maandag 10 juni 2019

OP NAAR TANZANIA / MWANZA ( 31 MEI - 4 JUNI 2019 )

Onze laatste stop in Oeganda,  Mburo Nationaal Park bekend om zijn grote populatie zebra's, laten we voor wat het is. Het ligt te ver van de hoofdweg, waardoor het enkel met privévervoer te bereiken is (en dus veel te duur is). We reizen meteen door naar Mwanza in Tanzania, wat betekent dat we drie reisdagen voor de boeg hebben.

De eerste dag nemen we de boot in Lake Bunyonyi en varen naar Rutinda, waar we de taxi nemen naar de stad Kabale. In Kabale nemen we de lange-afstandsbus naar Masaka, de laatste grote stad voor de grens met Tanzania. We reizen 300km van West naar Oost-Oeganda en zijn blij als we in de late namiddag aankomen.

De tweede dag nemen we een matatu naar het grensstadje Mutukula. Op 20km voor de

 

grens blijkt dat één van de remmen  kapot is. Net als we vrezen dat we hier zullen vastzitten komt een bodaboda het vervangstuk brengen en wordt de rem meteen vervangen. Van efficiëntie gesproken! Een half uur later rijden we het grensstadje Mutukula binnen. We laten ons, elk op een bodaboda, naar het douanekantoor brengen. Over land de grens oversteken is altijd spannend...je weet nooit wat er komt of wat er gebeurt. We worden meteen gecheckt op koorts en moeten een vragenlijst ivm onze gezondheidstoestand invullen. De stempels voor uit Oeganda en in Tanzania krijgen we zonder problemen. We wisselen onze laatste Oeganda-shillings om in Tanziaanse Shillings en kunnen nog net mee met de bus die vertrekt naar het eerste stadje in Tanzania, Bukoba. De sfeer in de bus voelt meteen goed aan! De mensen zijn vrolijk,

 

maken grapjes en hebben samen veel plezier. We leren meteen onze eerste woorden Swahili! Bukoba ligt aan het Victoriameer. Het stadje straalt een gezellige drukte uit. We kuieren wat rond en bezoeken een Anglikaanse kerk waar er vol op gezongen en gedanst wordt.

Ons plan, om vanuit Bukoba de ferry naar Mwanza te nemen, gaat niet door. De ferry's varen niet meer sinds er eind 2018 een ferry kapseisde en honderden mensen verdronken. We nemen een vlucht, want twee extra dagen bus zien we niet zitten. De derde dag vliegen we dus over het Victoriameer. Hoe dichter we bij  Mwanza komen, hoe donkerder de lucht wordt. Als we bij de pickupzone op Titus, onze gastheer, staan te wachten worden we verwelkomd door een immense tropische bui, eentje om "u" tegen te zeggen. We boekten

 

bij airbnb een homestay bij Titus en Gertrudo, de kinderen Linda en Lyin krijgen we er kado bij. We genieten van het gewone leven bij deze Tanzaniaanse familie en gaan met Gertrudo naar de lokale markt.

De volgende dag bezoeken we de stad Mwanza. Titus en zijn gezin wonen 12 km van Mwanza, op de boerenbuiten. Via kleine aardewegen bereiken we de hoofdweg en nemen de daladala (minibus) naar de stad, waar we de lokale vismarkt bezoeken. Overal worden we aangesproken met "mzungus habari!", wat welkom blanken betekent. Ze hebben hier een speciale bewaartechniek voor de vis: diepvriezen worden plat gelegd en vol vis gestopt en zijn de ideale slaapplaats voor de verkoopsters. Net zoals in Ethiopië en Oeganda zien we hier ook veel maraboes. Mwanza is omringd door groene heuvels en is bekend om zijn vele

 

vreemde rotsformaties. Enorme rotsblokken ( sommige groter dan een huis) lijken netjes op en naast elkaar gestapeld. De huizen worden op, tussen en rond de rotsformaties gebouwd...zeer indrukwekkend. Zo bezoeken we ook de Bishmarck-rots, een rotsformatie in het water. Er is bilharzia in het Victoriameer, zwemmen zit er niet in. Toch zien we verderop kinderen zwemmen in het meer, uit onwetendheid of nonchalance ?

Onze laatste dag in Mwanza gaan we varen op het meer. We houden halt bij de grootste vismarkt van Afrika...alle gevangen vis wordt hier gesorteerd en gezouten & gedroogd voor export naar alle landen in Afrika. Duizenden reuze-zakken met gedroogde vis liggen in het pakhuis klaar om verkocht en vervoerd te worden. Daarna gaan we naar de plaats waar de vis gekuist en gedroogd wordt, echt een

 

vieze bedoening ! We varen verder langs prachtige rotsformaties op het meer en gaan bij enkele aan land. We zien veel prachtige kleine leguanen in alle kleuren. In de verte is geen land meer in zicht en lijkt het alsof we op zee varen. We genieten van de mooie zonsondergang. We zien veel vissers roeien en zeilen op de  woelige golven van het meer. Ze vissen s' nachts en vertrekken al bij valavond naar de goeie visplaatsen. Het is donker als we daladala terugnemen naar onze homestay. De minibus zit  boemvol, maar we kunnen er, rechtstaand natuurlijk, nog net bij. We tellen 30 mensen in de minibus, een nieuw record voor ons. We dineren samen met Titus en Gertrudo en nemen afscheid van kleine Linda en baby Lyin. Onze eerste ervaring met airbnb is een leuke ervaring en geeft ons een goed gevoel.

 
 
 
 

donderdag 6 juni 2019

EVEN TERUGBLIKKEN OP OEGANDA ( 13 - 30 MEI 2019 )

 

Door Oeganda reizen was heel tijdrovend en niet vanzelfsprekend. Er zijn zelden officiële busstations en nooit officiële vertrekuren. De matatus staan her en der verspreid in de stad. Het is altijd navragen en nog eens navragen en nog eens navragen. Gelukkig spreekt iedereen in Oeganda goed Engels! De minibussen vertrekken wanneer ze vol zitten en dat mag je heel letterlijk nemen. Hun motto is...er kan er altijd nog eentje bij! Zo zaten we een keer in een matatu  met 24 volwassenen, 3 kinderen, enkele kippen en overal rond ons zakken en dozen. Bij de grotere bussen zijn de zitplaatsen heel smal. Als je naast een mama met kind(eren) of een lijvig persoon zit heb je pech en nog een half zitje over. Onderweg hebben we geen honger of dorst. Bij elke stop komen venters op de bus of bij je raam om van alles te verkopen: drankjes, vleesbrochettes, chapatis, matoke, groenten en


fruit. Voor korte afstanden zijn er  bodaboda's (brommertjes)  die op elke uithoek van de straat te vinden zijn. We kwamen weinig backpackers tegen en konden dus weinig info en vervoer delen.

Overnachten, eten, drinken en het vervoer zijn helemaal niet duur. De grootste hap uit ons budget ging naar de permits voor de Nationale parken en de rangers. Deze bedragen zijn hallucinant. Schandalig, want we weten  hoe weinig de Oegandezen verdienen per maand (tussen de $ 50 - 250). Het grote geld blijft bij de overheid! Veel jongeren hebben geen werk en hangen maar wat rond.

Oeganda oogt overal rood en groen. Rood van de aarde en groen van de vegetatie, in al zijn variaties. De combinatie van regen en zon zorgen hiervoor. Matoke-plantages zien we overal  in het groene landschap.

 Het westen (Kampala en Entebbe)  lijken  welvarender en rijker. Naarmate we naar het Oosten en het Zuiden  reizen zien we steeds meer armoede waardoor we dit beeld moeten bijstellen. Oeganda is een arm land. Veel mensen dragen geen schoenen, hebben armoedige huisjes en leven basic. De meeste mensen wonen in stenen huizen. Deze stenen maken ze zelf door klei  in een vorm te doen en in de zon te laten drogen. Daarna stapelen ze de stenen op elkaar met onderaan een groot gat waar ze een vuur in maken. We zagen deze steenoventjes overal in het land. De winkeltjes zijn meestal kleurrijk  beschilderd met reclame. Kinderen en vrouwen met jerrycans en sprokkelhout op hun hoofd  zijn een typisch straatbeeld.

Oegandezen zijn nogal stug en gereserveerd, ze hebben een zekere gene over zich. Eenmaal je contact met hen hebt bloeien ze open. De meeste vrouwen hebben kort haar, vaak kan je enkel aan de rondingen het verschil zien tussen mannen en vrouwen.

In Oeganda is er officieel schoolplicht vanaf 5 jaar. De rijkere klasse sturen hun kinderen naar privéscholen waardoor ze kunnen doorstuderen en op hun beurt weer de betere jobs krijgen. De meeste kinderen gaan echter naar de overheidsscholen die bekend staan om hun laag leerniveau. Heel wat kinderen gaan ook niet of maar deels naar school. De ouders moeten $10 per maand per kind betalen. Voor veel ouders lukt dat niet waardoor ze niet of de ene maand wel en de andere niet naar school kunnen. Voor de leerkrachten is het een grote uitdaging om zoveel mogelijk kinderen

 

een basisopleiding te geven. Daarnaast zijn er veel wezen (ouders die stierven aan aids ) die opgevangen worden in scholen en gastgezinnen. Andrew en de bootman zijn twee gelukkigen die dankzij sponsoring van Westerlingen toch naar school konden en zelfs konden doorstuderen.

Hetzelfde geldt voor de ziekenhuizen. De overheidsziekenhuizen zijn gratis maar van een laag niveau. Wie geld heeft laat zich behandelen in een privé-ziekenhuis, waar de zorg vrij goed is.

 


 

 

maandag 3 juni 2019

LAKE BUNYONYI ( 26 - 30 MEI 2019 )

 

Het telkens weer vroeg opstaan en het lokaal reizen is vermoeiend en kruipt in onze kleren. We hebben nood aan vakantie in onze vakantie! We reizen door naar Lake Bunyonyi om er enkele dagen te relaxen. Het is het 2de grootste meer van Afrika en ligt op een boogscheut van Rwanda. Het is een charmant meer bezaaid met vele kleine eilandjes. Het meer ligt op 2000m hoogte en heeft een aangenaam fris klimaat. Het terrasvormig landschap en de vele levendige kleuren groen maken het cartoonachig. Het kratermeer is 25 km lang en 7km breed en behoort tot de diepste van Afrika. De rustige omgeving met spectaculair zicht op vulkanen en de verscheidenheid aan vogelsoorten maken dit eiland tot een fantastische bestemming. In dit meer geen bilharzia maar het is net iets te koud om te zwemmen.

 

We zijn om 6u 's morgens al op stap naar de busstand met Daniël in ons kielzog. Ons madam van Masaai guesthouse had 2 bode boda's gereserveerd want op zondagmorgen en in het donker is er nog geen kat op straat. Ze deed al ferm lastig maar ze hield ook geen woord. Wij zijn blij als er een busje stopt en ons gratis en voor niets dropt in het centrum nabij de staanplaats van onze minibus. We moeten wachten tot de matatu vol zit vooraleer die vertrekt. Na een uur kunnen we vertrekken. Op de deur van het Toyota busje staat dat er plaats is voor 14 personen. Maar zij interpreteren dit wellicht als minimum 14 personen. Weer eens vele tussenstops en mensen bijproppen. In Mbarara moeten we een ander busje nemen naar Kabale. De meesten stappen mee over en er komen er nog enkele bij. Tijdens de stops komen

venters allerlei waar verkopen op de bus en aan het raam. Wij moeten lachen als in de ajuinenstreek bijna elke passagier een grote bundel ajuin koopt.  Ruikend naar ajuin en 300km verder komen wij aan in Kabale. Wij gaan eerst eten vooraleer we ons met een bootje naar onze bestemming laten brengen.

 

Wij laten ons bekoren door de positieve revieuws van OM Bunyonyi cultural hostel. Vanaf de eerste seconde voelen we er ons thuis. Een heel lieve ontvangst in een prachtige omgeving. De eigenaar, Andrew,  is zelf eilandbewoner en heeft met  respect voor de omgeving en  bewoners een kleinschalig eco-hostel gebouwd. Er zijn  3 hutten. Geen stromend water maar het zuivere water uit het meer kan voor alles gebruikt worden. Een ecologisch toilet maar wij vinden het

 

allermooiste aan het project zijn zorg voor de mensen in zijn naaste omgeving; hij koopt enkel groenten van de mensen in de buurt en zorgt voor werk aan de lokale bevolking. Iedereen is steeds vrolijk en lief voor elkaar.                                                       

Wij zijn de enig toeristen en zijn nauw betrokken bij het lokale leven hier. Zo krijgen we een diepere inkijk op hun leven. De enorme armoede van de eilandbewoners is zeer schrijnend en grijpt ons erg aan. Veel kinderen kunnen niet naar school omdat de ouders het geld niet hebben om een boek en een uniform te kopen. Ook Anna woont met haar man en 4 kinderen op een boogscheut van OM hostal. Zij komt hier elke dag helpen. Haar dochtertje Rebecca van 9jaar neemt de zorg op haar van  kleine Marie. Als de baby moet drinken komt ze Marie naar mama

 

brengen. Ze blijft dan wat rondhangen want meer heeft het meisje niet om handen. Lief om te zien hoe goed ze zorgt  voor haar zusje maar eigenlijk hoort ze op school te zijn. Papa helpt hier ook want het hostel is recent en er is nog wat heel wat werk hier. Ofwel draagt Anna haar baby rondom haar ofwel doet Marie haar dutje op de grond. Als wij gaan wandelen in de mooie omgeving komen wij ongelooflijk veel kinderen tegen. Niemand draagt schoenen, wat op zich ook een teken van grote armoede is. Kinderen moeten hier vooral hout sprokkelen en water uit het meer halen in kleine bidons. Wij kunnen het bij ons thuis niet voorstellen! Hun dag begint als het licht wordt en eindigt als het donker wordt, geld om 1 zonnepaneel te kopen is er  niet. Wat hen allen siert is hun aanstekelijke glimlach en hun vriendelijke babbels.

 

Wij nemen ook eens de boot naar een ander eiland en we bezoeken er een paar  schooltjes. We worden vrolijk als we de krachtige en hoopvolle kinderen ontmoeten. Ze lopen naar ons toe en wij worden echt op handen gedragen. Mzungu, mzungu,...We hebben een boeiend gesprek met een leerkracht die ons zegt dat hun grootste ambitie is om alle kinderen op school te krijgen en dat ze geen analfabeet meer blijven. Later  horen we dat maar 20% doorgaat naar het middelbaar onderwijs. Ze hebben prachtige slagzinnen die mooi uitgeschreven waarden willen bijbrengen. We voelen de sterke motivatie van de leerkrachten en een grote noodkreet naar donaties want ze zijn heel erg beperkt in middelen. In de klasjes tonen de kinderen heel trots hun eindexamen maar wij zien helaas dat niemand meer dan 20% behaalde. We bewonderen de enorme inzet van de leerkrachten!

 

We schrikken van de vele weeskinderen in de school.  Het raakt ons allemaal meer dan we zelf willen. Rond 2010 stierven veel mensen aan aids waardoor al deze  kinderen wezen werden. Ouders stierven door gebrek aan medicatie en gepaste zorg. De leerkrachten nemen het ook als hun zorgtaak om gastgezinnen te zoeken voor die kinderen, of om ze zelf in huis te nemen. Bij een schooltje is ook een opvangplaats voor 100 kinderen. Hun schreeuw naar donaties is enorm.

Kinderen varen, in overvolle kano's, van thuis naar school. In het droge seizoen gaat de wind hard te keer waardoor er minstens 1 keer per week kano's omkieperen en kinderen verdrinken. Vanuit het hostal willen ze zorgen dat er zo snel mogelijk reddings-vesten beschikbaar zijn.


 Ons verblijf is doorspekt met gemengde gevoelens. Die zeer schrijnende leefsituaties aan de lijve ondervinden is lastig en raakt ons enorm. We moeten ons knopke vele keren omdraaien. De ongedwongen vriendelijkheid van de mensen siert hen enorm. Wij beslissen om hier nog een extra dag te blijven.

Onze laatste namiddag gaan we eilandhoppen. Davis pikt ons op met zijn boot. Hij groeide op bij het meer en kan ons heel wat vertellen over het leven op en rond de eilandjes. We spotten heel veel prachtvogels. Zo ook de kraanvogel die trouwens de nationale vogel van Oeganda is. We varen voorbij het strafeiland. In de jaren 40 werden zwangere ongetrouwde meisjes daar gedropt. Niemand kon zwemmen en overleven was geen optie. We houden halt

 

bij het eiland waar dokter Sharp (Protestantse missionaris uit Scotland) samen met zijn vrouw een Leprakliniek bouwde. Davis vertelt over wat de bewoners allemaal gebruiken uit het weelderige natuur om te leven en te overleven. Op het eco-eiland werd het eerste verblijf gebouwd voor het toerisme. Kinderen dansten dan 's avonds voor de toeristen. Een aantal toeristen vonden dit niet kunnen en begonnen ze te doneren zodat de kinderen naar school konden. Velen kregen zo kans om verder te studeren.

's Avonds zitten we gezellig bij de 'omuriro' (het vuur). We nemen met veel dankbaarheid afscheid van de staf van het hostel.

 
 

 

 

donderdag 30 mei 2019

FORT PORTAL ( 23 - 25 MEI 2019 )

  

We reizen door naar Fort Portal, dat op 40km van de Congolese grens ligt. We doorkruisen Oeganda van Oost naar West, een busrit van meer dan 300km. Lange afstandsbussen vertrekken hier altijd vroeg, wat voor ons dus vroeg opstaan betekent. Om 6u zitten we al in de taxi en doorkruisen Kampala. Er is al veel drukte langs de straten, de stad  is al  wakker! We zien veel daklozen liggen langs de straten. We kunnen meteen op de bus. Maar niet op een coaster, een tussenslag busje, die we geregeld hadden maar op een grote aftandse Linkbus. Maar goed, we zijn weg. Als we na een plaspauze terug naar onze zitplaatsen gaan merken we dat die zijn ingenomen. Er zit niets anders op dan ons er nog bij te wringen waardoor de laatste 100km niet echt comfortabel zijn. Bepakt en bezakt kruipen we allebei achterop een bodaboda die ons naar het

hostel brengt. Het hostel valt tegen en is niet wat ze beweerd hadden op booking.com, met als gevolg veel gezaag. We hebben al leukere reisdagen gehad! We laten de boel voor wat het is en gaan op verkenning. Het stadje heeft een gezellige vibe. Ook hier geen backpackers. De weinige Westerlingen die we tegenkomen zijn ofwel vrijwilligers, ofwel medewerkers van ngo's & UN ofwel reizigers met chauffeur... We kuieren wat rond en regelen een uitstap voor morgen met een bodaboda. We stappen af op een zingende menigte langs de straat. Het zijn bedevaarders die op weg zijn naar Kampala, 280km verder, om er begin juni Martelarendag te vieren . En dit op gewone sandalen en met een klein rugzakje aan kleren en voorraad!

We willen vandaag de theeplantages bezoeken, waar Fort Portal om bekend is. Tijdens de wandeling naar het stadje worden we getrakteerd op een fikse regenbui.  Het is ondertussen een vertrouwd tafereel...het begint plots te regenen en dan loopt iedereen naar het eerste, het beste schuil-plekje  tot de bui over is. Het leven valt stil en een half uur later gaat alles weer zijn gewone gangetje.  Na de lunch pikt Ronny ons op met zijn bodaboda en rijden we zuidwaarts. We passeren langs enorme  matoke-plantages en zien veel mensen die druk in de weer zijn met matoke te vervoeren met hun fiets. Matoke is een groene banaan die ze schillen, koken en smaakt als aardappel.  We bezoeken "Top of the World", waar we een prachtig zicht hebben op drie kratermeren en het Kibale Forest en rijden daarna naar de immense


theeplantages op de flanken van de heuvels. De hoogte en het milde klimaat zorgen dat de theeplant hier goed gedeid. Aan de ingang van de tea-factory is het één en al drukte. Het is vrijdagavond en dus "payday" voor de arbeiders. Omwille van veiligheidsmaatregelen mogen we de fabriek niet bezoeken.

Voor onze laatste dag regelden we een chimpansee-trekking. Laurenz is onze chauffeur en Daniël, een helper van het hostel, is onze gids. Het is nog donker als we Fort Portal uitrijden en doen er drie uur over om het Kalinzu Forest te bereiken. De weg ernaartoe is prachtig, we rijden door het Queen Elizabeth Nationaal Park, maar lastig omdat er overal wegenwerken bezig zijn. Met een ranger gaan we het regenwoud in, op zoek naar chimpansees. Het regenwoud

 is alom groen, met op de bodem grote varens en planten, in een volgende laag de kleinere bomen en struiken en dan de enorme bomen, tot wel 30m hoog, met lianen en slingerplanten. De vogelgeluiden zijn prachtig in de stilte. We gaan steeds dieper het woud in. Na twee uur stappen zien we eindelijk een chimpansee-mama met haar jong in een boom. 's Morgens vroeg gaan de chimpansees op zoek naar voedsel op de grond. Als ze klaar zijn  maken ze een nest van bladeren in een boom en luieren er wat in. Het chimpansee-jong heeft ons in de mot en komt steeds dichter bij, terwijl de mama vanop veilige afstand toekijkt. We genieten een half uurtje van dit leuke schouwspel. Chimpansees leven in groep, maar overdag gaat iedereen zijn weg.  's Avonds roepen ze dan iedereen terug bij elkaar. Op de terugweg zien we nog een


mama-chimpansee met haar jong. Een bijzondere ervaring! We hoopten om er wat meer te zien, maar beseffen dat we niet in de dierentuin zijn. In het grote woud leven de dieren vrij en komen & gaan ze waar we willen. Na de middag bezoeken we de Kiwa-hotspring. Een mooie warmwaterbron tussen het riet. Het water is wel heel hot waardoor het een kort watermomentje wordt. Terug in Fort portal neemt Laurent ons mee naar de taxistand en zoekt voor ons uit wanneer en welke bus we morgen moeten nemen naar Mbarara.