twee zoutmeren zijn. We wandelen verder naar beneden tot bij het Lake, waar een honderdtal flamingo's pootje baden. Enkele weken geleden zaten hier nog duizenden flamingo's, maar de meeste zijn met het naderende regenseizoen al doorgevlogen naar Kenia. Het is zaterdag en dus wasdag. Op alle bomen, struiken en op de grond ligt de kleurrijke was te drogen. Steeds meer kinderen lopen achter ons aan. We passeren de hotsprings, waar het water broebelt omdat het 110° C is.  Je kan hier je eitjes en patatten in koken! De sliert kinderen, maar ook volwassenen, wordt steeds groter

 De omgeving is prachtig, het is net woestijn-gebied met uitgedroogde rivierbeddingen. We picknicken even verderop in de schaduw van een reuzeboom. Het is een surrealistisch zicht...rondom ons staat het hele dorp te kijken hoe wij picknicken. Volgens Bibi vinden zij dat vreemd dat  blanken buiten eten, en niet in een restaurant. Op de terugweg stoppen we nog even in een rasta-house in Shashamane en drinken er lekkere mango-juice.  Hier leeft een kleine  Rasta-gemeenschap die lang geleden van Jamaica naar hier emigreerde, maar hun rasta-cultuur weet te behouden.



Onze laatste busrit in Ethiopië gaat van Hawassa terug naar Addis, een rit van vijf uur in een betere Yenga-bus. We reserveerden een kamer in het T & T hostel, maar blijkt weer een maat voor niks. Omdat er een overboeking is brengen ze  ons naar een "bijhuis", een gewoon huis met enkele kamers. Daar merken we dat we niet de enige "gestrande" reizigers zijn. T&T hostel hebben we nooit gezien. Onze laatste avond in Ehiopië hadden we ons wel gezelliger voorgesteld, maar goed...het gemeenschappelijk toilet is okee en er is eens  warm water in de douche.

maandag 13 mei 2019

KONSO & ARBA MINCH ( 5 - 7 MEI 2019 )


We gingen gisterenmorgen op prospectie bij de bushalte. Zo weten we precies waar we moeten zijn om de bus naar Konso te nemen en dat we elk 100 birr moeten betalen. We zijn vroeg uit onze veren en om 8u paraat bij het busstation. We krijgen het al een klein beetje op ons zenuwen als ze weer eens het dubbele vragen als ze ons hoofd zien. We buigen niet en na heel wat discussie plooien ze toch voor 100birr. Een uur later is het Toyota busje vol en kunnen we vertrekken. Onderweg geraakt het voller en voller.  Op een bepaald moment zitten we als 24 sardines in een blik en een blatend schaap in de auto. Een joelende menigte staat plots rond onze auto. Een volwassen zieke man, die totaal niet op zijn benen kan staan, zou mee moeten. Het is een hele klus om hem op de grond in de auto te leggen. Wij zijn erg aangedaan door wat wij zien. Maar we voelen aan de anderen dat dit gewone koek is.

Aan de rand van Konso rijden we door groene valleien, met hun mooie  maringabomen landbouwterrassen, waar vooral tef, sorghum en maïs op verbouwd wordt. De landbouwterrassen doen ons denken aan die van Sapa in Vietnam en zijn erkend door Unesco als cultureel landschap. We zijn van plan om enkele dagen in Konso te verblijven om de mooie omgeving te verkennen. Het enige redelijke hotel dat wij voor ogen hadden ligt in een louche buurt en is ferm achterhaald. Er is geen stromend water en de kamer is vuil en vies.  Onze zin om hier te blijven daalt tot onder het vriespunt. We beslissen om direct door te reizen naar Arba Minch. Bij het busstation vertellen ze ons dat er geen bussen meer rijden vandaag omdat het al middag is en de bus niet meer vol zal geraken. Een zogezegde vriendelijke chauffeur wil ons met

zijn kleine minibus "privé" brengen voor 1000birr. Die prijs is afschuwelijk te veel. Maar wij willen er persé weg en staan voor een moeilijk dilemma. We openen de discussie en om een zeer lang verhaal kort te maken geraken we weg voor 500birr. Het wordt een heksenrit van ons leven. De chauffeur rijdt als gek, muziek staat koei luid, hij kauwt de hele weg chat en van "privévervoer" is geen sprake. Hij stopt overal om de auto vol te laden en vraagt nog birr aan iedereen. We moeten helaas weer eens ondervinden dat het onmogelijk is om sluitende afspraken te maken.  Als we aankomen in het busstation van Arba Minch betalen we 300birr en laten een woeste chauffeur achter. We vinden een kamer in het toeristenhotel. Het is wat groots, maar er is een mooie tuin en de kamer is in orde.


's Avonds ontmoeten we er Laila en haar Ethiopische vriend Kaliman. Laila is van Gent en reisde al de halve wereld rond. Ze settelde zich 6 maanden geleden in Arba Minch. Ze zorgt er voor een groepje straatkinderen in de buurt. Het is een leuke en boeiende ontmoeting. Door haar ervaring en verhalen  krijgen we een diepere inkijk in het leven in Ethiopië. Kaliman gidst en zal voor ons een bezoek regelen aan de Dorze. Wij vroegen tijdens onze reis aan meerdere mensen of er in het Zuiden malaria heerst. We kregen steeds een ontkennend antwoord. Maar Laila zegt dat dit totaal niet klopt en dat we zelf in epidemiegebied zijn! We schrikken ons een bult en vinden het onverantwoord dat men ons de foute info gaf. Waarom doen ze dit toch? We starten meteen met onze pillen in te nemen.


De Dorze maken op ons een vriendelijke en ongedwongen indruk. Bedelen doen ze nauwelijks en ze ontvangen ons heel  hartelijk. Ze leven op de westelijke rand van de grote Afrikaanse slenk, hoog boven Chencha en het is er  5 graden koeler. Hun leefgebied is uitbundig groen en zou, door de hoogte,  malariavrij zijn. Er groeien bamboe en valse bananen in overvloed. De valse bananen vormen hun basisvoedsel. De plant draagt geen bananen, maar ziet er voor de rest bijna uit als echte bananenplanten. De stelen zijn niet groen maar donkerpaars en het is dit deel van de plant dat verwerkt wordt tot een pannenkoek.. Wij wandelen het dorp rond en de omgeving is heel mooi. Het is vandaag marktdag. Van overal uit de andere Dorze-dorpen komen de mensen te voet naar de markt.

Het is voor ons een aangenaam spektakel. De Dorze huizen zien eruit als grote bijenkorven, gebouwd van bamboestokken en bananen-bladeren. Als termieten en vocht de huizen aanvreten, worden de huizen verplaatst. Ze zijn dan 25 centimeter minder hoog en ook het deurgat wordt navenant kleiner.

Wij krijgen de kans om Kojcho te proeven met zeer pikante saus en honing. Dit is een soort chapati gemaakt van de valse bananen. Zottekes hoe ze  op zeer korte tijd zo iets lekkers kunnen bakken. Men schraapt de stelen tot moes en laat het resultaat enkele maanden ondergronds fermenteren gewikkeld in bananenbladeren. Zo bekomt men een witte korrelige basisgrondstof, die ruikt naar sterke kaas en die men kneedt en versnijdt en waaraan men nog een klein beetje water moet toevoegen om een deeg te bekomen.

Een bol deeg wordt dan plat geduwd en gebakken tussen twee bananenbladeren. Zo bekomt men kojcho. We proeven ook van dezelfgemaakte straffe Haraki, het lijkt op laolao van Laos, mmmm...tijdens de wandeling door het dorp ontmoeten we de oudste inwoner. Hij is aan het weven op een groot handmatig weefgetouw. De Dorze vervaardigen zelf de shoma-stof, het fijnste geweven textiel. We eindigen op de markt waar de zaden uit de katoenplukken wordt gehaald, waar er geneeskrachtige kruiden worden verkocht, veel kleurige katoenstrengen zijn te koop,...en in het lokaal cafe drinken we nog een honingwijn op elk zijn gezondheid. Een bijzondere dag op een bijzondere plaats op onze bol. We zijn telkens weer verwonderd hoe de tribes kunnen overleven met alles wat ze in hun nabije omgeving vinden.



 We gaan een halve dag op stap met Laila en Kaliman naar een beschermd natuurpark in de buurt. We beginnen de dag met  een ontbijt, samen met enkele straatkinderen. Daarna rijden we met een bajaj naar het park. We wandelen naar de 40 natuurlijke waterbronnen die water leveren aan heel Arba Minch. Een lokale gewapende scout vergezelt ons omdat er regelmatig overvallen zijn in het park. 's Avonds nemen we, bij een pint, afscheid van Laila en Kaliman en overhandigen hen onze Bradt Ethiopie 2019 (die we zelf kregen van Nele en Febe).


 

 

 










 

 

 


 

            

donderdag 9 mei 2019

OMO-VALLEI: KARO/ DASSENECH/ARI EN JINKA ( 1 - 4 MEI 2019 )

De volgende morgen stelt Bereket ons voor aan Benjamin, een vriend  en eigenaar van een minibus. Hij zal de toer met ons verder doen, want Bereket moet terug naar Jinka om zijn jeep te herstellen. En zo zijn we toch weer op weg in een minibus. Vandaag bezoeken we het Karodorp Kolcho, een etnische groep bekend om zijn bodypainting. Ze leven aan de grens met Zuid-Soedan, ver weg van de bewoonde wereld. We rijden uren op een piste door de savanne en de bossen. We doorkruisen meerdere droge rivierbeddingen die binnen enkele weken zullen volstromen met water. De rivier oversteken is dan niet meer mogelijk, we zien metershoge termiethopen langs de piste. Als we de zoveelste rivierbedding willen oversteken raakt de


minibus vast in de zanderige bodem. Hoe meer gas hij geeft, hoe dieper hij zich vastrijdt. Uit het niets staat er plots een Hamar-geitenhoeder bij ons, met in de ene hand zijn neksteuntje (om zijn hoofd op te rusten) en in zijn andere hand zijn kalashnikov. Hij zet zich langs de kant neer en kijkt geamuseerd toe. Het is ondertussen snikheet , duwen heeft geen zin. We krijgen hulp van een passerende jeep die de minibus er met een kabel uittrekt. Doorrijden met de minibus zit er niet meer in. We kunnen gelukkig mee met het Italiaanse koppel van de jeep. Even later rijden we Kolcho binnen, één van de drie Karo-dorpen in de buurt.  Het dorp kijkt uit over een brede bocht van de overweldigende Omo-rivier. Overal zien we kinderen en vrouwen die deels of geheel beschilderd zijn. En allemaal staan ze klaar om gefotografeerd te worden. Vroeger beschilderden ze hun lichaam om speciale

momenten te vieren (huwelijk, een goede oogst,...) tegenwoordig omdat ze weten dat ze daarmee fotogeniek zijn voor de toeristen. Maar het dorp oogt zonder twijfel authentiek, de activiteiten in en rond de hutten zijn getuige van hun dagelijkse leven. Tussen de hutten staan grote gevlochten manden waar ze hun zelfgebrouwen bier in laten fermenteren. De gids vertelt ons dat veel vrouwen hier sterven tijdens de bevalling! Tot onze verrassing is hier ook een klein schooltje. We genieten van elk moment in het dorp. Na ons bezoek rijden we over dezelfde piste terug. Benjamin wacht ons bij zijn minibus op en rijdt ons terug naar het Touristenhotel in Turmi. Na de late lunch genieten we van de zon en de rust, meer kan je hier met zo'n hitte toch niet doen.

De derde en laatste dag van onze jeeptoer bezoeken we de Dassenech. Deze tribe leeft in de omgeving van Omerate, in de buurt van de Keniaanse grens. Vanuit Turmi ligt er een 70km-lange nieuwe asfaltweg tot in Omorate, waardoor de rit vlot verloopt.  Deze nieuwe weg werd onlangs aangelegd omdat er in Omorate een grote suikerriet-fabriek gevestigd is. Op en langs de weg lopen veel geiten-en koeienhoeders die regelmatig zorgen voor oponthoud. Omorate oogt heel ongezellig. Ook al gaan we de Keniaanse grens niet over, toch moeten we ons laten registreren bij de grenspost. Met een uitgeholde boomstam, die dienst doet als veerboot, steken we de Omo-rivier over. Het Dassenech-dorp aan de andere oever ligt nog enkele honderden meter verder in

open vlakte. We wandelen eerst langs de uitgestrekte maïsvelden waar Dassenech-vrouwen druk in de weer zijn. Het is hier nog warmer dan in Turmi en geen zuchtje wind! We worden op weg naar het dorp vergezeld door enkele kinderen die onze handen stevig vast houden. Alle hutten staan te midden een grote kraal. De hutten zijn bijzonder schamel en hebben de vorm van een halve kalebas. Ze zijn opgetrokken uit stukken leer, plastiek, ijzeren golfplaten en takken, alles doorheen en vastgemaakt met touwen. Het lijken wel vluchtelingenkampen! Pff... weer armoede troef. Opnieuw zijn we onder de indruk van hun levensomstandigheden. Wat hebben wij toch een luxeleven in ons Belgenland ! Doorweekt van het zweet bereiken we terug de andere oever. Terwijl we een frisdrank drinken in de schaduw van enkele grote bomen merken we dat we


gespot worden door enkele kleine grappige aapjes met een lange witte staart. Er is op de terugweg geen tijd voor een lunch. We stoppen op de Hamarmarkt in Turmi en kopen bananen. In de late namiddag zijn we terug in Jinka en rijden meteen door naar de Gazer-Bakomarkt, een lokale markt van de Ari. Deze keer zijn wij het die bekeken worden door de mensen. Iedereen komt wat dichterbij staan om te zien wie we zijn en wat we doen. Grappig!

De voorbije dagen lieten een diepe indruk op ons na. We werden meerdere keren ver terug in de tijd gekatapulteerd, iets wat we anno 2019 niet meer voor mogelijk hielden!

Voor we verder reizen nemen we twee dagen rust in het Orit-hotel in Jinka.  We voelen er ons meteen thuis. We hebben een leuke kamer met een gezellige binnentuin. De manager spreekt vlot Engels en het eten is prima...meer hoeft dat voor ons niet te zijn. We genieten van een dagje niks doen, lezen en spelletjes spelen. De electriciteit gaat meermaals per dag uit, maar dat is hier in Jinka heel normaal. Op de laatste dag bezoeken we, ja natuurlijk, de lokale markt van Jinka, een heel drukke, gezellige maar zeer vuile bedoening. We maken onze rugzakken weer klaar om morgen door te reizen.

 

 

vrijdag 3 mei 2019

JINKA EN DE OMO-VALLEI: MURSI/ HAMAR/ BANNA ( 29APRIL - 30 APRIL 2019 )

Onze binnenlandse vlucht van het Noorden naar Zuid-Ethiopië hebben we van thuis uit geboekt: van Lalibela naar Jinka met een tussenstop in Addis. Als we een bericht krijgen dat onze vlucht gewijzigd is gaan we naar het office van Ethiopia Airlines voor uitleg. Het houdt geen steek!  Het komt erop neer dat we dag 1 vanuit Adis naar Jinka vliegen en pas dag 2 vanuit Lalibela naar Addis.  Alle excuses zijn goed: eerst is onze vlucht overboekt, dan is de vlucht nog niet betaald, dan gecancelled,...na vele uren van heen-en-weer-geloop hebben we eindelijk het goede vliegticket op zak. Drie binnenlandse vluchten later landen we in Jinka. Tot onze verrassing zijn wij de enigen die het vliegtuig verlaten.  Ons plan om mede-backpackers te zoeken ( en zo de kosten te delen voor het vervoer naar om de tribes ) valt meteen in duigen. Zuid-Ethiopië voelt compleet anders aan: veel groener, veel Afrikaanser, veel relaxter en veel meer brommers.

De luchthaven bestaat uit een landingsbaan en een eenvoudige barak. De bajaj die ons zou oppikken staat er niet, we spreken er zelf 1tje aan en laten ons naar Eyob hotel brengen. Als we de grote tuin met de kamers errond zien, zijn we blij met onze keuze. Maar als we onze kamer binnengaan en de stank van pesticiden ruiken slaat ons gevoel meteen om. Hier slapen we niet! We gaan op zoek naar beter en kiezen voor het  Jinka resort. In een ferme tropische regenbui verhuizen we te voet onze boel. Kleddernat arriveren we in het Jinka resort, achteraf gezien zijn naam onwaardig.  Tot overmaat van ramp valt ook de electriciteit uit, waardoor er geen wifi, geen water en geen licht is. Welkom in Jinka !

De lagere Omo-vallei staat bekend als één van de meest fascinerende regio's in zuid-Ethiopië, en zelfs het Afrikaanse continent. En dit dankzij de culturele diversiteit van meer dan 12 etnische stammen die hier naast elkaar en samen leven. We hopen enkele van deze minderheden te bezoeken.

We ontdekken het stadje en merken dat we de enige backpackers zijn. Er zit niets anders op dan in ons eentje een jeeptoer te regelen. Via het hotel komen we in contact met Bereket, een lokale gids. Hij doet ons een concreet voorstel voor een driedaagse jeeptour door de Omo-vallei. We zijn verkocht, morgen vertrekken we al! Morgenochtend komt hij ons ophalen met zijn jeep ,de wegen zijn off-road en onberijdbaar voor gewone camionettes. 's Avonds arriveren enkele jeeps met Westerlingen, allen met georganiseerde tours vanuit Arba Minch.

Als Bereket de volgende ochtend arriveert met een gammel minibusje zijn we toch wat verrast en onthutst. Hij verzekert ons dat we straks met zijn jeep vertrekken naar Turmi. We bezoeken als eerste de Mursi. Ze zijn één van de meest exotische etnische groepen! Ze zijn nomaden, leven in lage hutten van stro en zijn bekend om hun lipplaten. We rijden door Mago nationaal park, de omgeving is verbluffend groen en mooi. Onderweg doen enkele Mursi-mannen ons busje stoppen en vragen of ze mee kunnen rijden tot aan hun dorp, hun zware zak maïs is niet te dragen. Voor wat hoort wat, ze mogen mee als we hen gratis mogen fotograferen ( anders moeten we 5birr per foto betalen). Dit is hun  bron van inkomsten. Als we het dorp binnenrijden liggen alle mannen languit in de schaduw onder een boom. De vrouwen zijn in de weer bij de hutten


en dragen indrukwekkende lipschijven, ook in de oorlel worden schijven gedragen. De onderlip wordt losgesneden als ze jong zijn en dan worden er steeds grotere schijven geplaatst. Sommigen dragen schijven tot 12 à 13 cm. Fascinerend! Sommigen zijn ook beschilderd en poseren met plezier voor een foto. Ook op de terugweg naar Jinka zitten 2 mursi-mannen in ons busje. Ze willen in de stad medicatie kopen voor een Mursi-vrouw uit het dorp. Ze heeft een zwaar geïnfecteerde wonde. Bij aankomst geraken we niet meer uit de auto. De schuifdeur zit vast en na heel wat getrek en geduw valt de schuifdeur er helemaal uit. Hilariteit alom! Bij de apotheek zitten we met een ferm misverstand. De Mursi-mannen willen dat wij hun medicatie betalen, maar die vlieger gaat niet op! Ook al gaat het maar om 5 euro, we sponsorden al genoeg. Bereket zegt dat we beter vertrekken.

Na de lunch gaat de toer inderdaad verder per jeep. We settelen ons achteraan op de kleddernatte zetels. De zetels zijn net gewassen, met teveel water, gezellig is wat anders. We rijden naar Turmi, een rit van 70km op onverharde wegen en de habitat van de Hamar. Halverwege houden we halt bij een lokale markt in Alduba. De Banna en Hamar uit de omgeving komen hier hun spullen kopen en verkopen . Een gids vergezelt ons, we zijn hier de enige witjes en we zijn  niet zo welgekomen. Als we ons fototoestel bovenhalen roepen ze nogal dreigend. Volgens de gids is dat maar show, maar het voelt niet zo leuk aan.  Onder een immense boom zitten veel Hamar-mannen en vrouwen gezellig bijeen. Ze komen éénmaal per week naar  de  markt om de laatste nieuwtjes uit het dorp te vertellen en samen van hun vies zelfgebrouwen bier te drinken.  


De Hamar-vrouwen dragen dierenhuiden als kledij, mooi en rijkelijk versierd met pareltjes. Er hangt een eigenaardig (dieren)geurtje rond hen allen. De vrouwen hebben ook een oranje Jommekes kapsel,  uniek bewerkt met modder en olie. Ook de haartooi van de Hamarmannen is speciaal: het voorhoofd is kaal, het haar aan de achterkant is samengevlochten en ze dragen lendedoeken. De Banna vallen meteen op door hun gevlochten parelwerk op hun hoofdband, de armbanden, de oorringen,... Even voor Turmi bezoeken we een typisch Hamardorp, met veel hutten en kralen voor de dieren. We zijn onder de indruk! Als we willen doorrijden start onze jeep niet meer. Bekenet zit met zijn handen in het haar! Een andere jeep pikt ons op en brengt ons naar het Tourist-Hotel, even verderop in Turmi, waar we overnachten. We zien wel wat morgen brengt !


 



 


-